Beter een pootje dan een pruik
Het is oudejaarsavond en ik wacht tot het twaalf uur is. Dan komen de knallen en daarna kan ik naar bed. Ik heb nooit gehouden van in de wacht staan.
“We hebben nog tien minuten”, zegt ze. Buiten is het licht. Ik heb zomerkleren aan. Alles wat ik nog had willen zeggen verdwijnt door de gum van Paint in mijn hoofd.
Ze ziet er leuk uit vandaag: spijkerbroek, gekleurde haren en supermooie aqua laarzen. Ik zeg er expres niets over. Ik wil niet kinderachtig zijn of opspringen bij het eerste de beste nieuwtje.
Eigenlijk ben ik vergeten naar haar blauwe duim te kijken vandaag. Misschien had ze nagellak op.
Ik verwacht eigenlijk veel belastende afrond vragen van haar en mijn strikdiploma. Ik zie erg tegenop. Overal in huis staan restjes, omdat ik opmaken haat. Ik begin liever aan een nieuwe fles shampoo of tube gezichtscrème voordat ze op zijn. De leegte zoekt de leegte niet op buiten mij.
“Ik heb het gevoel dat ik gefaald heb”, zeg ik. Nu verwacht ik mijn strikdiploma. Ze gooit er een neutrale ‘O, ja?’, uit. Dat moet wat geweest zijn tijdens haar studie met die ondervragingstechnieken aangeleerd krijgen. Zouden zij ook in een opnamestudio hun gesprekstechnieken moeten oefenen op klasgenootjes zoals ik dat moest?
Stug praat ik door en gooi alles eruit wat ik had willen zeggen, maar vergeten ben. Het is aardig stil. Ik probeer ervoor te zorgen dat het geen crematorium word in mijn huiskamer.
“Mag ik je mailen om een aanbeveling voor een particuliere therapeut als het bij die andere instelling niks word?” Het is mijn belangrijkste vraag van het jaar, durf hem bijna niet te stellen, maar heb het net toch gedaan. Door mijn hoofd schieten de opties die ik heb als ze nee zegt:
1. Ik kan altijd nog hulp aan mijn moeder vragen om te zoeken naar een goede therapeut.
2. Als die andere instelling mij niet aanneemt kunnen ze mij misschien altijd nog doorverwijzen naar een plek waar ik wel geholpen kan worden.
3. De vrouwelijke invaldokter bij de Dokter Tinus Huisartsenpraktijk kan mij misschien nog helpen als laatste optie.
4. Misschien dat mijn nieuwe psychiater die ik woensdag ontmoet nog een paar goede mensen in het veld kent.
Ik kan veel denken in een halve seconde (en nog meer vergeten.)
Ze knikt van ja! “Mijn email adres blijf ik gewoon houden. Je kunt mij mailen voor een doorverwijzing naar een particuliere psychiater en therapeut. De komende drie weken ben ik op vakantie, dus daarna kan ik je mail beantwoorden.”
OMG!! Ik maak in mijn hart een sprongetje naar de sterren. Ik vertrouw haar doorverwijzingen op een of andere manier.
“Ik hoop echt voor je dat je snel duidelijkheid krijgt.”
“Jij denkt dat die andere instelling mij kan helpen hé?”, vraag ik als ze opstaat om naar haar gehuurde auto te gaan. (Waarvan ik dan hoop dat ze die auto niet alleen moet huren om naar mij toe te rijden.)
“Ja, zeker. Zeker die vrouwelijke therapeut, en haar collega’s trouwens ook. Ik denk zeker dat ze jou daar goed op weg kunnen helpen.”
Alles in mij voelt dat ze het meent.
“Ik heb van die vrouwelijke therapeut les gehad. Zij kan je zeker helpen denk ik.”
Waaa OMG. Vandaag is zo erg niet meer. Die twee uur dat ik heb moeten wachten omdat ik de verkeerde tijd in mijn agenda had gezet vallen bijna weg.
Als ik de deur dichtdoe voel ik hoe moe ik ben. Ik doe een was, zet koffie en eet alle bokkepootjes achter elkaar op. Het matcht niet zo goed naast de bolognese chips, maar ach: dat moet ik lekker helemaal zelf weten.