Manège A: Glo-Balloon, ballon gonflable en forme de globe... #Atopolis #tw (bij Mons, Belgium)

seen from United States

seen from United States
seen from Yemen
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Spain
seen from United States
seen from United States
seen from Australia
seen from United States

seen from Thailand

seen from United States
seen from United States

seen from Canada
seen from Türkiye
seen from Türkiye
seen from China
seen from Türkiye
seen from Netherlands
seen from Yemen
Manège A: Glo-Balloon, ballon gonflable en forme de globe... #Atopolis #tw (bij Mons, Belgium)
Summertime and the living is easy: POMPIDOU EXPO!
Het beste wat u deze zomer kan gaan bekijken. In eigen land dan nog! Voor u verzameld door Chantal Pattyn.
Atopolis. Mons. Tot 18 oktober.
Dirk Snauwaert, directeur van Wiels in Brussel, werd door Mons 2015 uitgenodigd om een tentoonstelling te maken in de pas gerestaureerde Manège de Sury. Wie Mons zegt, zegt Borinage. En wie Borinage zegt, zegt Misère au Borinage, de documentaire die Henri Storck samen met Joris Ivens maakte in 1933. Hierdoor is de Borinage internationaal gestigmatiseerd als een een regio van sociale miserie. Het is één van de eerste plekken waar de industriële revolutie het slechtste van zichzelf liet zien. De uitdaging was om deze stigmata niet te bevestigen maar te ontrafelen.
Belangrijk voor de theoretische onderbouw van Atopolis is het denken van Edouard Glissant (Martinique, 1928-2011). Glissant, één van de meest uitdagende zwarte intellectuelen, benaderde globalisering vanuit een cultureel perspectief en bepleitte een radicaal egalitair (en dus universalistisch) model, met als centraal begrip ‘de relatie’. In zijn poging om een esthetica van de mondialisering te schrijven kwam hij bij ‘de relatie’ uit als een systeem van permanente openheid en een permanent in verbinding staan - zonder uitsluitende maatregelen als ethniciteit - van mensen en dingen.
Dit kan allemaal wat complex lijken maar het is het niet als je Atopolis bezoekt.
Eén van de kunstenaars die met het gedachtengoed van Glissant aan het werk ging is de Zwitser Thomas Hirschhorn. Zijn enorme installatie illustreert op een sublieme manier alle tentakels van het denken van Glissant. Je mag er zelfs je eigen bijdrage aan toevoegen.
Nog een hoogtepunt, weliswaar uit 2008, is de installatie van onze Belg in Mexico Francis Alÿs. Hij liet aan de twee kanten van de straat van Gibraltar, in Tarifa en in Tanger, twee groepen kinderen de zee in gaan. Met in hun handjes een schoen waarop een zeiltje is bevestigd. Het werk lijkt naïef, maar het is overdonderend in zijn speelsheid. Alÿs laat er ook wat schilderijtjes zien. En de rij schoentjes met zeil staan zichzelf in een spiegel te bekijken.
Snauwaert haalde een aantal kunstenaars met internationale portee binnen. Nog een subliem werk is dat van El Anatsui (Ghana, 1944) die op de Biennale van Venetië onlangs met de Gouden Leeuw werd bekroond. El Anatsui, die vanuit Nigeria opereert, en daar nogal wat mensen aan het werk zet, hing er één van zijn kolossale zeilen op. Het werk bestaat uit de dekseltjes die de dopjes van whiskyflessen sieren, en uit metalen plaatjes, en al die zaken werden met koperdraad aaneengenaaid. Je gelooft je ogen niet.
Ik ging ook totaal overstag voor de bijdrage van Jack Whitten (Bessemer, Alabama, 1939) die voor Atopolis zijn grootste werk ooit creëerde. Het is een soort altaarstuk geworden. Voor Edouard Glissant. Een mens zou er van gaan knielen.
Maar er mag ook gelachen worden op Atopolis. Adrian Melis (Havana, 1985) plaatst een aantal kritische kanttekeningen bij leven en werken in Cuba. Ik vertel niets, ontdek het zelf! En koop een droom van een Cubaan!
