Onderwijs leert! Onderwijs innoveert!
Een beursvloer met meer dan 100 exposanten, meer dan 100 workshops, presentaties en keynotes. Dat was IPON 2013. Vandaag bezocht ik de IPON en hieronder tref je mijn verslag aan.
Een van de grootste, door onderzoek bewezen, voordelen van het gebruik van online leren middels video is dat leerlingen controle hebben over het tempo en de frequentie waarop de inhoud aangeboden wordt. Hiermee zijn leerlingen zelf in staat delen die zij niet begrijpen, of die verdere versterking nodig hebben, zo vaak als ze willen te herhalen. Daarnaast stimuleert het ook onderdelen waarin zij interesse hebben vaker te bekijken.
Steeds meer Nederlandse docenten besluiten met dit concept aan de slag te gaan. Jelmer Evers en Frans Droog van het Wolfert Lyceum zijn twee voorlopers op dit gebied. Ook Joost van Oort, docent geschiedenis op het Sint-Joriscollege in Eindhoven, is iemand die met het concept werkt. Hij heeft een veelbekeken YouTubekanaal. Bij Flipping the classroom gaat het niet per se om online video, maar veel meer om echt ‘leren’. Het mooie is dat dit concept ook niet zonder de docent kan, maar dat de rol van de docent verandert. Belangrijke voorwaarden zijn de pedagogische aanpak en didactische context. Met name in de didactische context is het mogelijk te focussen op interessante en uitdagende opdrachten die veel meer analytisch van aard zijn.
Olaf vertelde ook over de omgedraaide Taxonomie van Bloom, waar de focus ligt op creëren, evalueren en analyseren waardoor het leerrendement hoger is. Het pedagogisch model is van groot belang. De uitdaging zit ‘m er juist in om goed gebruik te maken van de tijd die je nu vrij hebt in je les. Het TPACK model is essentieel volgens Olaf. In dit model staan zowel vakinhoudelijke, pedagogische en technologische kennis centraal. TPACK staat voor ‘Technological Pedagogical Content Knowledge’: de kennis en vaardigheden die je moet hebben om ict in je lessen te integreren. Bij het ontwikkelen van een lesonderdeel moet je nadenken over wat je wil overbrengen (vakinhoud), op welke manier (didactiek) en met welke hulpmiddelen (ict).
Aan de slag, maar hoe? Olaf gaf aan om klein te beginnen. Begin met een simpele video opdracht die leerlingen zelfstandig kunnen bestuderen. Gebruik een bestaande video. Probeer de klassikale uitleg die je normaal in de klas doet in de vorm van een videoinstructie aan te bieden en het huiswerk te laten maken in de klas. (Met dank aan de website van Kennisnet.)
Mijn tweede workshop Virtualisatie met de cloud was een behoorlijke tegenvaller. Het was met name een commercieel verkooppraatje. Het zou over het Nieuwe Werken, de cloud, BYOD en virtuele desktops gaan. Laten we doorgaan naar de voorlaatste workshop van deze dag.
Windows in de klas was mijn derde workshop. De huidige technologische ontwikkelingen hebben invloed op onze werk- en leefomgeving maar ook op het onderwijs. Aan het onderwijs worden andere eisen gesteld. Docenten moeten beschikken over middelen waarmee ze effectief en aantrekkelijk les kunnen geven, wat past bij de leefwereld van de leerlingen. Alexander Woud van Switch ICT nam ons mee in de wereld van Office 365 voor het onderwijs. Een pakket met eenvoudige en gratis toepassingen. Maak het leren met dit pakket persoonlijk, integreer het volledig in het onderwijs en werk op nieuwe manieren samen. Gebruik Lync voor communicatie, gebruik de webapps om te creeren, mailen doe je met Exchange en samenwerken met de Share Point omgeving in windows 8. Via een demo konden we ervaren hoe dit werkt.
Mijn laatste workshop was de workshop die mij het meeste energie gaf. Namelijk de workshop Meester App gegeven door het Creative Learning Lab van de Waag. Na een korte introductie over wat de Waag doet ( o.a. Monstermedia, Pop-up video ) trapte Marieke van Osch af met een korte presentatie over Eduapp. De didactiek van apps was de overtuiging voor Marieke om met tablets te blijven werken. Marieke vertelde met name over de content betreffende de educatieve apps. Wat is er al? En hoe vind je deze? Wat is een goede app en hoe kan je deze inzetten? Dit is allemaal niet te vinden in een Appstore of in Google Play maar wel in Eduapp. Educatieve apps kunnen het onderwijs niet alleen leuker, maar ook beter maken. Daarom organiseert de Waag voor het Ministerie van OCW Meester App: de eerste nationale appwedstrijd voor het basisonderwijs. Iedereen wordt vanaf 18 maart opgeroepen ideeën en bestaande apps in te sturen op meesterapp.nl.
Na Marieke kwam Martin Kohl van Q42 een app-ontwikkelaar, een korte introductie geven over de kern van de app. Waar gaat het nu om. Hoe zorg je dat kinderen op een leuke manier kunnen leren via een app. Hij gaf tips van concept tot realisatie. Het is belangrijk je idee te schillen tot de kern en dit uit te groten. Dus de ui pellen, laten spelen, verfijnen. De drie stappen die belangrijk zijn tot het ontwikkelen van een educatieve app. Aan de hand van zijn ontworpen app Quento nam hij ons mee in de ontwerpfase van deze app tot de uiteindelijke oplevering. Hij tipte ons om op papier te beginnen en daar je idee uit te werken en dit vervolgens te delen aan diverse personen om zo feedback op te halen. Maak vervolgens een prototype en laat deze spelen zonder uitleg. Dan ervaar je via anderen hoe je app functioneert of niet.
Na deze ontmoeting met een onderwijskundige (Marieke) en een appbouwer (Martin) mochten we zelf aan de slag gaan. We kregen een groot tekenvel waarop een storyboard gemaakt kon worden voor een zelf te ontwikkelen app voor het primair onderwijs. Gezamenlijk werden vele ideeën omgewerkt tot een mogelijke app. Nu nog indienen voor de Meester App wedstrijd!











