Jannes de Vries (Dutch, 1901-1986), A Rapeseed Field with a Farm, 1975. Oil on canvas, 81.5 x 90 cm.
seen from Australia
seen from China
seen from China

seen from Germany
seen from China
seen from India

seen from United States
seen from Malaysia
seen from United States
seen from Sweden
seen from Sweden

seen from Malaysia
seen from United States
seen from Yemen
seen from China
seen from China

seen from Malaysia

seen from Malaysia
seen from China
seen from United States
Jannes de Vries (Dutch, 1901-1986), A Rapeseed Field with a Farm, 1975. Oil on canvas, 81.5 x 90 cm.
Jannes De Vries
Jannes De Vries
Graanmarkt Kaïrouan, Tunesia - Jannes de Vries
1973
Jannes De Vries (1901 - 1986) - Harbour of Vilamoura in Portugal. Oil on canvas.
OPKIJKEN, NAKIJKEN, DOORKIJKEN BIJ WERK THEO ONNES
In de rij expressief figuratief realistisch werkende kunstschilders als Jan Altink, Johan Dijkstra, Jan Wiegers, Jentsje Popma en Gosse Koopmans past Theo Onnes. Schiermonnikoog is voor hem een grote inspiratiebron. Het eiland ligt karakteristiek tussen provincies in. Het hoort bij Friesland, maar het had evengoed Gronings land kunnen zijn. Onnes schaart zich bij de stijl van de Noordelijke realisten die hun gevoel in het werk laten spreken, meer dan een exacte kopie van de werkelijkheid te willen weergeven. Hij voelt zich zowel thuis bij De Ploeg als bij Gerrit Benner en Popma. Niet de zichtbare omgeving legt hij vast, maar de voelbare gedachte maakt hij tastbaar. Hij hanteert een expressieve, kleurrijke benadering waar de toets en kleur drager van emotie zijn. Bij voorkeur doet hij dat ‘en plein air’, in de traditie van Hollandse schilders die zich ‘in het veld’ installeren om de juiste kleur en sfeer te kunnen proeven.
Past hij aan een traditie, Onnes heeft de stijl in zijn DNA. Hij stamt uit een familie van kunstschilders. En neemt het stokje over van voorvaders die eerst een andere richting kozen voordat ze vervielen in het benutten van palet en penseel. Ook Theo Onnes ziet niet meteen een carrière in de beeldende kunst voor zich, maar besluit uiteindelijk toch die richting in te slaan. En met succes. In het onlangs verschenen boek “Zichtbare verwondering, de kunst van Theo Onnes” schrijven Doeke Sijens en Jannes de Vries daar kleurrijk over. Even kleurrijk als Theo Onnes zelf de wereld beziet en verwerkt in zijn kunst. Ogenschijnlijk simpele en alledaagse onderwerpen, die echter door zijn aanpak, visie en uitvoering daar ver boven uit steken.
De uitgave geeft niet alleen een omvangrijke bloemlezing uit zijn meest recente oeuvre, maar gaat tevens uitgebreid in op leven en werk van Onnes. Niet enkel het eigen ego, maar ook waardoor die identiteit zich in de familie liet vormen. Het boek begint uiteraard met enkele van zijn werken, want de beeldtaal is toch het belangrijkste element waarmee een kunstboek geschreven kan worden. Dan is er een essay van Leo Fijen, de gedoodverfde kloosterbezoeker waarvoor deuren open gaan die voor anderen gesloten blijven. Presentator Fijen treft schilder Onnes op het strand van Schiermonnikoog. Hij ziet in hem de stilte van het eiland. Een diep verlangen geeft deze man met een passie adem en zuurstof meent Feijen. “Als hij zo een dag gekeken heeft, is hij kapot. Helemaal kapot. Van de stilte, van de wind, van de vogels, van de zon, van de beweging in de stilte. (…) De stilte heeft van alles in hem bewogen, maar veel meer wakker geroepen. Want hij doet waarvoor hij geboren is. In de stilte van het eiland.”
