Even wuiven misschien? #paleisnoordeinde #balkonscene (bij Paleis Noordeinde)
seen from United States
seen from Mexico
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Portugal
seen from Taiwan

seen from Singapore

seen from United States
seen from China

seen from United States
seen from United States
seen from China
seen from United States
seen from Türkiye
seen from United States
seen from Russia

seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States
seen from Indonesia
Even wuiven misschien? #paleisnoordeinde #balkonscene (bij Paleis Noordeinde)
Reallife Romeo
Het was half twee 's nachts en hij wilde me per se vanavond nog zien, zei hij, ietwat jammerend door het bier, aan de andere kant van de lijn. “Oké, een ultimatum: ik fiets nu in een kwartiertje naar huis. Als je me dan onderweg nog niet tegengekomen bent, ben je dus te laat,” stelde ik geïrriteerd. Een kwartier later stond ik – weliswaar met m'n muts nog op en m'n jas nog half aan – in m'n slaapkamer: hij had het duidelijk niet gehaald. Plotseling hoorde ik hem op z'n hoopje schroot onze straat binnen tuffen. Ik deed het gordijn open en seinde met het lichtje van m'n even schrootachtige HTC. Hij lachte en zo bleven we een paar minuten staan. Voorzichtig opende ik m'n balkondeur en stapte de nacht weer in. “Hoi”, fluisterde ik, licht in paniek, “we moeten stil zijn want m'n ouders hebben enkel glas op zolder – die horen alles.” “Maar die slapen, toch?” antwoordde hij, terwijl hij van z'n scootertje afstapte. “Ja. Nee. Weet ik niet. M'n moeder zit nu waarschijnlijk rechtop in bed, haha.” Hij gniffelde en ik lachte als een boer met kiespijn met hem mee, want dat was zeer zeker het geval, wist ik. Hij liep richting de voordeur, ik moest over de balkonrand leunen om hem te kunnen zien, “Wat doe je?” vroeg ik. “Kan ik hier in klimmen, denk je?” en hij greep de regenpijp beet. “Nee, NEE,” ik probeerde zo hard mogelijk te fluister-schreeuwen, maar hij had z'n scooterhelm nog op. Onder onheilspellend gekraak klom hij als een aap in onze plastic regenpijp. Z'n helm kwam al, over de rand van het balkon heen, in zicht toen het gebeurde: met een oorverdovend rumoer schoot de regenpijp los van de muur en kwam, met aapje en al, naar beneden. Een oerknal doorbrak de zo zorgvuldig opgebouwde stilte; menig Belieber was er niks bij. Hoewel ik niet meer zachtjes hoefde te doen, trappelde ik op m'n tenen naar beneden. Met grote ogen kwam hij vanachter een hoekje tevoorschijn. Behalve dat hij in een soort shock verkeerde, had hij niks. Zijn rugzak had z'n val gebroken en hij had z'n helm bovendien nog op gehad. De regenpijp bungelde naast me en we lachten. – Totdat m'n moeder naar beneden stormde en in haar pyjama een “WATISDIT” brieste.