Misbaksels.
“Dit is mijn graalmoment, ik houd de scherf eerbiedig in mijn hand en ze lachen om me vanwege mijn belachelijke revelatie, want voor me strekt zich een hele heuvel uit, een tuimelend landschap waarin alles gebroken is, een lexicon van alle manieren waarop het mis kan gaan met potten. Misbaksels. Het is geen achteloze, maar een discrete afvalberg, het is een heel landschap van porselein.” - Edmund de Waal, de witte weg(2015).
“In 1875 onderzocht de op het Genhoes in Brunssum wonende baron de Négri een grote schervenberg op zijn terrein. Deze had een doorsnede van 10 meter en was 5 tot 6 meter hoog. Deze ‘heuvel’ lag op een huiswei, waar ook diverse pottenbakkersovens gevonden zouden zijn. Een dertigtal vondsten is geschonken aan het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap ten behoeve van het museum te Maastricht.” - Henk Stoepker, Waarom er geen B in Brunssum zit ...
mis·bak·sel (het; o; meervoud: misbaksels)
1 iets dat verkeerd is uitgevallen 2 mispunt
In de bus, al lezend in De Witte Weg. Plots staat het daar, ‘Misbaksels’. Voor mij een fascinerend woord, kenmerkend voor keramiek, voor klei. Een materiaal dat zich gemakkelijk laat vormen; door de handen van een kleuter, bewerken met een miret door een student, door de keramist laat behandelen met een glazuur... en soms toch nog zo onvoorspelbaar en eigenlijk ontembaar. Klei, keramiek, aardewerk, steengoed, porselein, potten... en Misbaksels









