Fragment uit het boek 'Jongens die van voetbal houden': Gemist
Ineens was ‘ie daar. Het was te verwachten. Het eind van het jaar, dus tijd voor de overzichten. Ik zag Oranje tegen Spanje. Er werd een pass verstuurd en ik zag een Spanjaard op Stekelenburg afgaan. Pas toen had ik het door: dit is Iniesta die Spanje wereldkampioen maakt. Eigenlijk was dit de eerste keer dat ik de goal – op normale snelheid – zag.
De finale keek ik met een grote groep vrienden. Ik zat niet lekker, op een houten vloer, en moest plassen van het bier dat we zenuwachtig dronken.
Nog even en dan gingen we penalty’s nemen. Ik hield het niet meer, dus vloog de kamer uit en ging naar het toilet. Ik plaste lang. Toen kreeg ik de deur niet meer open. Het is mijn grootste angst, opgesloten raken in een toilet, en uitgerekend nu zat ik vast. Ik duwde. Probeerde het nog eens. Trapte tegen de deur. En zei toen: ‘Oké, even rustig’. (Maar hoe was dat mogelijk?!) Ik pakte mijn telefoon en begon al te bellen naar een maat. Voordat de telefoon overging, hing ik op. Ik kon moeilijk iemand weghalen bij de laatste minuten van de WK-finale. Adem in, en uit. Draai rustig aan het slot. Het ging open.
Ik rende over de gang. Toen ik de deur van de kamer opende, keek ik recht in droevige gezichten, op tv zag ik in een herhaling hoe een Spanjool de 1-0 maakte. Ik ging zitten, deed alsof er niets aan de hand was, en treurde mee. De opluchting van mijn bevrijding was in één klap weg, ik had er nauwelijks over na kunnen denken. Het was alsof ik niet was opgestaan en de 1-0 er live in had zien vliegen.
Maar toen Nederland het WK verloor, zat ik op een plee.
Eigenlijk had ik die goal nooit op de snelheid van het hier en nu wíllen zien. Zodat ik kon denken dat het zich alleen in slow motion, in een film, had afgespeeld.