Een dikke acht jaar na dit gesprek, begin ik te beseffen dat dit eigenlijk een groot keerpunt in mijn leven is geweest. Want hoe je het ook draait of keert: ik voelde mij toen een homo, en meer dan acht jaar later, kan ik met volle zekerheid zeggen dat mijn buikgevoel van toen mij helemaal niet in de steek gelaten heeft en dat ik effectief gewoon zo ben. Geen voorbeeldfuncties, geen gezever of bullshit, die enkel maar proberen te verdoezelen wat mijn moeder eigenlijk toen gewoon niet begreep (en wat ze diep vanbinnen misschien ook gewoon helemaal niet wou horen): ik bén een homo! Einde discussie.
Of ik daar problemen mee heb? Helemaal niet. Waarom zou ik me moeten schamen voor wie ik ben? Is de wereld dan werkelijk zo kinderachtig om mensen te beoordelen op vlak van liefde? Nogal hypocriet, toch? Want ouders zeggen constant tegen hun kinderen dat ze geen ruzie mogen maken met andere kinderen en lief moeten zijn tegen elkaar, ook als die andere kinderen een beetje anders zijn qua uiterlijk of karakter. Maar waarom gebeurt het dan wel bij volwassenen? Waarom is dit soort hypocrisie die nergens op slaat een deel geworden van onze maatschappij? Waar is het misgelopen? Wat is er gebeurd met ‘iedereen verdient een kans op een gelukkig leven’? Ik neem aan dat dat dan gewoon een idiote uitdrukking is van één of andere ongelukkige eenzaat, die net zoals mij misselijk wordt van dit soort achterbaksheid?
Maar goed, na dit gesprek is er nog vanalles gebeurd. Zo kreeg ik diezelfde dag m’n schoolrapport, wat jammergenoeg niet helemaal fantastisch goed was. Toen m’n ouders dat zagen, was het hek helemaal van de dam. Diezelfde avond kreeg ik dan ook het verwijt dat dat briefje gewoon een ziekelijke poging was om aandacht te krijgen, en ik hen gewoon om m’n vinger wou winden, omdat ik wist dat m’n rapport slecht zou zijn. Maar uiteraard was dat helemaal niet m’n bedoeling. Ik dacht die avond, toen ik het briefje schreef, zelfs niet meer aan dat rapport. Die opmerking raakte me dan ook wel. Kon ik nu echt geen twee keer nadenken dan voor ik dat briefje schreef?
Na dit laffe verwijt, moest ik ook enkele dagen later nog eens lichtelijk vernederd worden in het bijzijn van m’n zussen. Zij wisten nog immers van niks, en dat wou ik ook zo houden. Ze hadden er nu eventjes geen zaken mee, en dat is wat ik mijn moeder ook duidelijk gezegd had. Maar zij vond dat niet nodig, precies, toen we enkele dagen later aan de keukentafel zaten.
“Ik denk dat jullie trouwens nog iets moeten weten over Thomas.”
Ik schrik bij het horen van deze zin en kijk mijn moeder aan vol ongeloof. Dit meent ze toch niet?
“Nee, ze moeten dat niet weten, moeke.”, zeg ik lichtelijk gegeneerd.
“En waarom niet? We hebben hier toch geen geheimen voor elkaar? We moeten toch eerlijk zijn tegen elkaar?”
“Ik wil dat niet, moeke!”, reageer ik iets forser.
“Kom, uw zussen mogen het ook weten.”, zegt ze alsof het maar over een kleinigheidje gaat.
“Thomas dacht dat hij homo was. Hij dacht dat hij verliefd was op een andere jongen.”
Ik zak door de grond van schaamte en voel de ogen van m’n zussen op mijn gezicht branden.
“Maar we hebben daarover gepraat, en het was gewoon een misverstand. Hij was gewoon eventjes in de war. Niet?”.
Ze kijkt me aan met een vragende blik waarop een kleine glimlach te herkennen valt. Is ze nu werkelijk zo achterbaks? Probeert ze me nu écht te vernederen? Wilt ze op die manier iets duidelijk maken ofzo? Rot, voel ik me! Rot, omdat ik nooit mijn moeder dat briefje had mogen geven. Godverdomme!
