De Emotiestromen
- Zielsvlucht 1.5
=> Lees het vorige deel | Lees vanaf het begin
...
Op een dag was Brein hard aan het werken in de Schedel, wanneer plots er meer alarmen klonken dan gewoonlijk. Brein probeerde snel alle problemen op te lossen, maar het lukte hem niet. Elke knop dat hij indrukte maakte het enkel erger. Hij begreep niet goed wat er aan de hand was. Toen zag hij in zijn ooghoek een object in de controlekamer staan dat hij daar nooit eerder gezien had. Een nieuwe computer, met nieuwe schermen. Brein knipperde met zijn ogen. Dit had hij nog nooit meegemaakt. Hij stapte naar de nieuwe console toe en bekeek alle vreemde nieuwe hendels en toetsen. Brein wist niet waar de nieuwe instrumenten voor dienden. Hij durfde ze niet aan te raken. Hij keek naar één van de nieuwe roosgekleurde schermen.
"CODE ROOD." Las Brein.
Wat was dat nu weer? Was dit het ding dat alle problemen van vandaag heeft veroorzaakt? Brein dacht diep na. Zijn gedachten werden verstoord toen iemand op de deur klopte. Met één uitgestrekte vinger opende Brein de deur van de controlekamer. Hart stond in de deuropening.
"Brein?" vroeg Hart.
"Ik ben met iets bezig Hart." Zei Brein. "Ik heb nu geen tijd om een nieuwe droom over haar te verzinnen."
"Maar er is iets vreemd aan de hand." zei Hart.
"Wat dan?" vroeg Brein.
Hart wees naar binnen, naar de nieuwe console.
"Hoe lang sta je daar al aan de deur?" vroeg Brein achterdochtig "Was je door het sleutelgat aan het kijken?"
"Nee." Zei Hart.
"Hoe wist je dan dat dit ding hier stond?"
"Ik voelde het." Zei Hart.
Brein gaapte Hart aan.
"Ik voelde zonet het hele Gewelf veranderen. Er is iets groots aan de hand. Het hele Endoversum zal voor altijd anders zijn." Vertelde Hart.
Brein keek op. Dat was niet niks. Zoals altijd was Brein sceptisch over Harts woorden. Hij geloofde Hart niet meteen.
"Je voelde dat? Maar hoe weet je dat het echt gebeurt is? Heb je dan nog meer dingen in het Gewelf zien veranderen?"
"Nee maar-"
"Als je niets hebt zien gebeuren, hoe kan je dan weten dat er iets gebeurd is?" zei Brein.
"Ik voelde het gewoon. Het voelde heel belangrijk!"
Brein dacht even na. Het héle Endoversum voor altijd anders? Dat stond Brein niet aan. Hij had geen enkele reden om naar zulke conclusies te springen. Er was zeker iets vreemd aan de hand in de Schedel, maar dat was niet iets waar Hart zich mee moest bemoeien. Brein probeerde Hart af te wimpelen en hem terug naar de Ribbenkast te sturen.
"Wat het ook is dat je voelt, Hart," Zei Brein met een sarcastische klemtoon op het v-woord. "ik geloof niet dat het iets is waar je je zorgen om moet maken. Laat me even werken en dan los ik het zo meteen op."
"Het is wél iets waar ik me zorgen om moet maken." Protesteerde Hart. "Ik moet je helpen."
"En waarom denk je dat?" vroeg Brein.
"Ik denk het niet." zei Hart. "Ik voel het."
"Goed dan dat één van ons voor ons beiden denkt. Ik kan je verzekeren dat er niets aan de hand is."
"Voel jij het dan ook niet?"
"Ik voel niets." Zei Brein.
"Laat mij dan in jouw plaats voelen. Ik kan helpen het probleem op te lossen."
"Hoe kan jij helpen?"
"Ik voel wat er mis is!" zei Hart.
"Wat is er dan mis?"
"Dat weet ik niet."
"Blijkbaar voel je het dan niet."
"Ik voel het wel!"
"Volgens mij voel je helemaal niets. Je verzint het allemaal." Zei Brein.
Die laatste opmerking maakte Hart niet blij.
"Ik voel alles!" zei Hart boos. "En ik zal het bewijzen!"
Hij stapte de controlekamer binnen.
"Hé! Ik heb je geen toestemming gegeven om binnen te komen!" zei Brein.
Hij probeerde Hart tegen te houden, maar het sterke Hart duwde Brein omver. Hart stapte naar de nieuwe console, nam een stoel en zette zich er voor neer. Brein kroop weer overeind en keek bezorgd over Harts schouder.
"Pas op!" zei brein. "Blijf van alles af! Dit zijn erg technische en ingewikkelde instrumenten! Als je op een verkeerde knop drukt kan heel het lichaam uit elkaar vallen!"
Hart greep een willekeurige hendel vast en duwde hem naar voren.
"Nee!" riep Brein.
De alarmen stopten met loeien. De motoren stopten met draaien. De lichten gingen uit. Toen startten de motoren weer op en de lichten gingen weer aan. Er klonk geen enkel nieuw alarm. Brein keek verward in het rond naar de rest van de controlekamer. Hart had een grijns op zijn gezicht.
