Animatiefilmtechnieken
Celanimatie is de traditionele en historisch gezien de populairste vorm van animatie. In een traditioneel bewegend stripverhaal is elk beeld met de hand getekend. Een heel mooi voorbeeld hiervan is de in 2000 als beste korte animatiefilm Oscar winnende Father and Daughter van de Nederlandse filmer Michael Dudok de Wit (°1953).
Cut-outanimatie of leganimatie is een animatietechniek waarbij er met in papier of karton uitgeknipte figuren worden geanimeerd. De (menselijke en dierlijke) figuren worden samengesteld uit afzonderlijke onderdelen (van ledematen of lichaamsdelen) waarbij ieder beeld (lichtjes) verschillend is van de vorige. De opeenvolging ervan heeft als effect dat een bewegende beeld van marionetachtige figuren ontstaat. Deze techniek is gebruikt in de meermaals bekroonde film van animator en tevens SABK Gent-docent Danny De Vents Zwemles. Voor mijn eindwerk Love for Ever aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Gent in 2011 heb ik ook deze techniek gebruikt.
Stop-motionanimatie, is een al heel lang bestaande filmtechniek waarmee speciale effecten in films kunnen worden gecreëerd nog ver voor er ook maar enige sprake was van digitale animatie. De opnames gebeuren frame per frame, waarbij telkens de houding van een figuur minimaal wordt gewijzigd voor de volgende opname van een frame waarbij dezelfde achtergrond wordt gebruikt. Voor een vloeiende bewegend beeld te realiseren worden 25 frames genomen per seconde. Een van de beste uitvoerders van deze techniek was de Duits-Amerikaanse animator Oskar Fishinger (°1900-†1967) met zijn in 1947 vrijgegeven, wondermooie ‘Motion Painting No1’ op muziek van het Brandenburg Concerto No3 van Johann Sebastian Bach.
Poppenanimatie is hiervan een toepassing waarbij men poppen in een 3D-ruimte beweegt en van iedere beweging een opeenvolgende reeks van 2D-beelden opneemt. Om praktisch goed te kunnen werken worden deze poppen opgebouwd rond een soepel te bewegen (meestal ijzeren) skelet zodat ze in een bepaalde pose kunnen worden gezet om een foto-/videobeeld te kunnen opnemen. Soms worden ze ook vastgemaakt aan doorzichtige touwtjes. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de filmpjes over het Japanse figuurtje Komaneko.
Klei-animatie is gebaseerd op het stop-motionprincipe maar de geanimeerde figuurtjes (en het decor) zijn van klei of plasticine gemaakt. Deze techniek werd vooral bekend door de figuurtjes Wallace en Gromit. Andere mooie voorbeelden zijn de animaties van Buurman en Buurman, Pingu en Bob de Bouwer. De figuren bewegen in een 3D-ruimte waarvan 2D-opnames worden gemaakt.











