Een brasem uit het bos
Visresten in het bos
In de vroege lentemaanden struin ik graag door ons polderbos. In die maanden is de ondergroei namelijk nog dusdanig pril dat je de bodem kun zien. En op die bodem vind je soms de interessantste dingen. Zo vond ik onlangs nog een bunzingkaak, een schedel van een grote bonte specht en, heel opmerkelijk zo midden in het bos, een bijna compleet geraamte van een vis van formaat.
Terwijl ik de visresten in een plastic zak schraapte vroeg ik mij twee dingen af. Ten eerste: hoe kwam die vis daar? En ten tweede: van welke vis waren deze resten? Naar het antwoord op de eerste vraag kon ik slechts gissen -wie weet een lompe reiger die zijn buit had laten vallen- het antwoord op de tweede vraag viel te achterhalen. Dat zocht ik uit.
Determineren
Al sinds mijn kinderjaren ben ik gebiologeerd door het leven in de sloot. Bijgevolg ken ik letterlijk onze hele inheemse ichthyofauna uit mijn hoofd. Het was dan ook een koud kunstje, het formaat en de vorm van de kop spraken boekdelen, om vast te stellen dat het een grote karperachtige betrof. En bij ons in de polder ligt karper, zeelt of brasem dan het meest voor de hand.
Voor de hand liggen, telt alleen niet in de wetenschap. Daar heb je niets aan. Je moet zeker weten. En voor die zekerheid heb je bewijs nodig. En bij karperachtigen is het faryngeale kaakapparaat daar het meest geschikt voor. De vorm van het kaakapparaat en de bijbehorende tanden zijn namelijk uitermate geschikt voor determinatie. Ik mocht dus van geluk spreken dat er nog een faryngeale kaak in geraamte aanwezig was: ik had bewijs!
De visresten zijn zonder twijfel van een brasem. Daar laat de faryngeale kaak geen twijfel over bestaan. Bovendien komen het cleitrum, het preopercular en opercular sprekend overeen met die van een brasem. De resten gaan dus de collectie in als: brasem (Abramis brama, Linnaeus, 1758).
Vergelijkingsmateriaal
Een gedetermineerd skelet is uitermate geschikt als vergelijkingsmateriaal. Je kunt namelijk alle onderdelen heel makkelijk naast ander vondsten leggen. En vind je overeenkomende stukken, dan kun je die voorzien van naam. Tenminste als de skeletelementen genoeg soortspecifiek zijn. Weet je niet zeker of dat zo is, dan raad ik aan cf. voor de naam te plaatsen dat zo iets betekend als 'lijkt sterk op'.
Zelf heb ik aan de hand van het skelet twee fossiele vinstekels en een fossiele viswervel afkomstig van de Zandmotor kunnen determineren als lijkt sterk op brasem. Alles komt namelijk overeen. Qua morfologie en qua formaat. Zo vind ik op een dag een brasem in het bos en brasem op mijn zolder. Het moet niet gekker worden.
