"Heeft het geholpen?" vroeg Hart.
"Alle problemen zijn opgelost." Zei Brein beduusd.
"Graag gedaan." Zei Hart.
"Hoe wist je dat je tegen die hendel moest duwen?" Vroeg Brein.
"Dat wist ik niet, Brein. Dat voelde ik."
Brein staarde Hart verward aan. Hart rolde met zijn ogen.
"Bijvoorbeeld, nu voel ik dit." Zei Hart.
Hij drukte op een knopje op het schakelbord. Een verre echo klonk. Het Gewelf verplaatste zich.
"En nu dit." Zei hij.
Hij draaide een schakelaartje om. Plots verdween de 'CODE ROOD' van het scherm. Een stroom van data werd nu op de schermen getoond. Hart lachte terwijl hij sneller begon te kloppen.
"Geweldig toch?!" zei Hart.
"Geweldig." mompelde Brein die niet goed wist wat hij er van moest denken.
Nu zat Hart hier de boel te bedienen in plaats van Brein. Dat vond hij maar vreemd.
"Ik denk dat ik begin te begrijpen waarom de console hier is." Zei Hart. "Ik weet wat de genen van ons willen! Ik weet wat we moeten doen!"
"Leg uit." Zei Brein.
Het enthousiaste Hart legde het uit. Brein luisterde naar Harts uitleg. Hij begreep er geen snars van. Het was een onlogisch verhaal vol gestoorde ideeën. Niets klopte. Gevoelens hier, gevoelens daar, maar geen greintje verstand.
Toen Hart klaar was met vertellen zei Brein: "Dat is onmogelijk. Dat kunnen we nooit doen. Dat kan niemand doen."
"Jawel het is mogelijk. Ik voel het." Zei Hart hoopvol.
"Ik bedien deze machine al voor meer dan een decennium." Zei Brein. "Het Lichaamsgewelf is geen wonderapparaat. Het kan niet alles doen. Het zou dit nooit kunnen doen."
"Je dacht ook dat ik die console niet kon bedienen." Zei Hart. "Maar toch lukte het mij. Ik voel dat het ons gaat lukken. Net zoals ik voelde op welke knoppen ik moest drukken."
"Wat als je je vergist?" vroeg Brein.
"Gevoelens vergissen zich niet."
"Natuurlijk wel."
"Brein, kijk."
Hart keerde zich tot Brein en opende zijn borstkas. Het schoof open als een gordijn. Daarbinnen zag Brein duizenden kleuren als watervallen door elkaar lopen. Het stroomde dwars door Hart heen.
"Wat doet dat daar?" vroeg Brein.
"Dat is wat in mij zit. Dat is hoe gevoelens er uit zien. Als levend water in alle kleuren van de regenboog!"
"Abstracte surrealistische materie." Zei Brein. "Zo'n stoffen zouden je alles kunnen doen geloven. Dat wilt niet zeggen dat het waar is."
"Elke emotie die door het Lichaamsgewelf loopt, loopt ook door mij." Legde Hart uit. "Zie je de rode stroom, Brein?"
Brein keek verder Harts lichaam in. Hij zag het. De rode kleur was veel feller dan alle anderen, het was overweldigend.
"Er is veel meer rood spul dan al de rest." Zei Brein
"Inderdaad! Dat rood spul is de krachtigste emotie van ze allemaal. Zo krachtig dat het elk probleem in het Gewelf eigenhandig zou kunnen oplossen!"
"Of veroorzaken." Zei Brein cynisch.
"Er is op dit moment te veel van deze emotie in het Lichaamsgewelf. We moeten er voor zorgen dat het een goede plaats krijgt. We moeten de emotie bevredigen om de Zelf verder te helpen, en ik weet hoe!"
"Of," zei Brein "we kunnen deze emotie gewoon weggieten in het Nachtland."
"Nee!" riep Hart geschrokken. "Dat mag je nooit doen! Hoe vaak moet ik je dat nog zeggen? Stop met zomaar emoties weg te gooien!"
"Als we ze in het Nachtland gooien zijn we er meteen vanaf." Zei Brein.
"Emotiestromen zijn in het Lichaamsgewelf voor een reden!" zei Hart boos. "Je kan ze niet zomaar negeren en ergens dumpen."
"Ze zijn nuttig, maar ze stromen snel in de weg en ze hebben de neiging om mijn apparatuur te ontregelen. Af en toe gooi ik er wat van weg. Ik heb daar nog nooit problemen mee gehad." Zei Brein.
"Dat is dan puur geluk. Een emotie zo sterk als deze mag je niet weggooien! Wie weet wat er dan gebeurt?" waarschuwde Hart. "Ik moet deze rode emotie bevredigen vanuit de Schedel. Daarom hebben de genen deze nieuwe machine hier gezet. Geloof je me?"
Brein dacht na. Uiteindelijk besefte hij dat hij niets van emoties af wist en hij kon geen reden meer bedenken voor Hart om er over te liegen.