Een ontdekking: de serie foto’s van Vincen Beekman (Brussel, 1973). Hij trok op met locals. Vierde hun verjaardagsfeestjes, ging met hen naar zee. De kitsch-factor is hoog, maar dit is documentaire fotografie die nergens veroordeelt. Beekman kreeg als het ware een solo in Atopolis. Mooi!
Atopolis is van een zeer hoog niveau. Snauwaert toont een aantal kunstenaars die ook op de Biennale van Venetië (Thomas Hirschhorn, Huma Bhabha, Saadane Afif, Vincent Meessen) te zien zijn, maar beweert dat hij al twee jaar geleden de afspraken maakte. En ik geloof hem! Mons mag blij zijn met zo’n toptentoonstelling.
Lili Dujourie. Plooien in de Tijd. SMAK, Museum voor Schone Kunsten (Gent) & Mu.ZEE (Oostende) Tot 4 oktober.
Nadenkend over het werk van Lili Dujourie (1941), die eindelijk de waardering krijgt die ze verdient in dit land met twee tentoonstellingen, in het SMAK en MuZEE, én een presentatie in het MSK, kom ik tot een paradoxale vaststelling. Haar oeuvre, waaraan ze bouwde sinds 1967, schijnt uit een aantal tegenstellingen te bestaan: hard/ zacht, beweeglijk/ stilstaand, kleurrijk/ zwart wit, sculpturaal/ plat ... maar net door die breuklijnen komt het tot een verpletterend en harmonisch evenwicht.Ik was een twintiger toen ik voor het eerst een video van haar zag. En ik was verkocht, op dezelfde manier als toen ik voor het eerst Marguerite Duras las, of La Traviata van Verdi (een opera die haar trouwens zou inspireren tot een van haar werken uit fluweel, net als Tosca van Puccini) zag.
Dat dit bestond: dat verzoende me het leven. In dat werk, een video (één van de ‘Hommage à’) filmde ze zichzelf, naakt tussen de lakens, terwijl ze alle poses van de in de kunstgeschiedenis uitgebeelde vrouwen aannam. Pas later leerde ik haar baanbrekende werk ‘Amerikaans Imperialisme’ (1971) kennen, waarmee ze een krachtig statement maakte over het toen vigerende minimalisme. Dat minimalisme was, achteraf bekeken, ook een quasi exclusief mannelijke aangelegenheid, zoals de rest van de kunstwereld in die tijden. Het is trouwens één van de oorzaken dat haar werk te weinig bekend is. Mannen houden van vrouwen, maar niet als ze te krachtig zijn en tegenspreken. Dujourie bleef al die tijd hardnekkig aan haar oeuvre bouwen, consistent in zijn veelzijdigheid. Later maakte ik kennis met haar sculpturen van fluweel. Met vaak: rood, blauw en groen: de kleuren die de Vlaamse primitieven zo vaak bezigden, met alle symboliek van dien. Er is geen medium dat Dujourie onaangeraakt (video, fotografie, dia, papier, marmer, graniet, spiegel, gips, klei, fluweel, staal, papier-maché) liet. Ze is radicaal, zonder te kiezen. Ze schreef zich in geen enkele stroming in. Maar de hele kunstgeschiedenis zindert mee in haar werk. Of zoals ze zelf zegt: haar werk is de lichamelijke verwerking van alles wat ze in haar leven zag. Zonder hiërarchie.
