Op basis van waarnemingen aan 72 clusters van sterrenstelsels met de Amerikaanse Chandra röntgensatelliet en de Hubble ruimtesatelliet hebben sterrenkundigen nieuwe limieten kunnen stellen aan de mate waarin donkere materie reageert met zichzelf. De clusters, waarvan je er hierboven zes ziet, bestaan voornamelijk uit drie ingrediënten: sterren, gas en donkere materie. Als de clusters van sterrenstelsels met elkaar in botsing komen wordt het gas afgeremd, verhit het tot enorme temperaturen en gaat het röntgenstraling uitzenden (het paarse licht in de afbeelding), de sterren daarentegen blijven gewoon door bewegen, die hebben minder last van de afremming (de blauwe gebieden). De donkere materie in de clusters is niet zichtbaar, maar op basis van gravitatielenzen in en rondom de clusters kan men een indruk krijgen van de verdeling ervan. Ook donkere materie blijkt geen last te hebben van de botsingen tussen de clusters en gaat het ongehinderd verder. Door de waarneming krijgt men inzicht in de mate waarin de donkere materie reageert en wat het precies is: het reageert niet op gewone, zichtbare materie en het reageert minder op zichzelf dan men eerst dacht. De studie aan de 72 clusters bevestigd wat men eerder ook al had waargenomen in de bekende Bulletcluster, waar ook een gigantische botsing van vele sterrenstelsels aan de gang is. Bron: Chandra + NASA.