"Ik geloof je wel Hart." Gaf Brein met moeite toe. "Maar ik begrijp je gewoon niet."
"Ach, dat komt wel." Zei Hart met een glimlach.
Hart sloot zijn borstkast weer.
"Je mag deze console bedienen als je wilt." Zei Brein zuchtend. "Maar van de rest van de schedel blijf je maar beter af."
Hart straalde, maar dan zakte zijn lach weg.
"Ik kan dit wel niet alleen." Zei hij "Ik heb nog nooit de controlekamer bedient. Ik heb je hulp nodig."
"Mijn hulp?" vroeg Brein.
"Ja! Natuurlijk, we doen het tezamen toch?"
Brein keek naar zijn broer die hoopvol voor de vreemde nieuwe console zat en hij dacht diep na.
"Eens zien." Zei hij.
Brein strekte een vinger uit naar de nieuwe console. Naar een klein hendeltje.
"Gewoon wat je voelt hè?" vroeg hij aan Hart.
"Ja. Gewoon wat je voelt." Zei Hart.
Brein sloot zijn ogen. Hij voelde. Hij voelde niets. Hij opende zijn ogen weer. Sloot ze weer. Opende ze weer. Hij keek naar het hendeltje. Hij keek naar het andere hendeltje naast dit hendeltje. Hij twijfelde tussen de twee hendeltjes. Hij trok zijn vinger terug. Hij keek twijfelend naar de volledige nieuwe besturingsmodule. Hij voelde helemaal niets. Hij had geen enkele reden om waar dan ook op te drukken, of waar dan ook aan te trekken. Hij wist helemaal niets over deze mysterieuze module. Zelfs als hij er over nadacht, wist hij niet wat doen. Hij zuchtte.
"Wat denk je Brein? Wil je me helpen?" Vroeg Hart nog steeds hoopvol.
"Natuurlijk wil ik je helpen." Zei Brein. "Maar ik weet niet hoe. Ik ken deze hele controlekamer van buiten, maar ik zweer dat dit ding er nog maar sinds vandaag staat en ik heb geen idee hoe het moet bedient worden. Enkel jij voelt hoe het moet."
Hart was zichtbaar teleurgesteld.
"Voel je dan echt niets?" vroeg hij.
Brein schudde zijn hoofd.
"Ik voel echt dat ik je hulp nodig heb. Ik ben niet zo slim als jou. Wat als ik iets verkeerd doe? Wat als er iets mis loopt." vroeg Hart.
Brein zuchtte diep.
"Je zal het alleen moeten doen Hart." Zei hij. "Als ik je hierbij help breng ik enkel het Gewelf in gevaar."
Hart keek sip. Nu begon ook hij onzeker naar de nieuwe module te kijken.
"Misschien weet Ziel er iets van af?" vroeg Hart zich luidop af.
"Nee!" zei Brein iets te luid. "Nee, Ziel zou niet moeten werken. Laat Ziel maar spelen, dan kan hem niets overkomen."
Hart keek Brein bedenkelijk aan, maar dan zei hij toch: "Ja, je hebt gelijk."
Voor een poosje zaten ze daar allebei. Hart keek twijfelend naar de console voor zich. Brein keek naar Hart. Brein besefte dat zonder zijn hulp Hart nogal ontmoedigd was.
"Hé, ik weet zeker dat je het op je eentje ook kan." Zei Brein. Hij wist het helemaal niet zeker, maar hij zag in dat hij Hart moest aanmoedigen.
"Ik wil je wel geloven Brein," zei Hart. "Maar ik voel iets anders."
"Maar ik weet het zeker, Hart. Je kan het! En zelfs als het je niet lukt, sluizen we dat rode spul gewoon weer weg naar het Nachtland. Er kan niets mislopen."
Hart keek Brein aan, in zijn ogen. "Meen je dat? Denk je echt dat ik het alleen kan?"
"Ja." Loog Brein. "Ben je dan niet het sterkste orgaan van het hele lichaam? Niets is voor jou te veel. Als je een heel lichaam kan aandrijven, waarom zou je dan niet tegen een simpele emotie tegenop kunnen?"
Harts glimlach kwam terug.
"Je hebt gelijk, Brein. Jij slimmerik."
De broers lachten het voorbij. Hart schoof naar het paneel toe en begon op zijn gevoel af op de knoppen te duwen.
"Ik laat me leidden door de goede dingen die ik voel," mompelde hart tegen zichzelf. "En ik negeer de slechte dingen die ik voel. Als ik dat doe zal het lukken."
Tevreden keek Brein toe terwijl Hart begon te werken. Voortaan zouden ze hier allebei zitten. Tot als die rode emotie afgehandeld was ten minste.
Brein keek naar een andere console, naar de algemene gevoelensmeters. Terwijl Hart het toestel bediende, begonnen de meters nu omhoog en omlaag te schieten.
"Dat rode spul heeft precies veel effect op de andere emotiestromen in het Gewelf." Merkte Brein op.
"Ja." Zei Hart. "Dat rode spul noemt Liefde."
Lees Zielsvlucht 1.6 : De Ziel














