Fragment uit het boek ‘Jongens die van voetbal houden’: Marco
Hij heet Marco, net als San Marco. Hij is de onbetwiste sterspeler en spits van deze laagvlieger: snel, technisch en doelgericht. Op hem zijn alle ogen gericht, hij moet de goals maken, de overwinning binnenhalen. Vandaag zal dat niet lukken. Hij weet het, maar zal nooit verzaken. Elke week opgewekt het hele team op zijn schouders.
Bij een ingooi staat hij aan de andere kant van het veld, en niet vrij. Toch roept een medespeler: “Naar Marco!” Alsof dan alles goed zal komen.
Hij is zachtaardig, een vriendelijke man. Heeft niet dat gemene wat de grote Marco wel kon hebben, als het nodig was. Als hij diep in de tweede helft de bal krijgt, alleen tegen vijf verdedigers, is de rest van zijn team te moe om aan te sluiten. Hij gaat er twee voorbij, maar dan wordt hij gesmoord. Even laat hij zijn schouders hangen: “Sorry jongens.”
Van achter klinkt het: “Geeft niet Marco.”