Haar hele oeuvre wordt gekenmerkt door perfectie en sensualiteit. Zelfs als ze marmer of graniet gebruikt. Ik was zowel in het SMAK als in MuZEE totaal verrukt door een serie werken met papier, die ze begin jaren 70 maakte. Dujourie roept een hele wereld op door een aantal snippers uit tijdschriften aan een voor de rest lege muur te hangen. In Oostende is een reeks werken te zien die alleen uit bont gekleurde vellen papier bestaat. Ik moest aan Matisse denken, voor wiens Cut Outs ik vorige zomer in Tate Modern stond. Zo mooi en zo heerlijk intuïtief. Of is het schijn? Dujourie is een kunstenaar die alle tragedies van dit leven in een vorm heeft gegoten. Terwijl ze in veel van haar werken aan de kunstgeschiedenis refereert, en nooit over de emotionele content van haar kunst praat, word ik altijd totaal gegrepen en ben ik geroerd. Ik was, na twee zalen in het SMAK, al buiten adem. Ook omdat ik werken zag die zelden werden getoond. Als ik de schrijvers over haar werk lees, moet ik vooral buiten het werk kijken, en wijst de kunstenaar ons op de afwezigheid van de dingen. Maar dat is het nu net, dat haar kunst mij ergens ver van dat werk vandaan brengt. Met mijn neus op de feiten. Alleen de beste kunstenaars kunnen dat. Ik hoop dat SMAK & MuZEE haar oeuvre eindelijk de internationale renommée kunnen bezorgen die Lili Dujourie verdient. Volgens de curatoren leg je het bezoek best af op één dag, terwijl je van Gent naar Oostende rijdt. Waarmee je letterlijk in de zee stapt. De zee van Lili.
Jan Fabre. Stigmata. Acties & Performances. 1976-2013. M HKA, Antwerpen. Tot 26 juli.
Bouche B in het Muhka! Germano Celant, ja, de grote curator die ook een biennale van Venetië op zijn naam heeft staan, maakte een schitterend boek en een tentoonstelling over de acties en performances van Jan Fabre. De tentoonstelling, die uit het Maxxi in Rome komt, is werkelijk subliem. Op zo'n 100 tafels zijn alle acties van Fabre gedocumenteerd. Ertussen: beelden. Van Jan, met Jan, over Jan. Aan de muren: pakkende teksten die de praktijk van Jan duidelijk maken. Ik keek mijn ogen uit, want ik was 8 toen Jantje, die in zich in ’t geheim aan de Academie had ingeschreven, zijn eerste performances deed.
Zoals met zijn neus in het tramspoor meer dan vier uur het traject Groenplaats- 7de Olympiade laan afleggen. Of drie uur lang in de Amsterdamse hoerenbuurt de zin ‘L'art gratte au coeur de la vie!’ scanderen. Op video’s kan je de meeste van zijn performances bekijken. Ook de reprises ervan. Zoals Fabre die in een pak (met bolhoed) vol spijkers met schuurpapier zijn benen te lijf gaat. Tot bloedens toe. Jan is dan ook de krijger van de schoonheid. In zijn woorden: I will never betray beauty! Uit de film ‘Doctor Fabre will cure you’. En daar wil hij al zijn haar voor afscheren, de wolken meten, zichzelf in een pak van rundsteaks hullen en voor bloeden. Samen met Marina Abramomic bijvoorbeeld. Zij de virgin, Jan de warrior.
Ik vind dit één van de beste tentoonstellingen die ik ooit over Jans werk zag. Het wordt eens te meer duidelijk dat alles wat hij onderneemt in het theater of de beeldende kunst vanuit deze acties kan worden verklaard. En hoe hij als kunstenaar zich vooral door wetenschappers liet inspireren. Het is één groot zelfportret. Indrukwekkend en verhelderend. De perfecte voorbereiding op het 24 uur durende Mount Olympus dat deze zomer in première gaat en op 6 december in het Concertgebouw in Brugge te zien zal zijn.
Jef Geys. SMAK, Gent. Tot 6 september 2015.
In het SMAK is een heel bijzondere tentoonstelling met werk van onze hardnekkig zwijgende Kempenaar Jef Geys te zien. De man die ik nooit mag interviewen omdat hij daar niet van houdt. Maar ik ga beaat naar al zijn tentoonstellingen gaan kijken. Als hij ooit toehapt, ben ik een geïnformeerde vrouw. Twee jaar geleden maakte hij het Belgische Paviljoen op de Biennale tot een indrukwekkende ervaring. Heden in Gent. En ik ontdekte zo veel dat ik nog niet kende. Geys stelt er een stuk uit zijn enorme archief tentoon. In plastic mapjes aan de muur gehangen. En al zijn opbergmappen achter een bak plexi. Heerlijk zijn zijn dentellekes koffieonderleggers) in papier. Met kriebels en tekeningen over de actualiteit van de dag. Ze geven een onwaarschijnlijke inkijk in het denken van onze kunstenaar uit Balen, die ‘s ochtends bij een kop koffie zijn gedachten over de krantenkoppen uit De Gazet van Antwerpen, De Morgen of Het Belang van Limburg noteert. Prachtig is zijn plattegrond in gekleurde tape van het Museum voor Schone Kunsten aan de overkant van het SMAK. Nooit gerealiseerd, staat er op het kaartje.
