Hoe Reyna’s Nederlandse dochter toch vrede vindt met de Filipijnse keuken: “Dit is mijn moeders manier van zorgen”
Maandagavond 17.23 uur, hartje Alkmaar. Bij binnenkomst vliegt de condens dat nevelig opstoomt van de pruttelende potjes en pannetjes die op het gasfornuis staan je om de oren via de entreehal. Een weeïge geur van kruidig Filipijns avondeten kruipt je neusgaten in. Driftige sis-, sudder- en borrelgeluiden komen daarbij uit de achterkant van het huis vandaan, daar bevindt zich immers de keuken. Dan kijkt Reyna (53) met een grote glimlach op van haar wokpan vol met hete, witte mihoen: “Zo leuk dat je er bent! Alles goed? Ja, ruikt lekker, hè?”
Naam: Reyna Ipac-Taalman Geboortedatum: 20 februari 1967 Geboorteplaats: Bontoc, Mountain Province, Filipijnen Naam: Shaina Taalman Geboortedatum: 26 juni 1997 Geboorteplaats: Alkmaar, Noord-Holland, Nederland
Traditionele adobo van de Hollandse toko Of Reyna ook in het Noord-Hollandse Alkmaar geboren en getogen is, zoals haar dochter Shaina? Het scheelt maar een kleine 10.300 kilometer. “Mijn kookkunsten, die heb ik van mijn moeder geleerd. In Bontoc, een heuvelgebied in het noorden van de Filipijnen, daar woonden we,” vertelt ze terwijl ze de mihoenslierten om de spatels wikkelt en omhoog draait. Ze laat een korte stilte vallen, maar gaat intussen door met koken. “Zij is twee maanden terug overleden. God bless her soul,” zegt ze zacht.
Foto 1: Even een paar keer omroeren zodat de kruiden goed kunnen intrekken
“Vanavond maak ik traditionele Filipijnse adobo, volgens de manier waarop mijn moeder die bereidde voor mij in de jaren ‘70,” vervolgt Reyna. Het is een gerecht dat naar haar eigen zeggen meer Nederlanders zouden moeten eten, smaakvol en simpel. “Een halve kilo varkensvlees, het liefst van de toko, tachtig mililiter sojasaus, honderd mililiter wittewijnazijn, een scheutje ketjap manis, wortel, ui, hele zwarte peperkorrels, een schepje suiker en lekker wat laurierblaadjes.” Het geheime ingrediënt? “Kasayahan. Vrolijkheid”, verklapt Reyna grinnikend.
Foto 2: Een laatste snuf zout toevoegen... Bijna klaar!
De Filipijnse archipel bestaat uit meer dan 7000 losse eilanden, met 85 verschillende dialecten en wel 30 verschillende manieren waarop de adobo gemaakt kan worden. “Ik kan er ook niet met iedereen even goed communiceren, maar het gezellig samen eten met elkaar smelt de Filipijnen samen tot één hecht land.”
Een beetje Filipino in Nederland De eerste keer dat zij met haar toenmalige man Jan (reeds overleden in 2005) een Nederlandse verjaardag bezocht, kwamen de muren op haar af. “Een klein schaaltje chips voor het hele gezelschap? Eén piepklein taartpuntje per persoon? En jullie zijn een welvarend land? Nee, nee, nee. Ik was kamayans gewend! Gigantische, kleurrijke feestbuffetten uitgespreid over bananenbladeren midden in de woonkamer, vol fingerfood waar iedereen van kan eten, de hele dag lang!”
Foto 3: Filipijnse adobo geserveerd met witte rijst
“Kainan na!” Oftewel ‘eet smakelijk,’ zegt ze opgewekt terwijl ze de de kookpitjes uitdraait en voor het hele gezin opschept. Reyna kookt voor zichzelf nog altijd Filipijns en kent alle Aziatische toko’s in omgeving Alkmaar als haar eigen linkerbroekzak. Daar haalt zij exotische fruit-, vis- en groentensoorten die een standaard buurtsuper op de hoek van de straat niet verkoopt. “Bij de toko haal ik grote tijgergarnalen, bangús – melkvis in het Nederlands –, chayote, durian... Heb je wel eens de vrucht van een durian gezien? Die lijkt op een grote groene egel! Een libidoverhogende groene egel. Dat zeggen ze dan, op de Filipijnen,” voegt ze er ietwat nerveus lachend aan toe. “Maar zo kan ik mij gelukkig nog steeds een beetje Filipijns voelen in Nederland.”
