Bert en Yves van de Invasie vroegen me een tekst te schrijven voor het eerste Invasie Magazine. Het moest eigenlijk over digitale creativiteit gaan. Gent M enzo... Wat begon als een anekdote werd een oproep. Een oproep aan iedereen die met design bezig is. Aan alle vorm-gevers dus, maar dan op de Apollinische manier. De Griekse God van de het ritme, van de muziek, van de kunst, maar ook van de stad en de verzoening...
Een vreemd moment. Charles Landry zit op de burgemeesterstoel in de gemeenteraadzaal. Voor zijn neus zit een select gezelschap Gentenaren aan wie hij de resultaten van zijn studie uit de doeken doet. Hij lijkt een beetje terneergeslagen. Een beetje moe. Het is dan ook de tweede keer die dag dat hij de analyse toelicht en hetzelfde verhaal vertelt. De eerste maal in gesloten kring, voor schepenen en burgemeester. De tweede keer in half gesloten kring zeg maar, voor alle mensen die meewerkten aan de studie.
Een vreemd moment vond ik dat dus, vooral hoe hij me opzocht tijdens zijn betoog en me aankeek. Alsof hij op zoek was naar … naar wat eigenlijk? Naar een medeplichtige, of naar iemand die hem begreep? Charles Landry, dat is die man die de creativiteit van Gent heeft opgemeten. Weet je nog, het heeft in de krant gestaan: 'Gent scoort hoog op Creative city index.' Hij sprak met een 80- tal Gentenaren en liet meer dan 400 mensen een lange vragenlijst invullen. Het resultaat was zeer positief. Van alle steden die Landry onderzocht, kwam Gent er als de meeste creatieve uit. De beste van de klas!
Ik was één van die mensen waarmee Landry in dialoog ging. We spraken elkaar drie keer om precies te zijn. Een keer face-to-face in de St- Niklaaskerk, om over Gent M en de digitale scène van Gent te praten. Een andere keer op restaurant, aan tafel met een 6-tal andere 'digital creatives'. En de laatste keer op de museumnacht, waar we elkaar tegen het lijf liepen. Hij kwam naar me toe alsof hij een oude vriend ontmoette. Charles Landry is dan ook zo een man die je te vriend wil hebben. Een vriend die aandachtig naar je luistert en dan in het mooiste BBC-Engels antwoordt met een verhaal uit de wereld. Onze eerste ontmoeting was geënsceneerd door de Stad, hij wou me spreken over ons Gent M project en de digitale scène van Gent. Redelijk snel hadden we het echter ook over andere dingen en waren we echt aan het praten.
De Creative Index- studie staat online, zowel in het Nederlands als in het Engels. Je zou het echt eens moeten lezen (update: document staat hier). Het is niet alleen uiterst interessant om een stad als Gent door de professionele ogen van een buitenstaander te zien. Landry heeft zijn werk ook grondig gedaan. De manier waarop hij de digitale scène weet te beschrijven, bewijst dat hij aandachtig geluisterd heeft naar onze verhalen en geeft vertrouwen om de andere topics serieus te nemen. "The digital creatives remain a micro-sector, but with strength and this is more important than its size given its co-creation and sharing ethos." Word to that, Charles!
Terug naar dat moment in het Stadhuis en die half gesloten groep. Ik had mijn lief meegenomen. Voornamelijk omdat ik wou dat ze die Landry eens aan het werk zag. Maar hij straalde niet zoals ik had beloofd. Interessante uitleg, dat wel, maar er zat hem iets dwars. Na de uiteenzetting gingen we iets drinken in Bar Buro, onze koffiezaak en co- working space recht tegenover het Stadhuis. Ik bedankte hem voor de mooie toespraak, en dat ik het leerrijk vond. Het antwoordde dat hij niet helemaal tevreden was. Twee keer na elkaar zo een toespraak doen is intens. Bovendien had hij veel tijd verloren met een 'taalkundig' misverstand tijdens de eerste presentatie.
Van de vijf domeinen die Charles Landry onderzochte, scoorde Gent het minst op entrepreneurship, exploration & innovation. De belangrijkste reden hiervoor is volgens Landry een gebrek aan 'design'. Design in de Angelsaksische betekenis: "Design defined here uses the designer’s sensibility to bring ideas into reality by focusing on viable business strategies and opportunities." Landry vertelde me in Bar Buro dat de burgemeester en schepenen niet leken te begrijpen wat hij bedoelde met 'design'. Dat ze hem vroegen of de stad moest investeren in een nieuw interieur voor het Stadhuis. Het is een gesprek dat me al een tijdje achtervolgt. De ironie van de anekdote. Maar ook de werkelijke betekenis ervan. Het is iets wat me nooit opgevallen was. Zijn opmerking gaat in essentie om een gebrek aan design in de organisatie van de stad, in de openbare pleinen, de monumenten, de onderwijs instellingen... Gent heeft duidelijk some catching up to do. Zou dat ook gelden voor mijn sector, de creatieve economie?
Thuisgekomen kon ik niet anders dan de studie ter hand te nemen en op zoek te gaan naar wat Landry er verder over schreef. En inderdaad, je leest er makkelijk over maar het staat er wel: "The focus on the creative economy has come late. … Digital creativity is emerging, but a major weakness is design in all its forms. Design is the key discipline to marry creativity, innovation and products. Ghent is not a creating city in this sense." Breek nou mijn klomp. Tegen mijn stad is tegen mij, he. Die heeft zeker nog nooit van de Invasie gehoord." dacht ik. Maar het zette me wel een het denken. En aan het schrijven.
Wat als de 'digitaal creatieven' van Gent M en de 'strijders' van de Invasie nu eens de handen in elkaar zouden slaan om over het design van de stad na te denken? Zowel online als offline. Wat als we onze ervaring, kennis en visie naast elkaar leggen om te brainstormen over de vorm-inhoud-mogelijkheid relatie van onze Stad? En wat als de Stad Gent ondertussen nadacht over levensvatbare business strategieën en realistische opportuniteiten voor deze ondernemers? De "Invasie van Gent" zou iets volledig anders betekenen.