#etnomanufaktura прадстаўляе новы крутыя рэчы! Ручная праца, якасныя матар'ялы - мы робiм #вышыванка кэжуалам. #dzv2015 Дзякуй малайчыне @vetta182 за фота
seen from United Kingdom

seen from United States

seen from United States
seen from China
seen from China
seen from United Kingdom
seen from Italy
seen from China

seen from China
seen from United Kingdom

seen from United States

seen from Malaysia
seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from United Kingdom

seen from Australia

seen from Israel
seen from Russia

seen from Russia
#etnomanufaktura прадстаўляе новы крутыя рэчы! Ручная праца, якасныя матар'ялы - мы робiм #вышыванка кэжуалам. #dzv2015 Дзякуй малайчыне @vetta182 за фота
Round-up van de afgelopen dagen - dag 22
Jawel, we zijn aan de helft en verder. En ik heb wat schrijfseltjes in te halen. Na een heuse kookmarathon, de schrijfmarathon?
Dag 22, waarop ik zwarte bonen heb gekookt om quesadilla’s te maken. En daarbij baseerde ik mij op dit recept van de blog Jonge Sla.
Een echte aanrader voor een buslading invités met lege magen. Want
#makkelijk (een 1/2 uurtje voorbereiding voor het snijden van de groenten, vervolgens op het vuur zetten en 2 tot 3 uur zachtjes laten koken zonder al te veel omkijken),
#steeds genoeg (je maakt meteen een grote pot zwarte bonen en je kan hiermee wel 8 tot 10 man van eten voorzien, of kleine porties invriezen om op drukke dagen een gerecht uit de magnetron te toveren),
#gezellig en informeel (je zet allerlei dips, sausjes, rauwe groenten en bijgerechten op de tafel en iedereen bedient zichzelf, denk guacamole, zure room, tomatenchutney, lente-uitjes, kerstomaatjes, wortelslaatjes, geraspte kaas, frisse venkel, pikante sambal),
#trending (streetfood, comfortfood, duurzaam alternatief voor vlees; het is maar hoe je het benoemt, feit is: bonen zijn weer helemaal hot en happening).
Let wel: een voorzienige meid of heer is er twee waard. Vergeet niet dat de bonen een nachtje moeten weken. En voor de kooktijd van de bonen moet je op 2 tot 3 uur rekenen. De totale bereidingstijd loopt zo gauw op tot 4 uur, waarvan je wel 2 uur aan iets anders kan besteden, in mijn geval - met frisse tegenzin - rode kool bereiden...
Aan deze groente heb ik reeds een stukje gewijd. Ik had afgelopen weekend ontzettend veel zin in knapperig verse rauwe rode kool met stukjes appel. Nadat ik 1/4 van een toch wel stevige kool verwerkt had tot een slaatje voor twee als lunch, had ik nog 3/4 kool te gaan. Volstaat om hier te melden dat ik een kwartje kool nogmaals tot sla heb verwerkt en een 1/2 rode kool heb gestoofd. Trouwens, die rauwe rode koolreepjes, opgewerkt met sesamolie, rijstazijn, sinaasappelschil en appel tot een slaatje, paste wonderwel bij de pittige en kruidige quesadilla’s.
En dan een korte terugblik op de voorbije dagen. Dag 18 was er rijst, paksoi en een vegetarische burger. De paksoi bereidde ik als volgt: de stelen losmaken van de ‘bodem’ van de paksoi en in hun geheel heel kort koken tot ze beetgaar zijn. Afgieten, spoelen met koud water, laten uitlekken en droog deppen met een keukenhanddoek. Vervolgens in de wok heel kort wat gember en look aanbakken, de paksoi toevoegen, en kort roerbakken. Afwerken met sojasaus, eventueel zout en peper toevoegen.
Over dag 19 kan ik kort zijn: toen heb ik mosselen met friet gesmuld in het ouderlijk huis. Tja, niet alle dagen zijn vis- en vleesloos.
Dag 20 bracht gebakken rijst met paprika en champignons. En bloemkool, maar later daarover meer. Dit is mijn favoriete manier om paprika klaar te maken: in reepjes snijden, goed mengen met een eetlepel olijfolie, zout en enkele geplette teentjes knoflook toevoegen (eventueel ook verse tijm of gedroogde Provençaalse kruiden), tenslotte alles overbrengen in een ovenschaal en in de oven op 200° gedurende 15 minuten laten garen. Af en toe omscheppen. Na 15 min in schijfjes gesneden champignon toevoegen en nog 5 tot 10 minuten in de oven zetten, tot de champignons gaar zijn en de paprikareepjes zacht.