Doorzettingsvermogen, steun van zijn directe omgeving en discipline zijn onmisbare factoren om zijn droom waar te maken. Met vallen en opstaan is Theo Onnes gekomen waar hij nu is, want je wordt niet zomaar een succesvol kunstenaar. Ook niet wanneer je uit een kunstzinnig milieu voortkomt. Het talent vraagt om ambitie, liefde, aandacht en voortdurend onderhoud. Het gezin Onnes wordt omschreven in het boek, want luidt niet het spreekwoord: zeg me wie jouw ouders zijn en ik zal zeggen wie jij bent. De genen kleuren het zijn, trekken de lijnen en vullen de vlakken. De passie blijkt erfelijk. Maar eerst wil Theo Onnes zich overgeven aan zijn andere driften. Hij strandt echter op het conservatorium en gaat de muziek als hobby beschouwen. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken wordt zijn professie het schilderen naast lesgeven, het organiseren van exposities en de lijstenmakerij. En, niet onbelangrijk, naast vader en huisman. “Ik heb altijd creatieve dingen gedaan: meubels maken, fotografie en muziek, mijn eerste passie. Uiteindelijk begon ik met foto’s bewerken en dat ging steeds een stapje verder.” Een andere passie die gevolgd moest worden om met omwegen op de juiste plek te komen. Door het kunstzinnig bewerken van zelf geschoten foto’s komt Onnes tot de conclusie dat hij schilder is. Foto’s gebruikt hij nu nog wel als schetsmateriaal en zijn een voorbeeldfunctie om het geziene uit te werken.
Het boek volgt gedetailleerd de familiegeschiedenis door de vertakking van de stamboom. En haakt uiteraard aan de kleinzoon die in de voetsporen van grootvader en vader, en nog enkele andere familieleden, het pad van de kunst inslaat. Zijn doopceel wordt gelicht om zijn loopbaan te bepalen en te beredeneren. Fotografie is een vorm van expressie, maar schilderen is zijn werkelijke roeping. Hij heeft interesse in het landschap en schildert bij voorkeur boerderijdieren. Op de kunstacademie hoort dat niet, maar de docenten brengen Onnes niet van de wijs. Hij zal zich blijven bekwamen in het figuratief realistische werk en schaart zich uiteindelijk in bovengenoemd illuster rijtje schilders. “En toen was het hek van de dam. Ik kon tekenen en schilderen en ik ben niet meer opgehouden.”
Of al niet voldoende de familiegeschiedenis is omgespit, doen de schrijvers van het boek er nog een schepje bovenop door de loopbaan van grootvader Klaas en de carrière van vader Minne door te nemen. Zij zijn het toch die de grond vruchtbaar maakten zodat het zaadje van Theo kon uitspruiten, het plantje kon groeien en bloeien. En even uitgebreid als de ouders worden behandeld zo nauwgezet komt het gezin van Theo Onnes uit de verf. Vooral ook omdat de schrijvers meermalen letterlijk op de koffie kwamen en lange gesprekken met de familie hebben gehad. Zo komt de geschiedenis uit de eerste hand en komen getuigenissen op het kleed. Het werk van Theo Onnes richt zich op de weergave van de echte en zichtbare wereld die direct is waargenomen. Daarvoor trekt hij wel de velden in om onder de blote hemel te kunnen schilderen. Meteen dat wat hij ziet vastleggen op doek. Maar het is niet altijd de waarheid, want vaak laat hij zich leiden door stemming en gemoed. Het gevoel kleurt de omgeving tegengesteld aan de werkelijkheid.
In een expressionistische stijl en met een losse verfstreek maakt hij de wereld tot zijn eigen omgeving. De verfhuid is in beweging, alsof de werkelijkheid zich nauwelijks laat bevriezen op doek. Theo Onnes maakt dynamische schilderijen om het vuur van de passie te blussen, maar deze laat zich met moeite temmen. Als een jonge volbloed hengst die onder het zadel moet. Hoewel de werkelijkheid een eigen kleur krijgt naar de emotie van de kunstenaar, streeft Onnes wel naar het maken van herkenbare figuratieve kunst. Want kunst zien moet laagdrempelig zijn, zoals ook de lessen in schilderen voor iedereen dienen te zijn. “Je hoeft geen Rembrandt te worden, maar je kunt wel een heel eind komen met je hobby.” Je hoeft geen kunsthistoricus te zijn om kunst te beoordelen en te waarderen.
