Je bent maar .../Je bent wel een ...
De titel zegt niet veel, maar iedereen krijgt wel eens te horen dat ze maar een kind zijn, dat ze daarom moeten leven zoals een kind. Echter als je ouder bent en wijs genoeg ben om te bepalen wat je wel of niet mag en kan doen, moet je je gedragen volgens een volwassenen. Mijn eerste vraag die in mijn hoofd schiet is: Wanneer ben ik oud genoeg om te bepalen wat ik zelf wil doen? Want nu is dat ene zinnetje verandert in: je ben wel een volwassene, met andere woorden: ze verwachten dat je je gedraagt als een volwassene. Wat ik heb meegemaakt, is ongeveer hetzelfde: Ik studeer op de hogeschool, in een opleiding om te gaan werken in het secundair (leraar secundair onderwijs), de eerste jaren gingen moeizaam, maar ik ben toch tot het derde jaar gekomen. En daar is het dan mis gegaan.
Ik probeer iedereen te helpen, of je nu met problemen zit waar ik je bij kan helpen of niet. Als je tegen iemand praat, is de helft van je probleem opgelost. Zo was er op een infodag van de hogeschool een vriendin die verdrietig was dat ze niet geslaagd was op haar stage (wat resulteert dat je je stage (= een heel jaar) opnieuw moet doen. Ik ben bij haar om haar te troosten en probeer er een lach te voorschijn te toveren (en zoals ik doe, is dat niet moeilijk). Ook haar moeder is erbij. Na een tijdje troosten vraagt de moeder van die vriendin waar ze het hoofd van de opleiding kan vinden. Samen met de moeder en haar dochter ga ik opzoek naar het departementshoofd. Uiteindelijk gevonden; zij bedankten mij en ik doe gewoon door met mijn dingen wat ik moest doen. De dag daarna moest ik praten met het stage-anker van de school. En wat krijg ik daar te horen: “Je moet weten wat je plaats is; jij moet niet die mensen helpen”, u hebt hierboven gelezen. Ik heb hen toch geen advies gegeven wat ze moeten doen of wat ze kunnen doen. Het enige wat ik gedaan heb, is een aantal personen naar het hoofd van de opleiding gestuurd.
Het zijn ook die mensen die zeggen: je bent maar een derdejaars. Om daar een voorbeeld te geven, neem ik u mee naar mijn tweede opleidingsfase. Zoals wel gelezen, help ik ieder waar ik ook kan. Ik ging een les elektrische vaardigheden volgen van de tweedejaars. Ik vraag beleefd aan de docent of ik aanwezig mag zijn. Hij heeft er geen bezwaar tegen (nog niet). Eens de les bezig is, vragen sommige studenten voor mijn aandacht; ik ga naar hen toe en luister aandachtig naar wat ze vragen. Nog voor ik een antwoord kan geven, roept de docent mijn naam. Hij zegt nadat ik bij hem ben gekomen dat ik niet te veel mag helpen, dat ik ze eerst moet laten ‘verzuipen’ (als zij het niet weten, moeten ze het hef zelf in handen nemen en via via erachter gaan zoeken). Ik probeer aan de docent’s zijn opmerkingen tegemoet te komen, maar na de les komen ze alsnog vragen stellen. De docent stuurt ze naar buiten en dan komt zegt hij dat ik me niet moet gedragen als een leerkracht; je ben maar een derdejaars. Echter als ik voor de klas sta en ik vraag naar meer praktijklessen (ik ben iemand die heel direct is), dan komen ze ermee af dat ik maar een stagiair ben en dat ik me moet schikken naar de lesopdrachten die ze mij geven. Als ik dan vraag voor positieve aanmoediging, dan komen ze wel af met: Je bent wel een derdejaars. Precies of ik dan geen positieve stimulatie nodig heb. Ik moet maar weten wat ik goed doe en mijn slechte punten worden alleen vergroot.
Wel weet ik wat ik komend jaar ga doen; ik ga mijne grote mond open trekken. Dit jaar heb ik naar de pijpen van mijn docenten gedanst, als ik dan volgend jaar buis, heb ik wel het gevoel dat ik er iets voor heb gedaan. Nu is het zoiets van: ik doe alles wat je wilt en het is niet goed of wat? Dat gaat niet meer gebeuren vanaf volgend jaar zal ik tegen hen die de zinnen: Je bent maar een ... of Je bent wel een ... zeggen meteen onderbreken en zeggen: Als een derdejaars weet ik maar al te goed wat ik wel of niet nodig heb en dat zinnetje is er een van die ik niet nodig zal hebben.