Hij lacht heel erg vaak. Dat geeft mij een warm gevoel in mijn buik. Ik ben blij dat hij lacht. Ik ben vaak jaloers op hem want ik lach ook graag, alleen niet zo dikwijls. Hoe doet hij het toch?
Mama huilt. Waarom lacht papa dan? Ik weet niet of ik blij moet zijn dat papa lacht terwijl mama huilt. Door papa's gelach moet mama soms ook lachen. Soms hoor ik een klap, dan sluip ik naar de kamerdeur om te kijken wat er gebeurt. Ik zie papa naar mama's keel grijpen en met zijn andere kant naar haar linkerborst. Mama krijst een beetje maar ze lijkt het niet erg te vinden. Bijt papa haar nu? Nee, ik beeld het me wel in.
De volgende ochtend kijk ik naar mama's hals. Hij is donkerpaars gekleurd. Ik vraag aan mama hoe dat komt. Ze zegt dat ze daarvoor medicijnen neemt, dat ze ziek is, maar dat ik me geen zorgen moet maken, het is niet ernstig. Er komt een wazige glans op in haar ogen. Ik vraag wat er scheelt. Niets, zegt ze.
Wanneer papa thuis komt laat mama ons altijd heel abrupt los en stopt ze met ons te knuffelen. Ik zie papa praktisch altijd lachen.
Ik vraag waarom ik draaierig werd toen ik vorige keer van papa's glas dronk. Papa lacht niet meer.
Ik zie hem met de fles op mij afkomen terwijl mama huilt in de slaapkamer.
Ik word wakker in het ziekenhuis. Mama huilt niet meer.
‘Ik lijk wel een heks’ zeg ik tegen mezelf in de spiegel, terwijl ik met mijn handen aan mijn haar pluk. ‘Zal ik je bezem vast klaar zetten', zegt T. als ik de kamer binnenkom. Vader en zoon zitten naast elkaar op de bank. Ze kijken me grijnzend aan.
Ja, doe maar, grap ik mee, want ik nam me voor om me niet langer uit het veld te laten slaan door mijn ouder wordende uiterlijk, of door waardeloos geverfde haren. Fruit eten, blijven sporten en vrolijk kijken, is het enige wat je kunt doen tegen verval.
Soms voel ik me best stoer omdat ik slank ben. Laatst kwam er een vriendje spelen. Ik schonk mijn zoon en het vriendje wat te drinken in. ‘Mama van Maarten, je kunt toch wel zien dat jij al wat ouder bent hè’, zei het vriendje wijsneuzerig, tussen twee slokken door.
Zijn woorden echoden het oordeel van zijn moeder. Oh ja? reageerde ik en keek vrolijk. Ja, zei het vriendje onverbiddelijk. Maar hoe oud ben jij eigenlijk? vroeg hij. Toen ik mijn leeftijd noemde, vroeg ik hem hoe oud zijn moeder was, dat mocht nu van mezelf. Zesendertig, zei het vriendje. Aha, maar nu al een kont twee keer zo dik als de mijne, ben benieuwd als ze straks mijn leeftijd heeft, dacht ik hekserig.
Een keer keek ik nietsvermoedend op mijn Samsung, toen ik in de tram zat en wat foto’s wilde zien. Ik had de camera nog op de selfie-stand staan. Met mijn hoofd voorovergebogen, zag ik plotseling een afgrijselijk beeld. Het duurde zeker tot halte Kanaleneiland Zuid, voordat ik weer een beetje was gekalmeerd. Wat wil je, het is de zwaartekracht, suste ik mezelf.
Een goede vriendin van me zei ooit dat je andere mensen niet moest attenderen op tekortkomingen van je uiterlijk. Nooit doen, bezwoer ze, je brengt ze alleen maar op een idee. Op het moment dat je zegt dat je een grote neus hebt, denkt de ander: ‘Ze heeft inderdaad een grote neus en een behoorlijke ook'. We moesten er hard om lachen. We waren begin dertig, er was nog niet eens sprake van verval.
Gisteravond zapte ik nog even langs de kanalen. Ik stokte bij het programma ‘Memories’, werd binnen de kortste keren meegesleurd door het verhaal van een liefdesgeschiedenis. Een oudere man die in gebroken Italiaans, lyrisch sprak over een meisje dat hij op de nonnenschool had gekend, waar hij verschrikkelijk van onder de indruk was. Hij had toen nauwelijks met haar gesproken, laat staan dat hij haar had gekust. Wel hadden ze elkaar diep in de ogen gekeken en stuurden ze kleine gedichtjes naar elkaar. De man sprak over pure liefde. Hij was twee keer getrouwd geweest, had drie dochters gekregen en de laatste had hij naar haar vernoemd.
Ik voelde me met de seconde ongemakkelijker worden, omdat deze man zo’n heilig en perfect uiterlijk beeld van dit meisje schetste. In zijn gedachten leek ze nog steeds op dat jeugdige pubermeisje. Binnen enkele minuten zou hij geconfronteerd worden met deze inmiddels gepensioneerde, zichtbaar oudere vrouw. Dit moest wel uitlopen op een teleurstelling, dat kon niet anders. De vrouw maakte een bijzonder sympathieke indruk, ik kon me voorstellen dat deze man steun aan haar had gehad als jongen, omdat ze zo’n warme en vriendelijke uitstraling had, nog steeds. Toch hield ik mijn hart vast.
Toen de confrontatie eindelijk kwam, waren beiden van slag en reageerden verlegen. Ze omhelsden elkaar, de vrouw bloosde als een jong meisje, je zag dat zij verheugd was hem te zien. Ik kon niet inschatten of de man teleurgesteld was of hemels aangedaan door deze ontmoeting. Ik keek naar hun gezichten en gaf hem het voordeel van mijn twijfel.