Lieve mama,
Misschien ben ik er weer klaar voor om de zon te zien schijnen en om jou te zien lachen, om de wereld te zien zoals ze gezien hoort te worden en niet zoals ze is. Dus, ik bid tot god, dat de bloemen weer gaan bloeien, hij weet dat het genoeg geregend heeft. Ik bid tot god dat hij de wolken optrekt en de kou meeneemt. Ik smeek god voor slechts een splinter licht om je te verwarmen.
Maar god luistert nog steeds niet, mama, en ik weet niet of hij ooit zal. Ik denk niet dat ik nog lang kan wachten, ik weet niet hoeveel schade ik nog in moet halen. Ik bid in de stilste uren, in de lichtste momenten en hij luistert nog steeds niet.
Ik denk dat ik hem af en toe kan zien, mama, ik voel hem door mijn lichaam razen, ik voel hem op me neerkijken. Hij weet dat ik besta, maar hij luistert niet. Ik bid nu bijna elke dag, mama, maar misschien is het nog niet donker genoeg geweest. Ik lig al maanden op mijn knieën, ik schreeuw naar god en huil naar god, maar misschien ziet hij nog een laatste restje hoop in het binnenste van mijn botten, als hij door me heen schiet.
Ik geloof dat ik ze breken zal en zoeken moet, mezelf moet vermorzelen tot niets dan stof, dat het kleinste beetje goed in me vervliegt en opstijgt naar god. Misschien kan hij me dan horen en zal de zon weer voor jou schijnen. Misschien ben ik er weer klaar voor om de zon en de bloemen te zien, maar gaan zij voor mij liever op de vlucht, bidden ze tot god dat ik verdwijn. Ik denk dat hij ze hoort.







