De pijn vreet aan haar langs de binnenkant
Aan de buitenkant elke dag weer die stralende glimlach
En iedereen maar denken dat ze dolgelukkig is
seen from United States

seen from Russia

seen from Italy
seen from Australia
seen from United States
seen from United Kingdom
seen from United States

seen from China

seen from Italy
seen from Germany

seen from United States

seen from United Kingdom

seen from Italy
seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from United States

seen from Singapore

seen from China
seen from China
De pijn vreet aan haar langs de binnenkant
Aan de buitenkant elke dag weer die stralende glimlach
En iedereen maar denken dat ze dolgelukkig is
Is mijn hoofdstuk afgesloten en heb je al een nieuw boek open gedaan?
HET STOPT MAAR NIET
Als het uit de verte naar hem kijkt, vanuit het raam, krijgt het kind het idee dat de vreemdeling misschien dood is, gestorven aan een wonderbaarlijke dood, zonder dat er iets gebeurd lijkt te zijn, zonder dat de dood een vorm heeft gevonden.
Hij houdt iets in zichzelf gevangen dat hij niet kan zeggen, loslaten. Omdat hij het niet kent. Omdat hij niet weet hoe je over de dood praat.
Zo is hij, eenvoudig. Als een soort plant.
Het heeft geen zin zich te verdedigen.
Het was al geen mens meer als de anderen. Het was een verklikker van mensen.