Maar goed, ik wist eventjes niet meer wat denken daarna en heb een maand effectief proberen volhouden dat m'n moeder misschien gelijk had en heb effectief jongens proberen zien als voorbeeldfuncties, al had ik diep vanbinnen dus heel de tijd het vreemde buikgevoel dat wat m'n moeder me toen zei complete onzin was. Ik had het gevoel dat ze me niet helemaal begreep of het gewoon niet wou begrijpen, en het maar uit mijn hoofd probeerde te praten, om haar gedacht beetje op te dringen. Maar gevoelens...kan je nu eenmaal niet opdringen, vrees ik. En een buikgevoel dat stiekem zegt: "Thomas, luister naar uw hart en niet naar de mening van uw moeder!", ja...daar valt gewoon niet mee te discussiëren, denk ik. Of beter gezegd: dacht ik een maand later, toen ik het proberen alweer opgaf.
De jaren die volgden waren moeilijk, bijna ondraaglijk zelfs, maar vooral een periode van vele vragen en antwoorden die ik eerst zelf moest opgelost krijgen. Ik ben mezelf dus jarenlang als hetero blijven gedragen, met het gedacht van nog eventjes te wachten tot het geschikte moment alvorens het echt officieel naar buiten te brengen. Misschien gewoon wachten tot je effectief een vriend hebt gevonden waar je je ontzettend goed bij voelt. Dan komt de boodschap des te duidelijker over.
Maar hoelang ik het ook stil bleef houden -of beter gezegd: terug opnieuw stil probeerde te houden-: het mocht allemaal niet baten. Nogal logisch eigenlijk. Als je je als hetero gedraagt en nooit uit de kast komt, zal er uiteraard geen homo op je afkomen. Wat had ik dan gedacht?
Maar…dat was ook het probleem niet, eerlijk gezegd. Ik was namelijk simpelweg nog niemand tegengekomen waar ik me écht goed bij voelde. Natuurlijk wel goed als vrienden, maar nooit iets meer dan dat.
Maar zoals ik dus al zei: ik deed al de moeite om het voor mezelf te houden: ik sprak er nooit meer over, en als het onderwerp aan bod kwam, probeerde ik zo snel mogelijk van onderwerp te veranderen. Thuis liet ik ook niets rondslingeren dat in die richting zou wijzen. En op m’n computer was ik ook telkens voorzichtig met wat ik deed.
Maar…één dag maakte ik een grote fout. Een ongelofelijk stomme fout zelfs, waar ik normaal niet in zou trappen. Maar nonchalantie heeft me deze keer dik te pakken gehad.
Ik herinner het me nog levendig. Het was een zondag ergens in februari 2010, en de krokusvakantie was net voorbij. Ik was de hele vakantie thuisgeweest, maar had toen nog geen eigen laptop. En m’n eigen PC stond op kot in Leuven. Om die reden gebruikte ik dan ook tijdens de vakantie de laptop van m’n vader. Handig natuurlijk, want zo hoefde ik me niet te vervelen tijdens deze vrij saaie vakantie thuis. Ik kon filmpjes bekijken wanneer ik wou, ik kon op MSN wanneer ik wou en last but not least: ik kon zoveel op internet als ik wou.
In deze vakantie had ik zo weinig te doen, dat ik me op internet bezighield met vanalles en nog wat: Facebook, forums over themaparken –aangezien dat nu eenmaal mijn grote passie is- en…gay sites. Niks porno-achtig ofzo. Nee, gewoon enkele gay dating sites, waar je zoekertjes op kon plaatsen om in contact te komen met andere homo’s als vrienden of eventueel zelfs iets meer later.
Maar goed, op zondagavond ging ik dus met m’n zus naar Leuven, waar we samen op een appartementje van m’n ouders op kot zaten. Op het moment dat we daar net aankomen gaat mijn zus haar GSM. Ze neemt op en aan haar manier van praten, merk ik dat het mijn moeder aan de andere kant van de lijn is.
Ondertussen rol ik mijn valies naar m’n eigen kamer en leg ze op m’n bed. Op het moment dat ik de rits vastpak om alles uit m’n valies te halen, klopt m’n zus op de deur.
“Moeke wilt je even spreken, Thomas.”
Ik kijk haar vragend aan en denk bij mezelf dat ik helemaal niets vergeten ben. Of toch misschien? Ik neem de telefoon en m’n zus blijft in de deuropening wachten.
“Ja, dag, Thomas, is Caroline daar nog?”
“Euh…ja?”, reageer ik nogal verbaasd, aangezien ze Caroline net aan de lijn had.
“Zeg dan eens dat ze even naar haar kamer gaat en doe dan de deur eventjes dicht.”, vraagt ze op een vriendelijke manier, hoewel ik in haar stem al hoor dat er iets niet juist is.
