Ik schrijf een wedstrijd uit voor iedereen die een pastiche op dit gedicht schrijft en instuurt op [email protected]. Alles mag, alleen de eerste zin, het hele sonnet, een interpretatie, compleet vrije vorm!
Zelf heb ik op de eerste zin al honderd varianten, waaronder
‘Ik vind een grot in ‘t diepst van mijnbouwschachten’ of ‘Ik ben verrot in ‘t zwaarst van al mijn klachten’ of ‘Er klonk geen plons, mijn vriendjes moesten lachen’ of ‘Zelfs als kwadraat is grofweg niks mijn machten’
De winnaar krijgt prijzen en meer!
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor 't heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.
-- En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb're leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.
---
Willem Kloos (1859 - 1938)