De basics & Behaviorisme
Theorie:
De basics
Microniveau: Dat wat er in de klas gebeurt Mesoniveau: Niveau van de school. Dit heeft effect op hoe je op microniveau werkt. Macroniveau: Overheid. Dit heeft effect op de school.
3 Groepen:
Lerende: De leerling Instructie verantwoordelijke: Leraar/docent Aktoren: Omgeving/ouders
Didactisch handelen; instructie taak; De taak die je bedenkt. Hoe je de taak gaat overbrengen.
De leeractiviteit: De taak om een activiteit over te brengen op de leerling.(Luisteren, aantekeningen maken, schetsen enz. De leerling aan het werk zetten). Ieder heeft effect op elkaar. De micro-, meso- en macroniveau drukken op de manier waarop les gegeven kan worden.
Ontologie: Dat wat je ziet is waarheid. Epistemologie: Verwerken van kennis.
Kennis leidt tot activiteit -> Ontologie Activiteit leidt tot kennis -> Epistemologie ^Doen is weten
_______________________________________________________________________
Behaviorisme - Cognitivisme - Sociaal constructivisme +/-1950
Behaviorisme
Als kind ben je een onbeschreven blad. Hun vinden dat je bent hoe je bent komt door wat je is aangeleerd. -> Nurtior.
Al het gedrag is aangeleerd.
Leren is het ontstaan van observeerbare gedragsveranderingen.
Je leert alleen als het zichtbaar (voor een ander) is.
Conditionering: Belonen & Straffen
Klassieke conditionering: Stimulus – Respons Operant conditioneren: gewenste gedrag > beloning.
Gewenst gedrag vooral belonen. Negatief gedrag > negeren.
Positief aanpakken.
•Wat is voor de behaviorisme goed onderwijs?
Binnen het onderwijs staat de docent (de bekrachtiger) centraal. Jij als docent bepaalt de opdrachten, doelen, criteria etc. Jij bent verantwoordelijke.
Onderwijs vindt stap voor stap plaats. Na elke stap kan er een beloning plaats vinden. Onderwijs is doel gericht. Als docent formuleer je die doelen. Doelen hebben altijd te maken met observeerbare gedragsveranderingen.
Dit ‘moet’ er dan in zitten:
Lesdoel > Gedrag – leeractiviteit
(bv: aan het eind van de les kan de leerling….)
Kan toevoegen: Tijd – Materiaal – Techniek.
_________________________________________+ Lesdoel
Taxonomie > Het ordenen van leerdoelen
Creëren ^ Evalueren ^ Analyseren ^ Toepassen ^ Begrijpen ^ Herinneren
Lesmodel > Direct instructiemodel
Concreet je lessen vormgeven.
6 fase model:
0. Voor de les. Begin situatie verkennen. Alle gegevens die invloed kunnen hebben op de les weten en vast stellen van de les doelen.
1. De aandachtsrichter. Aandacht van leerlingen krijgen die wel gericht op de les is.
2. De kern van de les. Uitleg, de kern van je les is een goede uitleg geven. Theorie of instructie. 10-15 afwisselen. Actief luisteren, visueel maken van de inhoud. Denk stappen aangeven.
3. Controleren uitleg. Je gaat na of de begrippen/vaardigheden zijn overgekomen. Individueel aanspreekbaarheid. Iedereen krijgt de kans om mee te denken. Er moet sprake zijn van een veiligheid.
4. Opdracht geven ter verwerking/praktijk opdracht. Instructie geven. Het is pas een goede les als ze klaar zijn om het in de opdracht te verwerken. Geef de hoe en wat aan. Ook de beschikbare hulp aangeven. > Wat ze moeten doen als ze niet verder kunnen. Ook aangeven wat met de uitkomsten gebeurt: Het doel + aangeven wat ze moeten doen als ze klaar zijn.
5. Zelfwerkzaamheid. Docent loopt 3 rondes door de klas. Ronde 1 observeer je of ze aan de slag kunnen. Ronde 2 kun je inhoudelijke begeleiding geven. Door bijv. vragen te stellen. Ronde 3 verzamel je info voor de evaluatie.
6. Les evalueren. Verhoogt het leer rendament stil staan bij producten en proces evaluatie. Wat hebben ze gedaan? Maar ook hoe de les verloop ging. Deze evaluatie gebruiken voor de volgende les.
Praktijk:
Behaviorisme Bij deze theorie kwam bij mij als eerste het voortgezet onderwijs op. Hier ga je vaak ook stap voor stap een hoofdstuk aan. Hierna volgt dan een toets of een PTA die als een doel telt voor een leerling. Een goed punt is hier dan de beloning. Als leerling streef je dan voor een punt wat voor jou voldoende is. Zelf herken ik dit streven goed, zelf probeerde ik de stappen en lessen zo goed mogelijk te volgen zodat ik een hoog punt kreeg. Bij de lessen waarbij de lesdoelen duidelijk voor mij als leerling waren, was ook soms het 6 fase model te zien. Hier was de leraar altijd goed voorbereid voor een les en begon altijd de eerste les met het duidelijk maken van wat hij of zij ging behandelen voordat je een toetsing kreeg. De theorie werd altijd met beeld behandeld en er werden veel vragen gesteld aan de klas. Wel was de theorie altijd langer dan 10-15 minuten omdat de stof altijd in een korte tijd behandeld moest worden. Zo ging de les over in het maken van de opgegeven opdrachten, want alles wat je in de les afkreeg was geen huiswerk. Dit zie ik ook als een soort gedrag belonen. Het pakt positief uit voor de leerling. In de les was ook altijd voldoende tijd om vragen te stellen en die persoonlijk te kunnen behandelen. De leraar behandelde vaak ook deze vragen de volgende les om af te wegen of iedereen hier problemen mee had.
Het 6 fase model is een duidelijk model wat je als docent kan toepassen. Het is zowel voor jou als docent duidelijk als voor de leerlingen. Persoonlijk vindt ik de structuur van het model heel fijn en zie het ook goed werken bij lessen. Actief luisteren en 3 rondes lopen in de klas zie ik ook op stage veel gebeuren en probeer ik ook in de lessen toe te passen waar dit mogelijk is. Als docent vindt ik het ook belangrijk om de les te evalueren. Het geeft je inzicht hoe het voor jezelf ging maar ook bij de leerlingen. Zo kun je punten in je les verbeteren en aanpassen aan de klas die je voor je hebt. Hierdoor maak je het voor je zelf en voor de leerlingen een goede werksfeer.