Reyna is naast parttime hobbychef op zelfverklaard Michelinsterniveau, fulltime moeder van haar drie nog inwonende kinderen Shaina, Robert en Ayra – allen van een Nederlandse man. “Ik kook weliswaar nog altijd Filipijns voor mijzelf, maar de kids ontvluchten het diner vaak of koken iets voor zichzelf. Ik denk niet dat ik het stokje doorgegeven heb. Of liever gezegd de spatel,” lacht zij af.
Twee verschillende werelden Dochter Shaina (22) verklaart haar desinteresse in de Filipijnse keuken: “Tja. Ik associeer mijn Filipijnse bloed toch vooral met wat negativiteit dat er in mijn jeugd heeft afgespeeld. Zo werd ik vaak op de basisschool ‘dat bruine meisje’ genoemd, terwijl ik mij zo Hollands voelde als de kaasmarkt die hier in Alkmaar elke vrijdag staat. Ik denk dat ik daarom de Filipijnse keuken niet zo erg meer toelaat in mijn dagelijkse leven.” Shaina voegt daar nog aan toe: “Mijn moeder en ik verschillen in de keuken als twee werelden die lijnrecht tegenover elkaar staan, van ontbijt tot avondmaal. Mijn ontbijt bestaat uit een normaal Hollands broodje met – weetjewel – gebakken ei, kaas of pindakaas, terwijl m’n moeder nog wel echt naar een kom rijst met groenten of vis grijpt.”
Foto 4: Rijst, groenten, kruiden. Een typisch ontbijt van Reyna.
Foto 5: Brood met kaas of pindakaas en een glaasje zuivel. Een typisch ontbijt van Shaina.
Dat een doordeweekse dag in de Filipijnse keuken al om half 3 ’s middags begint is eerder norm dan uitzondering. “Ook hier zou ik de tijd dus niet voor vrij willen maken! Ik ga ‘s middags als ik vrij ben liever gamen met wat vrienden, of ik bestel ergens een goede lunch op het terras.” Niettemin spreekt zij de vraag of zij dan de gerechten van haar moeder niet lekker vindt, ondanks haar duidelijke terughoudendheid naar de Filipijnse cultuur, bliksemsnel tegen. “O, ik vind adobo op z’n tijd heerlijk!”, spreekt zij haast lyrisch uit. “Of een goede kare-kare curry. En ik zie mijzelf ook zeker nog eens Filipijns koken voor mijn vriend of voor vrienden zodra ik op mezelf woon. Het is alleen voor mij wat de Hollandse stamppot voor de familie Jansen is – maar dan met een vleugje negatieve associatie vanwege een rits aan racistische opmerkingen in mijn jeugd. Geef mij dan maar een spaghetti carbonara,” zegt ze. “Zolang ik het maar niet in m’n hoofd haal om vegetarisch te worden. Mijn moeder zou me vermoorden! Zij zou me denk ik nét zo hardhandig afslachten zoals het vlees uit de adobo vermoord is.” Kasayahan Ondanks de culinaire verschillen tussen haarzelf en haar moeder, waardeert zij bepaalde aspecten van de Filipijnse cultuur wel zeker. Er zijn zelfs aspecten waarvan zij zou willen dat de Nederlandse cultuur die een tikkeltje meer eigen maakte: “Voedsel verbindt mensen op de Filipijnen met elkaar. Het is een manier van zorgen, liefhebben, van dank uiten. Ik ben een tijdje depressief geweest, en mijn moeder vond het lastig om hiermee om te gaan vanuit haar achtergrond. Er rust namelijk een flink taboe op mentale gezondheid in grote delen van de Aziatische cultuur. Zo was zij nooit een ster in peptalks, maar schoof zij wel op haar eigen goedbedoelde manier verse noedels om de hoek van mijn slaapkamerdeur als ik moeite had met de dag. Dit is haar manier van zorgen,” vertelt ze. “In Nederland zijn we allemaal veel individualistischer, misschien zouden we – als we een eetcultuur hadden die niet alleen bestond uit een aangebrand gourmetpannetje met kerst – een stuk begripvoller en geduldiger zijn met elkaar. Ik denk dat wij als samenleving meters zouden kunnen maken als we net zoals in de Filipijnse cultuur gewoon eens rustig de tijd namen om uitgebreid met elkaar te koken, de dag door te spreken en daarna met z’n allen te gaan zingen en dansen in de keuken. Gezelligheid. Met als kers op de taart: gezellig met al je vrienden en familie rond een grote tafel te gaan eten.” “Kasayahan,” knikt Reyna instemmend toe. “Inderdaad, mam, kasayahan.”