Dag 21 - Opnieuw bloemkool. Met linzen waarover je hier meer kan lezen. Begeleid door fijne schijfjes wortel en selder, afgewerkt met sesamolie en gomasio.
Lunch dag 17
Vanavond is het tijd voor gemakkelijkheidshalvekost - vegetarische spaghettisaus van schoonpapa U. kant en klaar uit de diepvries - en zo besluit ik om een extra effort te doen voor de lunch. Zoals de laatste selderstengels uit het groentevak pimpen tot een slaatje, voor ze verwelken.
Ik open een bokaal kikkererwten, laat deze uitlekken, spoel ze met koud water en droog ze tenslotte in een keukenhanddoek. 1/4 hou ik opzij om een beetje hummus te maken; de overige kikkererwten vermeng ik met een eetlepel olijfolie waarna ik ze in één egale laag verdeel over een bakblik. Volgens Jenny Chandler (boek Peulvruchten) kan je kikkererwten roosteren in de oven op 200°C, wat een smakelijke snack geeft, of een krokante toets aan slaatjes kan toevoegen. Ik rooster de kikkererwten gedurende 30 minuten in de oven, waarbij ik ze om de 10 min door elkaar hussel. Het resultaat is niet helemaal geslaagd, een aantal kikkererwten vallen uiteen, andere zijn droog van buiten, en smoezig van binnen. Niet echt de krokante beet die ik mij voorgesteld had. Ik meng een theelepel olijfolie onder de erwten, en een theelepel Râs al hânout en zet ze nog een aantal minuten in de oven.
De snelderstengels hak ik in fijne reepjes, en meng deze stukjes met een scheut olijfolie, zout, citroenschil, en een eetlepel cranberries. Als laatste ingrediënt voeg ik de geroosterde kikkererwten toe.
Dag 16 (deel 2)
Laatste groenten in de koelkast: 2 preistengels. Samen met een restje tomatenpuree maak ik hiervan pasta met prei, tomaat en kappertjes.
Voor de volledigheid som ik eerst alle gebruikte ingrediënten op: volkoren pastaschelpjes - ui, in ringen gesneden - 2 grote tenen knoflook, gehalveerd en geplet met een groot mes - 2 preistengels, fijn gesneden - 1 el tomatenpuree - 10 kerstomaatjes, in kwartjes gesneden - een flinke eetlepel appelkappertjes, fijn gesneden - geraspte parmezaanse kaas - olijfolie, peper, zout, gemalen cayennepeper.
Zet een pot met gezouten water op hoog vuur om de pasta te koken.
Fruit de uiringen samen met de knoflookteentjes in een scheut olijfolie tot ze heel zacht zijn, en net beginnen te kleuren. Voeg de prei toe, een snuif cayennepeper, peper en zout en een klein beetje water. Laat de prei garen onder deksel tot hij beetgaar is. (Als ondertussen de pasta gekookt zou zijn, hou dan een kop - of alle - kookwater opzij!). Als de prei gaar maar nog knapperig is, kan je de eetlepel tomatenpuree toevoegen en goed onder de groenten roeren. Laat even stoven en voeg tenslotte een soeplepel kookwater van de pasta toe en meng dit met de groenten en de tomatenpuree. Je kan wat meer kookwater toevoegen als je meer ‘saus’ wil. Zet van het vuur, voeg de kerstomaatjes en de kappertjes toe, proef, en voeg indien nodig peper of zout toe. Werk af met de parmezaanse kaas en een scheutje olijfolie. De kaas zal de ‘saus’ doen binden.
Herfstrisotto
Laten we even een paar seizoenen terug in de tijd reizen.
De dagen donkeren, er valt al eens een stevige regenbui die niet langer verfrissend maar verkillend is, mist bedekt ‘s morgens het uitzicht vanuit je slaapkamerraam. De bomen worden kaler, de bloemen op je balkon hebben hun beste tijd gehad. En terwijl je de regendruppels op je raam aan het tellen bent en de verwarming een tel hoger draait om de koude uit het huis te verjagen, weet je: het is tijd voor een kruidige, diep oranjegekleurde herfstrisotto. Zo één met de eerste pompoen die je hebt kunnen scoren, met kaneel, kruidnagel en steranijs.
Vandaag maak ik deze risotto met de laatste pompoen die mij rest. Eén helft ervan gebruikte ik gisteren voor de curry, de andere helft gaat in de risotto. Ik gebruik geen kaas maar wel smeuïge pompoenboter om een romig effect te bekomen en een mooi oranje kleurtje.
Hoofdgerecht voor twee, voorgerecht voor 4. Reken op 1 kleine pompoen (of de helft van een grote pompoen), 1 ui of sjalotje, 1 teen knoflook, een stukje selder, 150g risottorijst, 1 klein glas witte wijn, 1l groentebouillon, 40g boter op kamertemperatuur, citroensap, olijfolie, kardemompeulen, kruidnagel, 1 steranijs (of venkelzaadjes), korianderzaadjes en 1 kaneelstokje.
