Ik kijk er niet naar uit om de hele avond thuis te zitten, maar “een terrasje pakken” wil ik ook niet. Ik ga naar de film in een bioscoop waar ik nooit eerder een film heb gezien, de Balie. Een beetje een pretentieuze tent waar ik me nooit echt op mijn gemak voel. De laatste keer dat ik er at, was het eten magnetronlauw en checkte mijn date elke tien minuten zijn telefoon. Een perfect moment en uitgekozen plek om er daar een punt achter te zetten. Nooit meer naar toe te gaan.
De stoep wordt verbouwd, het terras is voor de vorm in het zand gezet, tussen de ijzeren schotten. Of mensen hebben er zelf stoelen naartoe verplaatst, alles om maar buiten gezien te worden. Om de laatste tien minuten voor de film door te komen, bestel ik koffie en een veganistische kokos-abrikoos-dadelreep, omdat die met chocola op was.
Terwijl de barman mijn koffie zet, kijk ik het café rond. Het is rumoerig, maar niet druk. In de hoek omhelst een vrouw een man die net binnenkomt. Naast hen zit een vrouw driftig op haar telefoon te tikken, met een glas witte wijn op tafel. Daarnaast zijn twee mannen verwikkeld in een schaakspel, het lijkt erop dat het potje bijna is afgelopen. Weer een tafel verder zie ik een man zitten met een boek, diepe frons tussen zijn wenkbrauwen. Hij doet alsof hij helemaal verzonken is in zijn boek, maar zijn biertje is nog onaangeraakt, dus hij moet die pas net besteld hebben. Het is een prototype literaire man, een die een uitnodiging voor het boekenbal zou weigeren, alleen om daar met gespeelde tegenzin toch te verschijnen. Zijn frons verschuilt hij onder een ronde bril, boven een rode baard. Hoe lang zit hij hier al? Waarom zit hij hier op dit tijdstip, vrijdagavond, net na etenstijd? Wat is er mis met zijn balkon op vier hoog aan de Jan Pieter Heijestraat? Drugs in het Derde Rijk heet het boek dat hij leest. Het gaat over de drugsverslaving van een van de meest dodelijke dictators ooit, zoek ik later op. Misschien toch geen boekenbalmateriaal. Of juist daarom boekenbalmateriaal.
Mijn koffie is klaar, ik loop de bioscoopzaal in. Twee uur later loop ik de zaal weer uit, de hal is gevuld met mensen die zich vermoedelijk gaan vermoeien met netwerken, de mannen dragen gekreukte overhemden en de vrouwen hebben kapsels die na het fietsritje hiernaartoe zijn uitgezakt. Nee, ze zijn te oud om te netwerken, misschien is dit gewoon een typische Balie-vrijdagavond, iedereen op een warm kluitje. Ik waag een blik richting het café. Tussen alle mensen door zie ik dat de tafel van de man met de ronde bril en de rode baard leeg is. Groot gelijk.