Ik zit momenteel op een bankje aan de rand van een vijver. Het water rimpelt zachtjes in de wind, het gras is nog bedekt met de laatste dauwdruppels. In het lage riet langs de vijver zit een wilde gans. Zonder op te staan verplaatst ze omliggende bladeren en takjes van de ene naar de andere plek. Haar kop beweegt bij deze handeling sierlijk van voor naar achter.
Wanneer iemand voorbij loopt staat de gans dominant op. Haar kop draait mee met de voorbijganger, totdat die op een veilige afstand is en de gans haar taak kan voortzetten.
Ganzen kunnen vliegen tot op een hoogte van 8800 meter, en behoren daarmee tot een van de hoogste vliegers ter wereld.
Een mens kan een maximale hoogte van 8000 meter bereiken zonder te overlijden aan een zuurstof gebrek, mits zeer goed geacclimatiseerd.
De Mount Everest is 8848 meter hoog.
Ik kijk naar de weerspiegeling van de vijver. Er zijn twee soorten mensen. De mens die op het water kijkt en de mens die door het water kijkt. De bomen glijden rimpelig over het water. De lucht lijkt grijzer dan die daadwerkelijk is.
Twee eenden springen onhandig in de vijver. Hun gekwaak verjaagt de leegte. Volgend jaar zullen ze weer kwaken, en over tien jaar kwaken ze nog steeds. Eenden zullen er altijd zijn. Net als water. Net als bomen. Net als eendagsvliegen. Net als bedplassers. Net als boterhammen met pindakaas. Net als oorsuizen.
Als ik opsta van het bankje en een paar stappen zet, sta ik ook in het riet. De grond voelt zachter, ik zak er een halve centimeter in. Mijn knieën buig ik totdat mijn bovenbenen kunnen rusten op mijn onderbenen. Eerst met mijn vingertoppen, dan mijn vingers en vervolgens mijn hele handen, voel ik het koude water. Het is of ik rode handschoentjes aan heb, precies tot de rand waarmee ik mijn handen in het water steek.
Mijn linkervoet schuifelt voorzichtig iets naar voren, de rechter volgt, totdat ze allebei tot net iets onder de rand van mijn schoenen in het water staan. Via het gat in mijn schoenzool voel ik het water langzaam naar binnen stromen. De eenden zijn inmiddels vertrokken. In de verte is alleen nog het gezang te horen van vogels die ik niet kan thuisbrengen.
Mijn moeder is als kind bijna verdronken in een buitenzwembad. In het diepe sprong ze, ondanks dat ze nog niet goed kon zwemmen. Haar broer heeft haar leven gered door haar steeds kort boven water te tillen terwijl hij naar het ondiepe liep. 'Kan je al staan?' vroeg hij dan, totdat mijn moeder inderdaad kon staan.
Nu hebben geen contact meer. Hij is verhuisd naar Amerika, werkt in de filmindustrie, en is getrouwd met een Italiaanse zangeres. Zij is in Nederland gebleven, is docent verpleegkunde, en trouwde met een vrouw.
Twee weken later zit de gans weer op haar plek langs de vijver. Wanneer iemand langsloopt steekt ze alleen haar nek lang nog uit. Het uitbroeden van ganzeneieren duurt ongeveer vier weken.