The End... After the eight or nine months in Indo I need to sit under a tree and have a good think about things...
seen from St. Lucia
seen from Paraguay
seen from United States
seen from United Kingdom
seen from United States
seen from United States

seen from Malaysia

seen from Germany
seen from Iceland
seen from Türkiye

seen from United States
seen from China

seen from Malaysia
seen from China

seen from United States
seen from Germany
seen from Russia

seen from Australia
seen from Taiwan
seen from China
The End... After the eight or nine months in Indo I need to sit under a tree and have a good think about things...
Dag 25
Hallo allemaal! Het is inmiddels drie dagen geleden dat we het mooie Lombok achter ons hebben gelaten. Met een shuttlebus zijn we naar de veerboot gebracht in Lembar, die ons in vier uurtjes naar Bali bracht. Op de boot duurde het eerst nog ongeveer een uur voordat alle verkopers hun karrenvrachten bananen, kroepoek, noodles en rijst in puntzakken aan de man hadden gebracht en de boot eindelijk kon vertrekken. We hebben besloten om de laatste dagen wederom in Ubud door te brengen, maar dit keer het meest luxueuze hotel te boeken dat we maar konden vinden. Na drieenhalve week afzien in kleine, uitgeleefde guesthouses waar de meest wonderlijke schepsels je om de oren vliegen (mijn laatste vondst was een 10cm grote mestkever) vonden we het tijd om de reis af te sluiten in stijl. Momenteel lig ik aan het zwembad waar we van plan zijn de hele middag te blijven liggen met een aantal inspirerende boeken die we hier hebben gekocht. We dineren in restaurants waar je bloemetjes in je haar krijgt voor je aan tafel gaat. Morgen vertrekken we naar Jimbaran, een vissersdorpje vlakbij het vliegveld op Bali. Geert gaat woensdag namelijk al naar Singapore, en ik vlieg een dag later naar Jakarta. Vanaf daar stap ik direct op het vliegtuig naar Amsterdam, met een tussenstop op Abu Dhabi.
Op de boot naar Gili-T, het eiland zelf, de schreeuwende leguaan, fluffige kapok aan de boom, 12 moslima's in een busje en een panorama van Kuta beach, Lombok.
Dag 23
Wàt gaat de tijd hard, het is inmiddels de 23e dag van onze reis in Indonesie. We zijn nog steeds op Lombok en we zijn op de Gili eilanden geweest. We kozen de minst toeristisch en meest lowbudget manier om daar te komen; met de scooter naar de haven rijden en daar een public ferry gepakt. Of nouja, ferry, het was een minibootje waar eerst alle fruit, groenten en andere verkoopwaar werd ingeladen en waar vervolgens de passagiers een plekje tussen moesten zoeken. We zaten aardig volgepropt tussen zo’n 40 Indonesiers. Best knus. Gili Trawangan (Gili-T, de grootste van de drie Gili eilanden) was precies hoe ik een bountyeiland altijd al had voorgesteld in mn droom: parelwitte stranden, azuurblauwe zee en overal strandtentjes met witte parasollen. Prachtig. Perfect voor een dagje snorkelen en smoothies drinken. Maar wel erg toeristisch, het krioelt er van de blanken. De enige donkere mensen hier staan achter de toonbank of hebben een bezem in hun hand. Drie dagen terug zijn we naar het zuiden van het eiland gereisd. Dat bleek nog een hele klus. In de Lonely Planet stond dat je met de bus en bemo (een minibusje met twee banken in de laadruimte) heel goedkoop naar het zuiden kon. Van velen hadden we gehoord dat de stranden en omgeving hier nog mooier zijn, dus het leek ons wel een mooi avontuur. Wat we niet wisten is dat we vijf keer moesten overstappen. Van Sengiggi reisden we naar de hoofdstad Mataram, waar we tussen de gebitloze bejaarde locals in een busje werden gebracht naar Praya. Vanaf daar konden we overstappen op een bemo, samen met een man die met me wilde trouwen. Onderweg stapten er nog een stuk of 12 (niet overdreven) gesluierde schoolmeisjes in (de cabine is hooguit 1,5 bij 2 meter). Het eindpunt is Sengol, waar er geen vervoer bleek te gaan naar onze eindbestemming Kuta. Er werd ons aangeboden om achterop de scooter te stappen, maar dat leek ons niet heel praktisch met twee backpacks. Uiteindelijk wilde een tweelingbroer van Wibi Surjadi ons met zijn veel te grote SUV naar Kuta brengen voor 40.000.