Ik doe teken naar Caroline dat het eventjes privé is, en ze beter terugkeert naar haar kamer. Maar ze doet teken dat ze niet wil, omdat ze op haar GSM wacht. Ik laat me echter niet doen, aangezien ik al weet waarover m’n moeder het wil hebben, en ik doe zonder pardon de deur dicht.
“Ja, ze is weg…Is er iets?”, zeg ik met lichtjes trillende stem, aangezien ik al eigenlijk volledig snap wat er aan de hand is.
“Je zal wel al weten waarvoor ik bel, zeker?”, vraagt ze.
“Euh…nee?”, houd ik me van de domme.
“We hebben gezien dat je op nogal bizarre sites zat de voorbije dagen.
En plots…ben ik sprakeloos. Ik snap het niet. Hoe kon ik nu zo stom zijn om die browsergeschiedenis niet leeg te maken? Maar nog ongelofelijker: hebben ze mij nu werkelijk zitten controleren? Zegt ze nu werkelijk dat mijn ouders niets anders te doen hebben dan m’n internetgeschiedenis bekijken om te zien op wat voor sites ik zit? Heb ik dan werkelijk niks van privacy? Moet ik zoiets nu écht tolereren? Allerhande zaken razen door m’n hoofd aan 100 km/uur. En dat allemaal in één enkele seconde…
Er komt geen enkel geluid meer uit m’n mond. Dan slaak ik plots een zucht.
Wat een vraag, denk ik bij mezelf. Zou ik als hetero écht niets beters te doen hebben dan op zoekertjessites te zitten voor holebi’s?
“Als je homo bent, mag je dat zeggen, hé, Thomas. Wij zijn uw ouders. Wij gaan daar niet kwaad om zijn, hé.”
Goed geprobeerd, hoor. Me eerst jaren geleden ompraten omdat ze stiekem geen zoon als homo wilt, en dan plots gaan verkondigen dat je daar helemaal geen probleem mee zou hebben. Hoe hypocriet!
“Ja, ik ben homo, ja. Maar ik wou dat gewoon nog even voor mezelf houden.”, reageer ik.
Ontgoocheld, ben ik, om eerlijk te zijn. Zwaar ontgoocheld. Eerst en vooral omdat dit gesprek gewoon overloopt van de hypocrisie en ten tweede omdat ik het gevoel heb dat ik gecontroleerd wordt. Waarom juist? Geen idee! Respectloos! En wat me het meest ergert aan deze situatie is het feit dat ik op deze manier weer volledig buitenspel wordt gezet in m’n eigen leven. Want ik wou zélf aan m’n ouders kunnen vertellen dat ik wel degelijk homo ben. Ik wil zélf kiezen wanneer ik zo’n dingen zeg. Ik wil zélf beslissen wanneer daar het geschikte moment voor is. Maar dat wordt me blijkbaar niet gegund. Ik voel me zelfs lichtelijk vernederd.
“Waarom wou je dat voor jezelf houden, Thomas? Dat is toch nergens voor nodig. Maar goed. Ik wil alleen maar zeggen dat je niet op zo’n sites moet zitten. Dat zit vol mensen met slechte bedoelingen. Blijf daar gewoon weg. Ok?”
“Euh…ok.”, stamel ik lichtjes verbaasd.
“Goed, geef uw zus nog eens door.”, zegt ze dan, alsof er niets aan de hand is.
Ik keer terug naar de kamer van m’n zus en duw haar GSM in haar handen. Ik wandel snel terug naar m’n eigen kamer, sluit de deur en barst spontaan in tranen uit. Ik zet me aan m’n bureau, en neem een zakdoek om m’n tranen weg te vegen en m’n neus te snuiten, als m’n zus de kamer terug binnenkomt.
“Ik heb het van moeke gehoord. Wil je erover praten?”
“Ga weg, Caroline!”, zeg ik al snotterend.
“Thomas, je moet daarover praten. Je mag dat niet opkroppen, hé”, gaat ze verder.
“Ik wil er niet over praten nu! Laat mij gerust!”, reageer ik fel.
“Thomas, rustig. Als je problemen hebt met je homoseksualiteit, moet je daarover praten.”, zegt ze.
Euh…problemen met mijn homoseksualiteit? Say what? Ik heb het al een dikke 4 jaar eerder al helemaal aanvaard. Wat denkt zij wel? Dat ze mij beter kent dan ikzelf?
“Ik heb daar helemaal geen problemen mee, en bol het nu godverdomme af!”, roep ik.
Ze bekijkt me kwaad en doet de deur dicht. En die avond ben ik dan ook mijn kamer niet meer uitgekomen.