Stephanie Jordan, de frisgroene fee van Tanqueray
Het is niet gemakkelijk om je als vrouw staande te houden in een mannenbastion als de wereld van cocktails en spirits, maar Stephanie Jordan is dan ook niet zomaar een vrouw. Wij mochten heel diep in de ogen kijken van Tanquerays kokette Global Ambassador, and lived to tell the tale.
We trekken haar zware trolley over de ruwe kasseien van de Antwerpse Groenplaats, terwijl ze achter ons aan wankelt op hoge hakken. Normaal is Stephanie er niet de persoon naar om een man om hulp te vragen – ze kan zelf haar boontjes wel doppen, thank you very much – maar haar rotatie van zes smaragdgroene kleedjes en tien paar frisgroene schoenen moet toch veilig op haar hotelkamer geraken.
Groen, naar de huiskleur van Tanqueray; één van de grootste ginmerken ter wereld, en met zijn 180-jarige geschiedenis ook één van de meest roemrijke. Tot voor kort was de levende legende Angus Winchester Tanquerays gezicht, maar de slimme, integere en gevatte Stephanie is klaar om in zijn voetsporen te treden.
“Het zijn gigantische voetsporen; ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet zo was”, steekt ze van wal, terwijl we lunchen in een restaurant naast het MAS. “Maar the simple fact is: het waren voetsporen... en ik draag hoge hakken. Als ik een vrouw had moeten opvolgen, was het waarschijnlijk moeilijker geweest. Maar ik ben nu de volgende, na een reeks mannen, die elk hun eigen persoonlijkheid hadden gesmeed, en om die reden aanbeden werden in het bartendersgild. Ik heb het gevoel dat ik nu mijn eigen identiteit kan opbouwen.”
Dat de bartendercommunity haar nu al op handen draagt, mochten we een paar uur eerder merken, toen ze jureerde op de Belgische finale van de World Class-cocktailcompetitie. Gekleed in een elegant, groen jurkje, haar donkere haar dat weelderig om haar schouders viel, en met hakken die nijdig op het podium tikten, is ze een bevallige verschijning die meteen imponeert. De deelnemers deden hun best om indruk op haar te maken; niet alleen met hun drankjes, maar ook met humoristische kwinkslagen.
Naar eigen zeggen heeft Stephanie ‘geen filters’ wanneer het aankomt op het uiten van haar emoties, en op alles wat de bartenders zeiden en deden, reageerde ze. Of het nu met een frons was, of ze wierp een aarzelende blik in het publiek, of ze schaterde het uit: meteen wisten de deelnemers waar ze aan toe waren bij Stephanie.
Dat die uitgesprokenheid haar in de problemen kan brengen bij haar werkgever, de multinationale drankengigant Diageo, neemt ze er graag bij. “We zijn geen familiebedrijf”, stipt ze aan, “dus we stellen jammer genoeg geen strategieën op die honderd jaar mee moeten gaan. Diageo wil een jaarlijkse winst, om te verdelen onder zijn aandeelhouders. En soms hebben de mensen die de beslissingen nemen, niet noodzakelijk een passie voor het product. Dan worden er fouten gemaakt. Ik houd me niet in om ze daarop te wijzen. I put my job on the line for it. Kijk: ik ben dan wel een werknemer, maar eigenlijk beschouw ik mezelf als een eigenaar. Diageo is mine. Ik bezit Diageo, en ik zal doen waarvan ik denk dat het goed is voor het bedrijf. En daarbij: wat is het ergste wat er kan gebeuren?”
Stephanies vader verbouwt wijn in de Bourgognestreek. Hij is een Colombiaan; haar moeder is een Engelse; ze is opgegroeid in Frankrijk, maar bracht ook veel tijd door in Colombia en op het paradijselijke eilandje La Réunion. Ze studeerde af aan de zakenschool van Lyon, en specialiseerde zich in het aftasten van nieuwe markten voor luxemerken.
Ze nam haar liefde voor wijn mee in haar nieuwe job, waar ze blijft hameren op terroir: de kennis van de omgeving, die bepalend is voor het karakter van een drank. “Mijn vader staat elke dag om zeven uur op om te gaan werken in zijn wijngaarden”, zegt ze. “Regen of wind, hagel of bliksem: het deert hem allemaal niet; hij zit altijd tussen zijn planten. Het eindresultaat van al dat werk komt in je glas terecht.”
“Nu, wanneer je het over gin hebt, praat je in de eerste plaats over een neutrale granenspirit”, gaat ze verder. “Maar waar komen die granen vandaan? In welke bodem worden ze gekweekt? De botanicals: we halen ze bij uitstekende leveranciers, uit Toscanië. Maar wie werkt er op het terrein; wie klopt de uren? Ik moet de mensen ontmoeten die dat doen, want als ik niet begrijp hoe de drank vanuit de aarde in de fles terechtkomt, dan gaat er iets verloren voor me.”
Stephanie ziet Diageo als een mooie springplank voor een rijkgevulde carrière, maar het is zeker niet het eindpunt voor haar. Ooit hoopt ze zelf enkele horecazaken te runnen. “Waar het hier voor mij rond draait, is hospitality”, besluit ze. “Ik werk niet in de wereld van spirits, of in die van cocktails, of in die van topbars; ik werk in de hospitalitysector. Mensen komen naar bars om iets te beleven; om ontvangen te worden. Of je nu een ober, of een bartender, of een chef bent: wat je moet doen, is ontvangen. En bij hospitality gaat het om mensen; daar draait het om voor mij. That’s the bit I enjoy the most.”