Kuta leek op het eerste gezicht een grap: een zanderige weg met geiten , zwerfhonden, stinkend afval overal en met hier en daar een klein winkeltje. Is dit de mooiste badplaats van Lombok? De volgende dag zijn we met een scooter de kust afgereden en inderdaad. Prachtige stranden en niemand te bekennen. We hebben een hele middag aan onze "eigen" baai gezeten. Hier in het zuiden schijnt men veel armer te zijn en de natuur is hier gortdroog. Toen we terugkwamen in de bungalow lag er iets bruins en glibberigs op mijn kleding op mijn backpack. Ik flipte al een beetje, tot ik met de zaklamp op het plafond scheen. Er zat daar een levensgrote tokeh me aan te staren. (Voor de leken: een leguaan die snachts op onverwachte momenten zijn eigen naam schreeuwt). Hij hing daar boven mijn bed en het leukst van alles; hij had op mijn broek gescheten. Gelukkig doet deze homestay aan laundryservice en was de tokeh zelf ook snel verdwenen. Gisteren dook er een immens grote spin op en laatst hoorde ik muizen rennen. Niet heel comfortabel, maar leuke dingen van deze plek zijn het eten. Voor 63.000 rupiah (4,20) hebben we met zn tweeën als een koning gegeten. Morgen gaan we weer terug naar Bali, om daar nog een paar mooie dagen te hebben voor ik weer naar Nederland vlieg. We houden contact!
Slapende Aziaten in de boot naar Lombok, een impressie van de waterval en schuilen voor de regen.
Dag 17
Inmiddels zijn we alweer 3 dagen op Lombok. Om eerlijk te zijn vind ik dit eiland mooier dan Bali. Het is minder toeristisch en de ongerepte natuur doet me denken aan Junglebook. Gisteren was waarschijnlijk een van de (vele) hoogtepunten van de reis. Met de scooter zijn we naar het noorden van Lombok gereden, om daar de mooiste twee watervallen van het eiland te zien. De scooter is het ideale vervoermiddel om het eiland te verkennen. Het gaat veel sneller dan fietsen, en je zweet er ook niet van. Tijdens de rit kwamen we veel Indische kleine kindertjes tegen die met hun armpjes omhoog (bijna krankzinnig) blij Halloooo! naar ons roepen. Mijn theorie is dat ze maar weinig blanken zien in hun dorpjes. Dat bij hun het bijzonderheidsgehalte van een blanke ongeveer gelijk staat als een siamese tweeling bij ons. Dat ze dan 's avonds aan tafel kunnen vertellen: ik heb vandaag een blanke gezien. Op de kaart leek de trip wel aardig te doen, maar we hebben haast tweeënhalf uur gereden. Eenmaal aangekomen in het dorpje van bestemming (hoog in de bergen), werden we warm onthaald door een man die vroeg of we niet een gids wilden naar de watervallen. We vonden het een hoop geld en een beetje overbodig, dus betraden we het gebied met z'n tweeën. Achteraf gezien was het misschien niet zo gek geweest om te vragen waarom de man ons een gids aanraadde, maar het werd ons snel duidelijk. Om bij waterval 2 te komen moest je namelijk ravijnen oversteken via smalle bruggetjes, door rotsspleten en over cliffen, en toen als klap op de vuurpijl de rivier oversteken over rotsen en gladde keien. Op de blote voeten, want onze slippertjes waren hier niet zo heel handig. Ik vond het heel cool en avontuurlijk, tot ik me bedacht dat ik in mijn handtas mijn geliefde iPhone en camera had zitten. We hebben de oversteek uiteraard overleefd zonder kleerscheuren of natte elektronica. Alle tegenliggers die uiteraard wél een gids mee hadden, waren verbaasd ons alleen en op slippertjes tegen te komen. De waterval was prachtig en er was niemand te bekennen. Na zo'n tocht moest ik er natuurlijk zelf ook een plons nemen.
Vandaag hadden we het plan om de palmsuikerproductie van Lombok te bekijken. Het was een kort ritje op de scooter, dus waarom niet. Het was wederom een stuk de bergen in. Halverwege begon het zachtjes te regenen, maar daar leek het bij te blijven. Die buitjes van hier stellen ook niks voor, dacht ik nog bij mezelf. Maar nog geen vijf minuten later begon het te gieten, nee, te hozen. We konden gelukkig schuilen langs de kant van de weg, waar een soort hutje was gebouwd van bamboe. Daar hebben we bijna twee uur gestaan, tussen de Indonesiërs die ook aan het schuilen waren. Achteraf bleek dat zonde van onze tijd, want veel droger werd het niet. Toen de laatste Indo's de regen indoken, raapten wij onze moed ook maar bij elkaar en zijn we weer op de scooter gestapt, richting onze verblijfplaats. De palmsuikerfabriek hebben we nooit gehaald. Op de scooter waren we binnen enkele minuten doorweekt en begon het zelfs te hagelen. Maar ook hier stonden kindertjes wild naar ons te zwaaien en hallo te roepen, dat ik wel moest blijven lachen. Zo doorweekt in de regen waren we nog meer een bezienswaardigheid. Sommige straten stonden zo blank, dat ik zelfs achterop de scooter met mijn enkels door de plassen ging. Van de straat zelf was niets meer te zien, alleen nog maar water.
Het waren weer twee bijzondere dagen. Morgen gaan we een dagje naar de Gili eilanden, die bekend staan om de hagelwitte stranden en de azuurblauwe zee. De foto's van vandaag en gisteren komen eraan!
De rijstvelden van Tegallalang