“In het begin schilderde ik bijna fotografisch”, lees ik in het boek de woorden van Theo Onnes. “Nu ik meer ervaring heb, niet meer om de vorm hoef te denken, kan ik me meer richten op de verf. Ik werk nu losser, vrijer, bijna schetsmatig.” Deze ontwikkeling wordt niet echt in het boek waargenomen, omdat de meeste werken van na de eeuwwisseling zijn en oudere schilderijen nauwelijks zijn opgenomen. Toch is merkbaar en zichtbaar dat Onnes meer en meer op gevoel gaat werken. Lijkt hij vooral de zichtbare werkelijkheid te documenteren, de realiteit niet los te laten omdat het werk herkenbaar moet zijn, toch schemert hier en daar een abstracte benadering door de verfstreken.
Zo vind ik op pagina 117 een explosie van gevoel in een waterval aan kleuren. Met “Noordzee” gaat Onnes hoopvol zijn boekje te buiten, kleurt buiten de lijnen en smijt de olieverf op het paneel. Het is een abstracte verwerking van een werkelijk gebeuren, terwijl de realiteit in tact blijft. In slordig vette verftoetsen staan zon, zee en wolken op de drager. In de avonduren op het verlaten strand van Schiermonnikoog raakte hij zichzelf kwijt en vind ik hem in zijn geschilderde zonsondergang terug. Hij vertaalt geziene beelden in schilderijen en maakt op die manier zijn zichtbare bewondering waarneembaar en soms zelfs voelbaar. Je schildert zoals je bent.
Zichtbare verwondering. De kunst van Theo Onnes. Teksten Doeke Sijens en Jannes de Vries. Uitgeverij kleine Uil, 2025.
Theo Onnes (1957) is een zoon van de kunstschilder Minne Onnes en een kleinzoon van de kunstschilder Klaas Onnes. Ook andere familieleden ko
DE WERKELIJKHEID DIE DE KUNSTENAAR ZAG
Passie. Je hart volgen. Dat heeft Bé Kracht gedaan. Al vroeg, in zijn jonge jaren aan de lagere school, blijkt zijn aanleg. Tekenen is zijn lievelingsvak. Hij is de artiest van de school en wordt geroemd door de exactheid waarmee hij de tekenvoorbeelden weet te kopiëren. Bij een nationale tekenwedstrijd in oorlogstijd verdient hij met zijn talent een zakje rozijnen. Het is de eerste tastbare waardering voor zijn kunstenaarschap. Want dat wil hij worden, kunstenaar. Om de dingen die hij ziet vast te leggen. In verf en met potlood, in linoleum en met etsnaald, met krijt en op steen.
Na een korte omzwerving in het leven, omdat je het zijn eerst wilt verkennen - het leven moet kennen, komt hij op de kunstacademie terecht. Hoewel het woord kunst voor deze academie enigszins misleidend is, het kunstonderwijs maakt deel uit van de MTS, krijgt Bé er vier jaar lang een gedegen vakopleiding, met name gericht op de technische beheersing van een ambacht. Voor Kracht is dat ambacht kunst. Door alle disciplines en technieken tot zich te nemen, als een spons in te zuigen, weet hij zijn landschappen op kunstzinnig creatieve manier kwijt te raken op doek en papier, maar ook in de grafische technieken weet hij een uitweg voor zijn inspiratie.
In de uitgave "Zonlicht en warmte spelen met de kleur" wordt de kunst van Bé Kracht in woord en beeld belicht. Woorden zijn er van Doeke Sijens en Jannes de Vries. Sijens is kenner van De Ploeg en De Vries voelt zich bijzonder aangetrokken tot de Groninger kunstkring vanwege zijn schilderende naamgenoot. Op aanraden van die Jannes gaat Kracht destijds met goedvinden van zijn ouders naar de academie om het vak te leren. Later is hij lid van de schildervereniging Nuance om zich daarna aan te sluiten bij De Ploeg. In zijn werk is hier en daar de invloed van die schilders terug te vinden, maar over het algemeen gaat Kracht zijn eigen weg. Hij heeft eenzelfde manier van kijken als bijvoorbeeld Johan Dijkstra en Jan Wiegers. Hij houdt van het landschap zoals Jannes de Vries en Jan Altink dat deden. Maar de kleuring van het expressionisme liet Bé Kracht links liggen, hij schept zijn eigen wereld.
