11 mei maakt mij niet echt blij
Eindelijk heb ik het allemaal. Een ontzettend fantastisch kind, leuke man en een heerlijke baan. Door de corona voorzorgsmaatregelen werk ik sinds begin maart van huis, samen met kind en man. Ik vind het heerlijk - en soms heb ik het gevoel dat ik de enige ben.
Toen het nieuws kwam dat op 11 mei de scholen weer open gingen en ook de kinderopvang, ging er gejuich in verschillende app-groepen waar ik in zit. Collega’s en vrienden kreunde zich door de afgelopen weken heen en kijken - zoals zij zelf aangeven - reikhalzend uit naar een beetje rust thuis. Want hoe kun je werken met een kind? Je kunt je uren niet maken, je bent constant afgeleid en je partner irriteert je al helemaal.
In de eerste twee weken van de “intelligente lockdown” zoals onze premier dit zo mooi zegt had ik dit gevoel ook. Niet zozeer naar Sara - die moest heel erg wennen dat zij niet de constante aandacht kreeg - maar wel naar mijn partner. Ik ergerde mij aan alles. Het was alsof het stukje wat werk mij gaf - vrijheid om echt mijzelf te zijn zonder partner en zonder kind - van mij afgenomen werd. Ik had enorm moeite om alle rollen die ik heb (moeder, vrouw, werkende hoogopgeleide vrouw en vriendin) te combineren en raakte half overwerkt. Na twee weken besloot ik dat dit niet werkte (goh) en nam ik alles met een korreltje zout.
Want hoe erg is het dat ik overdag van half 9 tot half 3 aan een stuk kan werken? Ik heb een half uurtje in de middag om samen met Sara te eten en haar daarna naar bed te brengen. En ook een klein kwartiertje om 10u om samen met haar fruit te eten. Om half drie ga ik met haar een rondje lopen en genieten we even van samen buiten zijn. Van vier tot ongeveer vijf werk ik dan nog een uurtje om alles af te ronden voor de dag. Mijn werk niet af? Ik werk dan nog een beetje in de avonden en ook op mijn vrije dag. Is dat erg? Nee, want ik kan toch niet heel veel anders doen op dit moment.
Dit ritme geeft mij, maar ook Sara zo enorm veel rust. Ik voel me frisser, positiever en een leuker persoon. Het heeft Sara geleerd zelfstandig te spelen, het helpt mij om te relativeren en ik geniet om haar zo te zien opgroeien. Zonder snotneus en gehoest, maar gewoon gezond.
En nu.. die 11 mei. Iedereen is blij. Behalve ik. Tenminste, zo voelt het. Want ik wil Sara helemaal niet wegbrengen. Ik wil haar helemaal niet een hele dag missen en stiekem vind ik het ook niet nodig. Het voelt alsof ik faal als ambitieuze medewerker en collega en dat ik neig naar fulltime mama. Maar dat is het niet, mijn werk gaat beter dan ooit tevoren. Ik heb de leukste projecten en ook tijd om ze uit te werken. Ik heb echt tijd om dingen uit te zoeken en te doen en de voldoening die ik uit mijn werk haal is groter dan ooit tevoren.
Het voelt alsof ik mij moet schamen voor mijn gevoel, alsof ik een moederkoek type geitenwollensokken ben die alleen maar bij haar kinderen wil zijn. Maar ik zie juist dat de huidige situatie mij helpt op alle vlakken: veel bij mijn kind zijn, genieten van mijn werk en hierdoor ook een leuke en gezellige thuissituatie met mijn man.
Daarom kies ik er voor Sara maar een dag van de geplande drie naar de opvang te doen. Die andere drie dagen geniet ik van haar aanwezigheid en zo kunnen we samen langzaam opbouwen. Want wellicht denk ik hier ooit anders over.











