Les 8: Drukwerk en drukken
In les 8 kregen we meer uitleg over verschillende soorten design, zowel op gebied van webdesign als op gebied van drukwerk.
Bij websites moet er rekening gehouden worden met een canvas. Dit is het canvas waarin afbeeldingen/informatie in wordt weergegeven. Het is dan ook het beste dat een canvas zich automatisch aanpast aan de grootte van het scherm waarop je de website bekijkt. Dit is responsive design.
Bij drukwerk is dit niet zo. Hier moet er rekening gehouden worden met de afmetingen. In drukwerk zijn er ook meer beperkingen, zoals bijvoorbeeld een vast formaat. Je kan in het midden van je designproces niet zomaar je formaat aanpassen, terwijl dit meestal wel kan in webdesign. Het voordeel dat drukwerk dan wel weer heeft, is dat er dan geen rekening moet gehouden worden met het variabele formaat.
Ik ga nu enkele termen uitleggen die werden aangehaald tijdens de les en die een veel breder inzicht geven over wat drukwerk allemaal precies inhoudt:
Fotogravure: Dit is een techniek die het mogelijk maakt om beelden om te zetten in analoge drukvorm en in diepte te graveren. Je kan dus bijvoorbeeld een afbeelding in een grondstof maken en de reflectie op een blad drukken. De keuze van papier heeft invloed op het eindproduct, maar is ook belangrijk wanneer het drukwerk wordt voorbereid. Het voorbereiden van een drukwerk noemt men prepress.
Druk- en of persdoorgang: Dit is een manier om (verschillende) kleuren af te drukken op een zelfde papier. Per keer dat er een kleur wordt aangebracht gaat het papier door de persdoorgang. Dit wil dus zeggen dat er bij een afbeelding die 4 kleuren drukt (bv. RGB), dat het papier 4x door de pers moet gaan om alle kleuren te bekomen.
Paskruizen: Dit zijn kruisjes op je papier die de drukker helpen om te zien hoe het drukwerk precies gepositioneerd moet zijn. Binnen de 3mm afwijking is het volgens de regels van de kunst.
Druk of persdoorgang: één keer door de pers gaan voor één kleur. Nog is voor een andere kleur,… Dus bij een afbeelding die 4 kleuren drukt (RGB), moet het papier 4x door de pers
Paskruisen: uitleggen (helpen de drukpers)? Binnen de 3mm drukken is het volgens “de regels van de kunst”
Uitflitsen: Dit is printen/drukken met een speciale printer, ook wel image setter genoemd. Vroeger werd dit gedaan op film. Nu wordt er gebruik gemaakt van ctp (computer to plate). Dit zijn drukplaten die de drukker monteert op zijn drukpers, dat het mogelijk maakt om documenten (zoals een pdf) te drukken.
Er zijn 4 belangrijke drukgroepen: Diepdruk, hoogdruk, zeefdruk en vlakdruk.
1. Diepdruk: Hier ligt het beeld verlaagd (diepdruk). Het beeld wordt uitgekrast uit een zink/koperplaat. Vervolgens wordt de plaat in zuur gelegd. Dit zuur gaat de zink/koper wegvreten en gaat dus uitsteken in de plaat. Het resultaat hiervan is een dunne koperen plaat waar het beeld verdiept in verzonken logt. Vervolgens moet er inkt op de plaat gedaan worden en moet deze ingewreven worden in de verdiepingen. Hierna moet de plaat terug proper gemaakt worden. De plaat zal terug proper zijn, maar de inkt blijft in de krassen zitten. Vervolgens moet het papier waarop je wil drukken vochtig gemaakt worden. Je legt de drukplaat op de drukpers en leg je het papier erover. Dit wordt dan met hoge druk door de pers gedraaid, waardoor het papier de inkt uit de krasjes van de plaat gaat opslorpen.
2. Hoogdruk: Dit werkt hetzelfde als een stempel en is een beetje het tegenovergestelde van een diepdruk. Hetgene wat je wil drukken ligt dus hoger. Stempels, linosnede en houtsnede zijn hier mooie voorbeelden van.
3. Zeefdruk: De drukvorm hiervan is een zeef. Die zeef kan bestaan uit oa. heel fijn gaas uit nylon of zijde, dat je opspant in een raam. Hier wordt dan de tekening van het drukwerk op gemaakt. De delen die niet gedrukt worden, worden afgedekt met vernis. Vervolgens gaat de inkt door de mazen van de doek drukken op plaatsen waar geen vernis hangt.
4. Vlakdruk: Ook wel offset genoemd. Hier verschilt de hoogte van het drukdeel niet met de hoogte waar niets op gedrukt moet worden. Dit is de meest gebruikte vorm van drukken (tijdschriften, reclamefolders,boeken,…), maar het heeft wel zijn beperkingen. Een groot voordeel is dat deze manier het mogelijk maakt om verschillende grijstonen en bijzonder fijne details weer te geven.
Een nieuwere techniek die iedereen wel kent is het digitaal printen, namelijk inkjet en laserprinten.
Inkjet: Bij inkjetprinten worden er in de printer minuscuul kleine inktdruppeldjes op het papier gedruppelt wat maakt dat je uiteindelijk een drukwerk geeft.
Laser: Laserprinten werkt heel anders. Als het blad door de printer gaat, wordt er poeder (toner) aangebracht op de plaatsen waar er geprint moet worden. Vervolgens wordt er met een laser over het poeder gescand. Dit laat de toner in het blad ‘branden’. Het voordeel van laserprinten is dat er meer gedetailleerd geprint kan worden. De inkt veegt ook niet zo uit als bij een inkjetprinter. Deze printers zijn grotendeels wel bedoeld voor consumenten die heel veel printen. Ze zijn dan meestal ook kostelijker in verhouding met inkjetprinters. Vooral als er in kleur gedrukt moet worden en er dus verschillende toners aan moeten worden gekocht.
Bij laserprinters is de technologische grens bereikt. Het is niet mogelijker om nog kwaliteitsvoller en beter te printen met een laserprinter dan dat nu al mogelijk is.
Het drukken van verpakking is zeer belangrijk voor de verkoop van producten. Het moet aantrekkelijk zijn voor de consument. Zo wordt de verpakking van chocolade bijvoorbeeld in 7 kleuren gedrukt. Bij de standaard 4 kleuren ziet chocolade er op een drukwerk niet lekker uit. Voor het realistisch te maken worden hier 7 kleuren voor gebruikt met specifieke bruintinten.
Veel verpakkingen worden dan ook gedrukt door middel van flexografie. Flexografie maakt het mogelijk om in grote oplagen te drukken en kan op bijna alle oppervlakken: metaal, plastiek, papier,…
- Bij mat papier heeft inkt de neiging om groter te worden dan bij glad papier (dit is belangrijk om te weten bij drukwerk)
- Niet alle inktkleuren werken hetzelfde. Blauwe inkt heeft bijvoorbeeld de neiging om meer te gaan uitlvloeien dan geel
- Brochures worden op gigantische vellen gedrukt. Achteraf worden die uitgesneden. Soms moeten zulke brochures in de juiste volgorde staan. Hier moet dus op gelet worden. De technische term hiervoor is impositie
- RGB naar CMYK kan in photoshop gedaan worden. Doe dit NIET. Deze omzetting is een stap in de prepress. Hier moet rekening gehouden worden met het papier, met de druktechniek en met de specifieke eigenschappen van de drukpers die alleen de drukker weet.
CMYK: cyaan magenta yellow keycolor
Dpi: printers en beeldsetters
Lpi: resolutie van de drukpers