Geys is een conceptueel kunstenaar die het leven omarmt. Zo blijkt uit al die documenten. En dan te weten dat deze tentoonstelling ontstond nadat Iris Paschalidis , hoofd collectie van het SMAK, na jaren geleden door Jef Geys uitgenodigd te zijn gewest voor een kop koffie, uiteindelijk naar Balen trok. Met een tentoonstelling als resultaat. En een nieuwe aflevering van Het Kempisch Informatiedagblad. Te koop voor 3 euro. Zo kennen we Geys weer.
Facing Time. Rops/ Fabre. Ropsmuseum en andere plekken in Namen. Tot 30 augustus.
Rops en Fabre, dat zijn vier handen op 1 buik. Wat Jan Fabre deelt met de meester uit Namen is die fascinatie voor eros & thanatos. In het Ropsmuseum, die heerlijke plek, gaat Fabre met zijn neus op de Pornocrates (met de naakte vrouw die een varken aan de leiband houdt) van Félicien Rops staan.
De combinatie van hun tekeningen is heel geslaagd. In de tuin buiten zit Jan in zijn bad. Hij bewaakt ook de citadel van de stad. En het dak van het theater. En hij nam het complete Maison de la Culture in! Maar een hoogtepunt is zijn installatie in de barokke Eglise Saint-Cloud. Ja, de kerk waar Charles Baudelaire het begaf! In 1866. Wellicht een inzinking ten gevolge van de syfilis waar hij aan leed. Maar op welke tegel gebeurde het? Lees daarom de roman Les Derniers Jours de Charles Baudelaire (1988, Grasset) van Bernard-Henri Lévy (in het kort: BHL) die op de opening zijn liefde voor zowel Rops, Fabre als Namen uitsprak en, stank voor dank, een aantal weken later een taart in het gezicht kreeg door ‘entarteur’ Noël Godin. Een mens moet er wat voor over hebben om elke dag als BHL door ‘t leven te gaan.
Inspirations. Dries Van Noten. Momu, Antwerpen. Tot 31 augustus.
Tienduizenden mensen bezochten sinds de opening op 12 februari de tentoonstelling waarmee Dries Van Noten een inkijk in zijn persoonlijke en artistieke universum geeft. Het is (maar ik zag Alexander McQueen nog niet in Londen!) de beste modetentoonstelling die ik ooit zag. Dat komt omdat het ook geen modetentoonstelling volgens het boekje is. En al zeker geen retrospectieve. Van Noten laat in zijn creatieve brein kijken. En daar hoort film, punk, etnografica van overal ter wereld, silhouetten van collega-couturiers (Chanel, Balenciaga, ...) en heel veel beeldende kunst bij. De Rothko uit het Boymans Van Beuningen in Rotterdam is subliem. Net als de werken van Thierry De Cordier, Yves Klein en Elisabeth Peyton. De presentatie van deze tentoonstelling is trouwens uniek. Niet te missen!
Stephan Vanfleteren. Fotografiemuseum, Charleroi. Tot 6 december.
Van Fleteren heeft iets met Charleroi. Hij bezocht le pays noir lang geleden al als persfotograaf en hij geraakte in de ban van de bizarre mix van verval maar ook van de overlevingsdrang van de Caroliens. In opdracht van Mons 2015 trok Van Fleteren opnieuw naar Charleroi. Hij ging er op zijn favoriete terril zitten, dronk pinten met de locals en maakte een serie ijzingwekkende portretten. Van mensen en dingen. En van kleine mensen vooral, die de stad van burgemeester Paul Magnette, onlangs in een hevig gevecht met de winnaar van World Press Photo verwikkeld, doen leven in zijn grauwheid. Het boek is prachtig: Il est clair que le gris est noir. Bij Hannibal.
The Flat Field Works. Andrea Zittel. Midddelheim Museum, Antwerpen. Tot 27 september.
