Schoffel, Schep, Vuilniszak.
Vandaag gaan we eens wat onkruid weghalen op het paadje naar ons hart.
Het hart ligt als een zomerhuis verscholen in een mooie tuin van elementaire lichaamsdelen. Waar aderen zich als rivieren gedragen en lever en maag hun eigen ecosysteem hebben.
Het paadje gaat dwars door bloedvaten, laat zich meedrijven op witte bloedcellen en vliegt mee met de zuurstof.
Aan het andere eind van het paadje zit de stad van hersenen. Grote massa's waarin hard word gewerkt. 24/7 activiteit. Het paadje word daar een weg, gaat langs schubben die als stomende machines te werk gaan en langs knooppunten van het centrale zenuwstelsel. Het paadje gaat langs neutronen en de hersenstam om via de hersenvliezen haar weg te vinden naar het hoofdkantoor.
Het zomerhuisje en het hoofdkantoor zijn belangrijk voor elkaar. In het zomerhuisje woont het gevoel. In het hoofdkantoor het verstand. In hun eigen werelden zijn ze druk. Het hoofdkantoor ontvangt prikkels die zij per direct doorstuurt naar het zomerhuisje waar zij worden omgezet naar emoties of gevoel. Ze werken samen om alle belangrijke keuzes en indrukken goed te verwerken.
Ik loop over het paadje tussen het hart en het brein. Het is een lastig begaanbaar pad. Het slingert, wankelt en is continu in beweging. Het pad begint overwoekert te raken met onkruid. Negatieve gedachten zijn als distels langs het pad gaan staan en angst heeft kuilen in de weg achtergelaten. In de berm liggen verworpen prikkels. Ze zijn gedumpt en hebben nooit het zomerhuis gevonden. Ze liggen half over en in de weg.
Als ik bijna bij het zomerhuisje aankom liggen er excuses als een muur van maskers om het huisje. Als ik de muur aanspreekt houd hij zich groot, stoer. Maar ik voel de spanning. Ik zie de barsten in de voegen en hoor vanachter de muur een zacht hart zoeken naar warmte. Op zoek naar zomerlicht. Het zomerhuisje is een winters ijsfort geworden.
Ik loop twijfelend terug en bedenk hoe dit heeft kunnen gebeuren. Waar ben ik mijn groene vingers verloren? En hoe vind ik ze terug?
Onderweg kom ik vrienden tegen. Ik vraag ze om hulp en door de gesprekken die we hebben word de weg begaanbaarder. Langzamerhand vervagen de kuilen en krimpen de distels.
Vandaag gaan we de laatste fase in. Vandaag gaan we de sneeuw opruimen, de prikkels uit de berm halen en snoeien tot het zomerlicht niet alleen het huisje maar ook het hoofdkantoor bereikt.
Schoffel, Schep, Vuilniszak.