Een boek als deze is daarom interessant, omdat de auteurs niet alleen een blik werpen op het hoe en waarom van de beschreven persoon, maar de biografie vooraf laten gaan door een stuk geschiedenis. Niet de kunst alleen is belangrijk, ook de cultuur en het landschap van waaruit het talent is ontsproten zijn van belang voor zijn creatieve groei. Daarom wordt het Groninger land, met name het geboortedorp Garnwerd dat daarin is gelegen, beschreven zoals Bé Kracht het zelf verbeeldde en nog vastlegt. Het gezin en de familie waarin hij door geboorte is terecht gekomen. Een interessant stuk geschiedenis komt aan de orde. De toon wordt gezet voor een gepassioneerd leven. De mens achter de kunstenaar is beschouwd, zijn stamboom onderzocht.
Voor het boek hebben de auteurs intensief met de kunstenaar gesproken. Zijn geschiedenis komt dan ook uit eerste hand, van hemzelf. Wel enigszins gekleurd door zijn herinnering, maar details krijgen plaats die anders niet achterhaald konden worden. Bé Kracht is nog onder ons. Daarom is dit boek ook zo waardevol, omdat de vragen naar het hoe en waarom door de man zelf kunnen worden beantwoord. Zo is het verhaal oorspronkelijk. Niet ingevuld door de historicus die denkt te weten hoe en waarom het zo gekomen is. Hoe de kunstenaar heeft gedacht en waarom hij het zo heeft gedaan als hij het heeft gedaan. De kunstenaar zelf weet het best hoe het begonnen en ontstaan is.
Daar krijgt hij in dit boek over zijn leven en werken alle ruimte voor. Naast de afbeeldingen is dat eigenlijk het meest interessante gedeelte. Vooral in het één na laatste hoofdstuk “De volledige vrijheid in kleur” komen de antwoorden. Dat hij van jongs af aan is gegrepen door het landschap. Dat hij steeds wisselende nuances in beeld wil uitdrukken. Bij het schilderen brengt hij in het schilderij ‘een stukje’ van zichzelf ‘naar buiten’, lees ik. Volgens Bé is dat ‘echt het mooiste wat er maar bestaat’ (…) ‘het (schilderen) is en blijft iets waar je heel veel gevoel in kwijt moet kunnen’. Iedere keer probeert hij bij het schilderen ‘de volledige vrijheid in kleur te vinden’. Bij het bepalen van een ‘beeld’ dat Bé maakt speelt ook het licht een belangrijke rol.
Zelf zet Kracht zijn waarnemingen als landschapschilder in een statement op schrift: "ik observeer de natuur / ik zie het licht, het zonlicht / de schaduwen / de blauwen en de paarsen (...) zelfs de schaduwen krijgen kleur / het is een wonder / voor mij één wervelend palet / de kleuren boeien en inspireren / zachte groenen - fijne rosen (...) één grote betovering van / kleur, licht, wind, water / en uit dit altijd boeiende geheel kies ik / ga ik af op mijn intuïtie / dit is mijn emotionele keuze". Want dat is de drijfveer om het landschap, de omgeving in beeld te brengen. De emotie, het gevoel bij het zichtbare. En zoals geschreven kunnen door dat gevoel tegengestelde kleurnuances worden aangebracht. Zie ik zijn landschap in werkelijkheid niet terug, omdat het als zodanig niet bestaat. Want dat is kunst, mij met andere ogen leren kijken. De afbeelding te doorzien, waardoor ik de inspiratie waardeer. Het schilderij is geen kopie van de werkelijkheid, het voegt er iets aan toe. Het is een afdruk van de emotionele realiteit, gevoeld daar en toen.
Het landschap van Bé Kracht is het buiten van de provincie Groningen. Niet datgene dat zich voor zijn blik uitrolt, maar wat zijn ogen zien en zijn geest daarbij voelt legt hij vast. De kunstenaar zet het landschap naar zijn hand. De zichtbaarheid wordt door hem gemanipuleerd. Het gevoel dat hij heeft bij het zien daar op dat moment krijgt uiting op doek en papier. Hij werkt en plein air, op dat moment daar, om die emotie op het ogenblik te doorvoelen. Terug in het atelier kan zonlicht en warmte niet spelen met de kleur, dat moet dus daar en dan in het veld plaats vinden. Thuis kunnen nog eventueel details nader worden uitgewerkt, maar de emotie staat voor de drempel al vast.
