Festivalzondag: Een botsing op het spoor
De vijfde en laatste dag van het festival waren we te vinden in Villa Klein Heumen voor een bijzondere boekpresentatie, die van Een botsing op het spoor geschreven door Joris van Casteren. Lotte Lentes droeg voorafgaand aan de presentatie voor uit eigen werk. Marcel Rözer leidde de middag. Er was een gesprek met Frank Westerman en natuurlijk met Joris van Casteren zelf. Programma gemist of herbeleven? Hieronder lees je het verslag terug van onze correspondent, Willemijn Kranendonk. Foto’s van Schulte Schultz Fotografie.
Maandagochtend 28 november 2016, het is nog donker, een trein rijdt van Nijmegen naar Roermond. Een moeder en dochter gaan met hun vijf honden op het spoor staan, één van de dieren weet zich los te trekken en overleeft de ramp. Dit is een uitzonderlijke gebeurtenis waardoor de samenleving een klein beetje ontwricht wordt. Het regent verontwaardigde reacties op Facebook, vooral over het noodlot van de honden. Het is, ondanks de volle zaal, stil in Villa Klein Heumen. De nabestaanden hebben zich vlak voor het podium verzameld, de hond die de ramp overleefde ligt op de schoot van zijn nieuwe baasje. Ik zit achterin de zaal en kijk naar de achterhoofden van het publiek, iedereen houdt zijn adem in. Op de muren van de villa zit stoffen behang waar je met je vingers figuurtjes in kunt tekenen.
Moeder Gerda en dochter Mireille leefden al jaren in afzondering. Ze zagen hun familie niet meer, haalden hun boodschappen om acht uur ’s ochtends in de hoop niemand tegen te komen en lieten hun honden uit als het nog donker was. In het huis werden nog zeven katten aangetroffen, in de woonkamer eindeloze stapels kattengrind, hondenvoer en wc-papier. Joris van Casteren, bekend van Het been in de IJssel en Mensen op Mars, heeft de gebeurtenis opgeknipt en elk afzonderlijk stukje een stem gegeven. De machinist komt aan het woord, de familieleden, de mensen in de trein, de dierenbescherming. Een reconstructie van dat wat er die koude novemberochtend gebeurde, met details die je alleen kan vinden in de werkelijkheid. Ik zou in het hoofd willen kruipen van de dochter, willen voelen wat zij voor haar moeder voelde. Ik ben iemand die zich steeds verder weg beweegt van mijn ouders en jeugd, alsof ik met elke stap die ik weg zet van hen, een beetje meer volwassen word. Bij Mireille en Gerda was dit, zo stel ik me voor, anders. Zij hebben elke keer een stapje dichter naar elkaar toe gezet en uiteindelijk besloten dat het beter was om samen uit de werkelijkheid te stappen. In het gesprek dat plaatsvindt tussen uitgever Frank Westerman en Joris van Casteren gaat het over hoe je de werkelijkheid moet vatten in taal. Een filosofische kwestie waar veel taalfilosofen hun hoofd over hebben gebroken. Want bestaat er een werkelijkheid zonder taal? En zo ja, hoe kunnen we die dan ooit begrijpen? Hoe kunnen schrijvers gebeurtenissen vatten in zoiets ontoereikends als taal?
Onderweg naar huis, ik stap in de trein naar Arnhem, kijk ik naar de voorbijrazende groene slingers, naar de Waal. Het boek ligt op het tafeltje voor me. Morgen is het maandag, overmorgen is het precies een jaar geleden. Ik sla het boekje open en lees: Each substance of a grief hath twenty shadows Which shows like grieve itself, but is not so; For sorrow’s eye, glazed with blinding tears, Divides one thing entire to many objects; - William Shakespeare, Richard II