De pompoen ontpitten en in stukken snijden. Doe de stukken in een kom met 2 el olijfolie, zout, peper, 1 tl gekneusde korianderzaadjes, 4 gekneusde kardemompeulen en - indien je venkelzaadjes gebruikt in plaats van steranijs - 1 tl gekneusde venkelzaadjes. Meng dit alles goed met je handen zodat elk stukje pompoen goed geolied is. Schep de stukjes in een bakblik of over een bakplaat in één egale laag en rooster de groenten in een voorverwarmde oven op 200°C gedurende 20 à 30 minuten.
Leg de basis van je risotto. Snij de ui, de selder en de look fijn. Zorg dat je bouillon heet is. Fruit de ui en de selder in 1 el olijfolie, voeg de look toe en laat nog even mee garen. Giet de rijstkorrels erbij, schep goed om op hoog vuur tot deze glazig worden en blus dan met de wijn. Zet het vuur wat lager, en - eens alle wijn quasi opgenomen is door de rijst - kan je nu soeplepel per soeplepel de bouillon toevoegen. Begin met één grote lepel van het vocht, die je samen met de anijs (als je die gebruikt), 2 kruidnagels en het kaneelstokje voorzichtig onder de risottorijst roert. Langzaam en constant roeren terwijl de bouillon net kookt, is de truc. Eens het vocht bijna helemaal opgenomen door de rijst, voeg je nog een soeplepel toe, enzovoort tot na 20 minuten de korrels beetgaar zijn. Blijf steeds al roerend goed de korrels masseren en laat de rijst niet droog worden.
Neem 2/3 van de geroosterde pompoenstukjes en meng deze onder de risotto, op een middelhoog vuur. De overige pompoenstukjes mix je samen met de boter tot een gladde puree. Haal de risotto van het vuur, en roer nu voorzichtig de pompoenboter onder de risotto, voeg naar smaak citroensap en zout en peper toe en zet het deksel op de pot. Laat even rusten voor je de risotto serveert.
Wintercurry
Zie dit recept zeker niet als een alfabet dat je foutloos van a tot z moet afhaspelen. Curry's zijn improvisatie. Sla eens f over en spring van k naar q, en zie waar dat je brengt.
Voor een vegan curry, voorzie je een aantal van deze ingrediënten.
De basis: een ui, een stukje gember, een of twee teentjes knoflook, fijngesneden. De currykruiden. Een mengeling naar smaak van volgende kruiden: gemalen koriander, gemalen komijn, gemalen curcuma, gemalen kaneel, gemalen kardemom, gemalen chili, gemalen gember. Neem van elke specerij 1/2 tot 1 tl, voeg naar eigen inspiratie een specerij toe, of laat er ééntje weg. Pas de hoeveelheden aan volgens de goesting van de dag. En natuurlijk zijn er ook de kant en klare currypasta's die de specerijen kunnen vervangen.
Wintergroenten. Exploreer je koelkast. Welke stukje groente ligt er al veel te lang te verpieteren? Welke knol wil je vermommen tot je zijn oorspronkelijke gedaante niet meer herkent? Of ga voor je favoriete wintergroenten in een fab combo. Bij mij werd het uiteindelijk 1/2 knolselder, 1/2 pompoen en 1 pastinaak. Maar onthou, werkelijk iedere groente komt in aanmerking!
300 ml groentebouillon en 200 ml kokosroom; ofwel 400 ml kokosmelk.
Olijfolie, peper en zout; eventueel tomatenpuree.
Serveren met rijst, of met kikkererwten of bonen.
De bereiding.
De pompoen snij ik in stukjes ter grootte van een part sinaasappel. In een kom vermeng ik deze met een scheutje olijfolie, gekneusde venkelzaadjes, peper, zout en chilipoeder. Verdelen in een bakblik in 1 egale laag met de schil naar onder. Roosteren in een voorverwarmde oven op 200°C gedurende 30 minuten of tot je vlot met een mes in de pompoen kan snijden. De knolselder en de pastinaak schillen, en in dobbelsteentjes snijden.
De kruidige basis van je curry. Fruit de fijngesneden ui glazig in een grote pan of kookpot. Voeg de look en gember toe, laat even meestoven, en voeg dan de specerijen toe. Laat even meestoven op middelhoog vuur, voeg dan een eetlepel tomatenpuree toe. Goed mengen onder de ui en de specerijen.