Het boek toont talloze voorbeelden van dat landschap zoals Bé Kracht het ziet. En op elke plaat is dan ook onmiskenbaar de drijfveer van de maker te herkennen. De omgeving is met liefde vast gelegd, de impressie wordt expressie. Het ogenblik van de dag is het moment van de schilder. In zijn werk neemt hij het licht van de zon om warmte te leggen in zijn kleuren. Voor die impressie is hij de meester om de omgeving te onderwijzen hoe ze zich aan mij laat zien. Het is zijn landschap dat in werkelijkheid te herkennen is. Bij Kracht geen stadsgezichten, want hij is van het buitenleven, de landschappelijke blik. Het is er weids en overzichtelijk daar in dat Groningse landschap. Bé Kracht brengt die transparante openheid over op zijn schilderijen. Vrijwel altijd is er zicht tot de horizon, is het landschap vrij te ademen. Of er is een detail genomen uit dat landschap, wanneer de eigenheid van het landelijke leven moet worden gekarakteriseerd. Het is er gemoedelijk in de werken van Kracht. Contemplatief.
Hoewel Kracht sterk is in zijn schilderijen vind ik hem meer een tekenaar. In zijn tekeningen en grafisch werk maakt hij gedetailleerde illustraties bij het verhaal van zijn leven. Momenten door de tijd gezien, ogenblikken die herinneringen worden, schetsen die met scherpe pen zijn neergezet. Terwijl in verf nauwelijks personen worden gezien duiken met potlood en krijt mensen in de composities op. Portretten en huiselijke en taferelen, die het indringende en oplettende kijken verraden. Ook in de vluchtige tekening, de korte beeldbeschrijving, klinkt dat door. In de aquarel kan Kracht met waterverf en penseel het landschap krachtig neerzetten. Het behoeft geen retouchering, het staat er op zoals het is in een transparante blik deze techniek zo eigen. In zijn linosneden is de kleur verdwenen, maar door lijngebruik en compositie schijnt deze toch tussen de vlakken door. De opbouw lijkt wel op het ontwerp voor een glasraam, waarin ik zelf de kleuren in de witte vlakken tussen het zwarte lood denk.
Niet alleen het landschap is onderwerp voor Bé Kracht, hoewel dit onderwerp wel het grootste deel van zijn oeuvre inneemt. Ook maakt hij stillevens met fruit en bloemen. Het licht strijkt over de schil van de appel, raakt even een schaaltje aan en verzacht de glans van de asters. En de naakten krijgen dezelfde observatie als de natuur die heeft. Liefdevol volgt het krijt in de hand de lijnen van het lichaam. Eenzelfde benadering in ronde vlakken en gebogen lijnen vind ik terug in de landschappen. Er zijn geen harde overgangen, het Groningse land ligt er gekuist door emotie bij. Overal is Bé Kracht zichzelf, nergens doet hij zich anders voor of beeldt zoals men wil of verbeeldt zoals het hoort.
En wat is dan een echte Bé Kracht? Daarop blijft de kunstenaar zelf het antwoord schuldig, maar weten de auteurs wel te omschrijven. “Een dergelijk landschap is compleet, het is losgekomen van de geschilderde realiteit, het is zichzelf geworden, ook al weet de kunstenaar na al die jaren nog precies waar en wanneer hij het geschilderd heeft. Waarom hij het geschilderd heeft, blijkt uit het schilderij zelf, de compositie van het landschap, de wolken, de bomen, de besneeuwde velden, de verliefdheid die hij voelde toen hij het zag. Elk schilderij is de werkelijkheid die de kunstenaar zag.”
De kunst van Bé Kracht : Zonlicht en warmte spelen met de kleur. Biografie van de kunstenaar door Doeke Sijens en Jannes de Vries. Uitgeverij kleine Uil, 2022.
Zonlicht en warmte spelen met de kleur- De kunst van Bé Kracht Kunst & Cultuur
Jannes de Vries - Landscape near Echten (ca. 1930s)






