Driehoeksverhouding
de driehoek de verhouding van 1 staat tot 2 2 staat tot 3 en , … 3 staat tot 1 geen cirkels hoeken, punten, die altijd naar de ander wijzen de ander de buitengesloten cirkel het derde wiel aan de wagen die - door de pudding heen starend zich hardop afvraagt waarom ze na twee weken in de hoek staan lijnrecht tegenover elkaar nog niet geil was terwijl hij de spanning in haar benen kon voelen haar benen vormden een scherpe hoek maar ze kon ze niet verder buigen zonder iets te breken zonder de verhouding met hem, met haar, te veranderen en hij ,… hij was oneindig gebogen over de keuze tussen twee gelijke hoeken