De Amerikaanse Andrea Zittel denkt na over hoe wij ons in de ruimte en in een samenleving gedragen. Toen ze in New York aankwam was ze zo arm dat ze met een aantal platen een mini-onderkomen voor zichzelf creëerde. In dat werk zit de crux van haar hele oeuvre. Ondertussen woont en werkt ze in Joshua Tree Park en verdient ze genoeg om een hele ploeg aan het werk te houden. Haar werk zit tussen kunst en design in, want Zittel maakt ook tapijten en gebruiksvoorwerpen. Maar altijd gaat het over de sociale rol die kunst kan innemen. Voor de Hortiflora maakte ze The Flat Field Works. Het lijken lage sokkels waarop doorgaans kunst wordt geplaatst, maar er staat niets op, want je mag er zelf gaan op zitten, gitaar spelen, lezen, … in het Braempaviljoen is een sublieme presentatie te zien met tapijten en werk op papier.
Pass. Mullem, Huise, Wannegem-Lede. Tot 5 juli.
Kris Martin en Jan Hoet Jr. maakten een verrassende tentoonstelling in een stukje bucolisch Vlaanderen, even af de N60 die naar Oudenaarde leidt. Mullem is ook het dorp waar Martin woont. Neem je fiets mee of trek stevige schoenen aan voor een artistieke wandeling, met een paar beestig goede werken onderweg! Subliem was de blauw geschilderde balk (Über-Nacht) die Thierry de Cordier in het altaar van een kerk ophing. Net als de bijbels die Pascale Marthine Tayou in houten koranstandaarden legde. En de werken van op papier van David Claerbout (zo weten we weer wat een uitstekende tekenaar hij is!) in een sacristie. Tussen miswijn en kazuifel. Zoek de sculptuur van Michael Borremans in een kapelletje. Indrukwekkend is de betonnen kubus die Mattieu Ronsse ergens in ’ t veld neerpootte. Binnenin is ’t alsof je zijn atelier binnenstapt. Nog straf: Bag drop & Fender van Joris van de Moortel, het werk van Adriaan Verwée, de serie van Dirk Braeckman, een foto van Tine Guns op de gevel van een kerk en een bronzen ad valvas-bord van Kris Martin zelf.
Liberated Subject: Present Tense. Stichting De 11 Lijnen. Oudenburg. Tot 11 juli. Alleen op vrijdag, zaterdag en zondag. Of op afspraak. www.de11lijnen.com.
De 11 lijnen is een privé-stichting van twee artsen, die een hoeve uit 1690 met een prachtig uitzicht op de polders in Oudenburg lieten verbouwen door Alvaro Siza. In een aparte ruimte kan je deze bijzonder boeiende tentoonstelling bekijken die enkel werk van kunstenaars uit Afrika of de diaspora laat zien. Centraal staat een ensemble van de in 2002 overleden Zuid-Afrikaan Ernest Macoba, die in 1938 naar Parijs trok en zelfs lid van Cobra werd (en waarover ook een kunstwerk gaat in het Begisch paviljoen op de Biennale van Venetië) Daarrond: werken van de generatie na Mancoba. In veel werk komt de identiteitsvraag aan bod, net als nationalisme, kolonialisme en globalisering. Schitterend is een film van een paar minuten van de Marokkaanse Française Yto Barrada. Ook het werk van Jack Whitten is bijzonder. Ik viel als een blok voor een schilderij van Lynette Yiadom Boakye, van Ghanese afkomst en vanaf begin juni te zien in The Serpentine in Londen.
Nog een ontdekking zijn de werken van Portia Zvavahera (Zimbabwe) en Nicholas Hlobo (Zuid-Afrika).
Ze gaan wonderwel samen met het werk ‘Black diamonds’ van de bij ons welbekende Pascale Marthine Tayou (Kameroen) - nog tot half mei in The Serpentine - , dat verwijst naar de handel in bloeddiamanten, een schilderij van Marlene Dumas en één van Julie Mehretu, de diplomatieke koffers van Mechac Gaba, werk van Theaster Gates en Robin Rhode. Een ontdekking. En by the way: werk van Whitten en Barrada is ook te zien op Atopolis deze zomer in Mons!