Negroni: doe de twist
Één van de manieren waarop goeie, creatieve bartenders zich van de middenmoot onderscheiden, is dat ze ongeduldig beginnen te morrelen aan het recept van een cocktail, eenmaal ze er genoeg van hebben gemaakt.
“Als je dag na dag dezelfde Manhattans, Martini’s en Negroni’s bereidt, wil je ook wel eens iets anders”, zegt Maurizio Stochetto van Bar Basso in Milaan.
“Het leuke aan de Negroni is dat je ermee kunt spelen”, aldus Jan Van Ongevalle, zaakvoerder van The Pharmacy in Knokke. “Wij laten de Campari maandenlang rijpen met de vermouth en de gin, tot ze samensmelten tot een mooi geheel. Of je probeert hem eens te maken met mezcal, of met een rum. De mogelijkheden zijn eindeloos.”
Op een gegeven moment haalde ook Boozehound-auteur Julian Wilson geen plezier meer uit de Negroni. “Wat als ik nooit terug kan gaan naar de jonge, zorgeloze persoon die van niets méér kon genieten dan van een simpele Negroni in de zomer?”, vraagt hij zich radeloos af in zijn standaardwerk. Maar dan neemt hij zich voor om zijn hard-won cocktail wisdom in te zetten voor het goede doel: “Ik ga er wat mee spelen; misschien kan ik hem zelfs beter maken.”
Naast de Sbagliato waagt hij zich aan de Boulevardier; een Negroni waarin Harry McElhone (van de legendarische Harry’s Bar in New York) de gin verving door bourbon; “bij voorkeur een kruidiger bourbon, zoals Buffalo Trace, Four Roses of Russells Reserve.”
De Agavoni is dan weer een twist met witte tequila, naar een recept van de Duitse bartender Bastian Heuser. “Snap je? Agavoni? Agave met Negroni?”
Tot slot stelt Jan zijn eigen versie van de Negroni voor: “De Belgian Negroni: 1,5 cl Campari, 3 cl Appleton Estate Rum, 3 cl Cinzano Rosso en 1,5 cl Cynar. Meng de ingrediënten en laat ze drie tot zes maanden rusten op een donkere plaats. Serveer met ijsblokjes en een gedroogd appelsienschijfje.”
“De Negroni is vrijgever dan een Martini”, besluit Wilson. “En hij is zeker sexier dan de gin-tonic.”













