ARCHIEFSTUK: recensie november 2002
HET ONGRIJPBARE MAAKT HET WERK VAN GERARD MOOY BEGRIJPBAAR
Het schrijven van een dagboek is scherp onthouden wat er gebeurt. Tijdens de dag steekwoorden opschrijven van gebeurtenissen en voorvallen, om deze later tot een verhaal te puzzelen. Telkens jezelf er toe aanzetten weer te geven, want anders vervliegen de ervaringen en vervagen de avonturen. Niet elke dag is een herinnering waard, niet iedere dag maakt een verhaal. Zo heeft het werk van schilder Gerard Mooy eveneens positieve invallen en negatieve uitvallen.
Korte impressies van de omgeving heeft hij laten neerhangen in het Tripgemaal te Gersloot. Het zijn vooral gedachten bij momenten. Gezet in een pure simpelheid, neigend naar een naïeve schildertrant maar dan uitwijkend naar het impressionisme. Nergens expressief, want Mooy weet overdacht wat hij doet. Het is een samensmelten van het geziene daar en van het gedachte hier. Het is kijken en kijken en opnemen, om daarna te zoeken naar de juiste weergave. Aan het geziene toen, dat nooit langer blijft hangen dan een dag, wordt de gedachte van later toegevoegd. Soms wil de expressie niet spreken en vervliegt de impressie. Dan kan die dag door de volgende worden overschaduwd en overschildert Mooy deze compositie met een ander beeld. Want niet iedere inval is een verleden waard, niet elke dag maakt een schilderij.
De weergaven zijn als de bladzijden in een werkschrift. Kort en bondig. Want dat is toch het dagboek, het in snelschrift herschrijven van datgene wat zich dagelijks zoal voordoet. In die context schikt Gerard Mooy de vlakken en kleuren tot het beeld dat hij die dag bij dat moment voor ogen kreeg. Niet elke dag is daarin opvallend, niet iedere dag is een overdenking waard. Er hangen beelden van de maandag en impressies van de vrijdag. Een dag waarop het even niet wilde zoals het moest. En een dag met de kater van de sfeer van de vorige dag. Maar ook de dag dat alles viel zoals het moest vallen. Elke dag heeft naast het positieve ook meestal wel een negatieve kant. Mooy legt dat gegeven neer in het invoeren van het zwart, waartegen de kleuren als het ware oplichten. Om verder te kunnen met de volgende dag zet het zich af tegen de zorgen van de vorige. Zo verhaalt de schilder van zijn leven. Trekt door het landschap en brengt de beelden samen, puzzelt zich een weg en overdenkt ons een dag.
De schilder filosofeert zichzelf een nieuw landschap door de horizon weg te beredeneren. Hij maakt een eigen wereld en laat zien wat hij zag bij het bestaande, dat wat achter zijn ogen opleefde. Vooral in de afgewogen composities, waarin de idee bij het beeld nog zuiver is, heerst er een dimensie meer. Daar waar de weergave abstract (versimpeld) is en het idee overdacht, spreekt het verhaal boekdelen. Dan moet wel de compositie zonder titel zijn, want anders heeft de kijker een onwrikbaar houvast en kan geen kant uit met de eigen idee.
Het landschap van Mooy heeft soms een handvat, het oor aan de kop, om de rust te doorsnijden. Een enkele keer staat er een boom in de weg of verkavelen lijnen het vlak. Een rij palen maakt ongevraagd de diepte.
Lijkt het werk bijna niets voor te stellen, dan blijkt de gedachte dieper en de mijmering verstilt. Bij een meer grootser gebeurtenis is de inleving primair en kan de vormgever volstaan met een enkele toespeling. Wanneer dan de horizon het doek weer laat vallen ontstaat er een onwelkome houvast in de omgeving. Maar meestal gaat Mooy toch dieper en laat het grijpbare weg. Dat ongrijpbare karakter maakt het werk juist meer begrijpbaar. Daar kan de kijker wat mee!











