Kennismaking met De Ambtenaar
Leopold is een jongen met rood haar, al noemt hij het zelf koperblond. Dat rode haar zit altijd strak in de gel. Zoals Leopold er altijd onberispelijk uit ziet. Hij draagt de duurste overhemden en de strakste designerbril die altijd fier op zijn neus prijkt. Maar, hij draagt ook vaak krokodillenlederen schoenen en gouden manchetknopen, wat maakt dat hij soms hopeloos de plank misslaat. Dat doet er verder niet toe, want Leopold zijn imago is tijdloos en dus niet onderhevig aan de laatste modegrillen.
Leopold is Leopold en dat zal altijd zo blijven. Hij blijft degene die het hardst om zijn eigen grappen lacht. Hij blijft degene die altijd met hartenlust mee praat in discussies over voetbal, maar diep van binnen eigenlijk niet goed weet hoe de buitenspelval werkt en twijfelt of Pelé nu een spits of een verdediger was… of misschien toch een keeper? Hij blijft degene die eens per jaar de miniatuurtreinenset van zolder haalt en samen met zijn vader het huis omtovert tot een waar spoornetwerk. Hij blijft degene die nog altijd moet huilen als hij denkt aan zijn goudhamster, Ed, en zijn pijnlijke dood, die zich voltrok toen één van zijn miniatuur- intercity’s op elektriciteit de hamster niet meer kon ontwijken.
Dat is Leopold. Maar Leopold is meer dan dat. Ook al voldoet zijn algemene kennis niet op alle vlakken, hij is bovengemiddeld intelligent. En dat weet hij. Maar al te goed. Leopold doet niets liever dan zijn intelligentie uitdragen. Niet zozeer om anderen wat te leren, maar des te meer om ze een poepie te laten ruiken. Er valt immers niet te sollen met Leopold.
Toch wordt zijn intellectuele talent door een andere karakteristieke eigenschap enigszins binnen de perken gehouden. Leopold is namelijk ook lui. Hij maakte netjes zijn school af. Had op de basisschool zelfs een klas overgeslagen, maar toch was hij al 26 toen hij de schoolbanken verliet met een diploma. Leopold had zich immers nooit zo bezig gehouden met de toekomst. Naar de toekomst kijken betekende namelijk nadenken wat wellicht tot handelen moest gaan leiden. Daar zag Leopold tegen op. Zijn aversie tegenover vooruitkijken, maakte een studiekeuze nog niet zo’n eenvoudige beslissing. Of juist wel. Eigenlijk deed Leopold maar wat. Commerciële economie dat klonk toch enig? Waarom niet, dacht hij. Maar na anderhalf jaar bedacht hij zich. Hij hield helemaal niet van rekenen, althans niet op deze manier. En Leopold keek omhoog. Hij wilde een man van allure worden. Met status. Leopold moest naar de universiteit. Hij wilde aanzien, hij wilde meester genoemd worden en kwam zo bij de studie Rechten terecht.
In werkelijkheid vond Leopold daar niets leuks aan. Lekker belangrijk, die rechten. Maar de universiteit had hem zo veel meer te bieden. Leopold legde zich een volledig jaar toe op een bestuurlijke functie in de zeilvereniging. Zeilen was immers zijn lust en zijn leven. Het gedeelte van het overstag gaan en je spieren in gang zetten was weliswaar niet echt zijn ding, maar de kalme momenten tussen door waren dat zeker wel. Dan lag hij in de zon, of in de schaduw wanneer hij al erg verbrand was, te luisteren naar het kabbelende water dat hem leek toe te spreken en hem hypnotiseerde. Leopold hoorde en voelde dan alleen de wind, het water en het bloemetjesligbed waar hij op lag. En verder niks. Heerlijk vond hij dat. In dat bestuursjaar ging het er echter niet altijd zo rustig aan toe. De nodige vaasjes en fluitjes werden door Leopold naar binnen gewerkt. Hij leerde wel organiseren. En hij hoefde niet naar college. Hij kon gerust uitslapen tot half drie ’s middags.
Maar de tijd haalde Leopold in, voordat hij het wist en uit zijn zeilhypnose was ontwaakt, stond hij met zijn diploma onder de arm op de stoep van de universiteit. Hij moest een baan gaan vinden. Dat beangstigde hem in het begin. Leopold was diep van binnen niet zo’n zelfverzekerd mannetje en nog altijd lui. Hij stelde werken, wat hij koppelde aan verplichtingen (waar hij een hekel aan had) nog even uit. Hij moest nog even aan het idee wennen en wilde geen gezeur aan zijn kop. Dus ging Leopold reizen. Een heel jaar lang was hij op weg van Hong Kong naar Bangkok en van Helsinki naar Lima. Van Zürich tot Johannesburg, hij was er geweest. En weer weggegaan. Geen land had hem weten te overtuigen te blijven. Dus zette Leopold weer voet op Hollandse bodem. Om een baan te zoeken. Hij kwam een jeugdvriend tegen die hem introduceerde bij een ministerie. Leopold werd ambtenaar.