Dan volgen de groenten en de groentebouillon en de kokosroom (of de kokosmelk in de plaats van de bouillon en de room). Ik voegde eerst de knolselder toe, met de bouillon en de room, bracht het geheel tot aan het kookpunt, en liet de knolselderblokjes 5 minuten sudderen. Dan volgde de pastinaak, die minder lang moet garen. Eens de groenteblokjes zacht waren (via proefondervindelijk bijtonderzoek) voegde ik de geroosterde pompoen toe, en een half blik uitgelekte en gespoelde kikkererwten. Zorg dat de curry steeds blijft pruttelen als je iets toevoegt; zet indien nodig het vuur wat hoger. Proef, voeg eventueel naar smaak nog wat kruiden, peper, zout en/of room toe.
Eens je dit in de vingers hebt: improviseer!
En laat mij weten waar je bent uitgekomen.
Rauwe wintergroenten (dag 12)
Ik knabbel graag op dingen, en de rijkdom van zomers fruit, salades met verse rauwe groenten, panzanella's en aanverwanten kunnen daarom een waar festijn zijn.
Maar rauwe groenten = lente + zomer?
Helemaal niet, tot mijn eigen verbazing! Ik ontdek meer en meer wintergroenten die je rauw kunt eten, en die ik zelfs liever op die manier eet dan gekookt of gestoofd. Denk: knolselder, wortel, bieten, koolrabi, witte en rode kool, witloof, rammenas, postelein, spinazie en veldsla. En dan zijn er de die-hard kauwers die ook spruitjes en groene kool rauw tot zich nemen, maar zover heb ik mij nog niet gewaagd. Eerlijk, als je van oktober tot eind maart wekelijks een hoop knollen en kolen uit de groentenmand moet verwerken, dan is de optie "rauw" met aangepaste dressing een aangename afwisseling op gestoofd of geroosterd.
Onlangs vond ik dit recept van Otttolenghi. Simpel, helemaal afgestemd op de laatste wintergroenten, en toch wel een beetje chique door te gaan voor staafjes in plaats van geraspt.
Neem 1 grote biet of 2 kleintjes, 2 middelgrote wortelen, 1/2 selderijknol en 1 middelgrote koolrabi (3 van de 4 groenten werkt ook perfect voor deze salade van wortelgroenten). Voor de dressing heb je nodig: 4 el citroensap, 3 el sherryazijn (of appelazijn of wittewijnazijn), 2 tl fijne kristalsuiker en 4 el olijfolie. Afwerken met verse koriander en/of munt en/of bladpeterselie (of een mengeling van deze kruiden), en geraspte citroenschil.
De groenten klaarmaken voor de salade: schillen, in dunne plakjes snijden, die plakjes op elkaar stapelen en zo julienne (fijne staafjes) snijden. Een goede mandoline of foodprocessor kan dit werk wat verlichten. Doe alle reepjes in een kom met vers water en een scheutje citroensap. Zet opzij.
Dressing: doe de ingrediënten in een kleine pan, samen met een tl zout, en breng langzaam aan de kook; blijf roeren tot suiker en zout zijn opgelost. Neem de pan dan van het vuur.
Giet de de groenten af, dep ze droog in een schone theedoek en droog ook de kom. Vul hem opnieuw met de groenten, en de hete dressing. Meng dit alles goed, laat wat afkoelen, en zet de kom met groenten dan minstens 45 minuten in de koelkast. Vlak voor het opdienen kan je de verse kruiden, citroenrasp en gemalen zwarte peper toevoegen. Goed omscheppen en proeven of er eventueel nog wat zout of peper bij mag.
Dit heb ik geserveerd met quinoa, en savooikoolreepjes uit de wok met gember en citroen.
Let's talk knolselder (dag 11)
Voor mij is dit de lekkerste manier om doordeweeks knolselder klaar te maken.
Nodig: knolselder, 2 teentjes knoflook, tijmblaadjes, zout, peper, olijfolie en een scheutje water.
Schil de knolselder, en hak en snij tot je een hele hoop stukjes ter grootte van een dobbelsteen over houdt. Verhit 3 eetlepels olijfolie in een pot met stevige bodem. Doe hierin de knolselderstukjes met de look en de tijm. Kruid met een snuif zout. Roer goed om op middelhoog vuur gedurende 5 minuten (of tot de stukjes knolselder bruin beginnen te kleuren). Voeg dan enkele eetlepels water toe, zet het deksel op de pan en draai het vuur lager. Laat zo’n 30 minuten zachtjes garen tot de stukjes lekker zacht zijn. Af en toe even omroeren, eventueel wat water toevoegen. Je bepaalt zelf hoe zacht en smeuïg de knolselder mag worden, van beetgare stukjes tot half uiteenvallend tot regelrechte knolseldermoes.
Serveer met gekookte aardappelen of linzen, of een snede lekker brood.