Wat voor Ziel heb jij?
[Bron Abul Fadl - kennisviamail]
Alle lof zij aan Allah, schepper van de hemelen en aarde. Hij die heeft bepaald dat de ziel haar genot en rust vindt in het continu gedenken en aanbidden van Hem. Innerlijke versiering Allah de meest Verhevene zegt in de Koran: "O kinderen van Adam (i.e. de mens), Wij hebben voor jullie kleding neergezonden om jullie schaamte te bedekken en als versiering. Echter het kleed van het vrezen(van Allah) is beter." [7:26] De bedekking en versiering van de ziel door het vrezen van Allah, is beter en belangrijker dan uiterlijke bedekking en versiering. De volgende authentieke smeekbede van onze profeet - vrede zij met hem - bevestigt dit. Hij was gewoon om te zeggen:
اللَّهُمَّ زَيِّنَّا بِزِينَةِ الْإِيمَانِ "O Allah, versier ons met de versiering van Imaan (geloof)." [Nasaa'i] De interesse van de gelovige gaat daarom uit naar innerlijke schoonheid en een sterk imaan. Hij is dan ook continu bezig met het opvoeden van zijn eigen ziel en het verbeteren van haar band met haar Schepper. Natuurlijke aard van de ziel De ziel neigt naar al het slechte en verwerpelijke. De profeet -vrede zij met hem- was gewoon om aan het begin van zijn preken te zeggen: "Wij zoeken onze toevlucht bij Allah tegen het slechte van onze zielen." En een van zijn smeekbeden was: اللهُمَّ آتِ نَفْسِي تَقْوَاهَا، وَزَكِّهَا أَنْتَ خَيْرُ مَنْ زَكَّاهَا، أَنْتَ وَلِيُّهَا وَمَوْلَاهَا "O Allah, voorzie mijn ziel van haar godsvrees en reinig haar - niemand kan haar reinigen behalve U-. U bezit haar en ontfermt zich over haar (zaken). [Sahih Muslim] Drie soorten zielen Allah heeft in de Koran drie soorten zielen genoemd: 1) De tot het slechte aansporende ziel. Allah heeft deze ziel in soerah Yousuf, vers 53 genoemd. Deze ziel kenmerkt zich door overgave aan haar slechte verboden begeerten. De ene zonde volgt de andere daardoor op. Zwak als het geloof bij deze persoon is. 2) De (zichzelf) verwijtende ziel. Allah heeft bij deze ziel gezworen in het tweede vers van soerah al Qiyamah. Deze ziel wordt gekenmerkt door een sterk geweten. Iedere keer wanneer zij een zonde begaat, heeft zij spijt en haast zij zich naar het tonen van berouw. De zonde is als een last en pijn in het hart van de ware gelovige, waardoor hij enkel zijn rust vindt nadat hij berouw heeft getoond. De gelovige, hoe erg en veelvuldig zijn zonden ook zijn, wanhoopt nooit aan de genade van Zijn Heer. Hij beseft zich dat Allah de meest Verhevene enorm blij is wanneer Zijn dienaar vergiffenis vraagt en berouwvol naar Hem terugkeert. 3) De tot rust gekomen ziel Deze ziel houdt van het goede en is er altijd naar op zoek, zij haat het slechte en blijft er altijd ver vandaan. Dit is op een gegeven moment als een gewoonte voor haar geworden, zo gemakkelijk als het goede haar afgaat. Deze ziel vindt haar rust alleen in datgene wat Allah tevreden stelt. De beloning van deze ziel is dat tegen haar zal worden gezegd wanneer bij de dood de ziel het lichaam verlaat: "O tot rust gekomen ziel! Keer terug tot jouw Heer, behaagd en welbehaagd(ontvangen door Hem). En treed binnen tussen mijn dienaren. En betreed Mijn Paradijs." [89:27-30] De gelovige is continu bezig met het opvoeden van zijn eigen ziel, door het slechte in haar te onderdrukken en haar te dwingen tot het goede. Zo verandert de ziel van de eerste soort naar de tweede soort. Vervolgens gaat de gelovige verder en verder met het verrichten van goede daden, totdat de ziel enkel haar rust vindt bij Allah en gehoorzaamheid aan Hem (de derde soort). Beste broeders en zusters: Het is wijsheid te kijken welke eigenschappen jouw ziel kenmerken. Heeft het goede de overhand, wees dan Allah dankbaar en streef naar meer. Heeft het slechte de overhand, vraag dan Allah om Zijn leiding en kijk naar de oorzaak hiervan om vervolgens te werken aan de oplossing. Bedenk dat het vrezen van Allah en de ziel weerhouden van slechte begeerten wordt beloond met het paradijs. Allah zegt: "En wat betreft degene die het staan voor Allah (op de dag der opstanding) vreesde en de ziel weerhield van slechte begeerten. Voorwaar, het Paradijs zal de verblijfplaats zijn." [79:40.41]











