Somewhere in Jubbega, Friesland, Netherlands.

seen from Netherlands

seen from Singapore

seen from Indonesia
seen from China

seen from Malaysia
seen from Türkiye
seen from Türkiye

seen from United States
seen from Norway
seen from Germany
seen from France
seen from Ireland

seen from United States
seen from Brazil

seen from United States
seen from Germany
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Norway

seen from United Kingdom
Somewhere in Jubbega, Friesland, Netherlands.
OORD EN VERBLIJF, DE RUIMTE IN KUNSTLOKAAL No.8
De kunst van het ontwerpen van de gebouwde omgeving. Dat is wat op dit moment de vloer van Kunstlokaal No.8 inneemt en de wanden er aanneemt. Het neemt de ruimte letterlijk over. De kleine bouwvormen door Rob Vollewens samengesteld uit doosjes van diverse formaten in allerlei afmetingen, bevolken het lokaal en klampen zich vast aan de muren. Driedimensionale objecten waar de ruimte tijdelijk woont, omdat de inhoud ervan is verdwenen en dus plek geeft aan nieuw vluchtige materie en ander stof tot overdenking. Karton dat dienst deed om theezakjes, vitaminepillen, medicijnen, mobieltjes en andere levensbehoeften te bergen. Omhulsels die na gebruik veelal in de oudpapierbak belanden of achteloos langs ‘s mens levenspad dwarrelen, worden door Vollewens hergebruikt om iets gelijkend aan een leefgemeenschap te bouwen.
Een schuilplaats voor de gedachte, want merkbaar leven is er niet. Een zichtbaar verlaten model voor een groter geheel, dat gelegenheid laat aan mijn fantasie. Er is overwogen geschoven met volumes en beschouwend geschapen. Het is niet zomaar een collage van aaneen geplakte doosjes, zoals de stad ook niet in één dag is gebouwd. Vollewens vermaakt de doosjes tot onpersoonlijke eenheden. Kwast de zijden transparant wit, blauw en zwart. De oorsprong valt daardoor minder direct op.
Op wanden in het lokaal heeft Rob Vollewens dynamische kubussen getekend. Ruimtelijke vierkanten die over elkaar lijken te buitelen, langs elkaar te schuren, met tijd en ruimte te spelen. Iedere vlakke constructie is een uniek kunstwerk, dat van voorbij gaande aard is. Want wanneer de tentoonstelling tot een einde komt en plaats maakt voor een nieuwe opstelling wordt de tekening gewit. Wel vormen ze hier en nu een naadloze overgang naar de kleurige werken van Jan Willem Maris. Zijn inspiratie ligt net als bij Vollewens in de ommuurde ruimte, de gemodelleerde essentie van het gebouw.
Eerst construeert Maris dummy’s, driedimensionale sjablonen, van bouwwerken. Zo kan hij de ruimtelijkheid van zijn schilderijen doorzien, afwegen en uitwegen. Een plein met veelkleurige gevels in Barcelona staat onder meer model voor de studie naar omvang, de zoektocht in omtrek. Deze vormgeving kan hij kleurig en diepzinnig vertalen met olieverf op doek. Niet de daadwerkelijke gebouwen aan het plein heeft hij geschilderd, maar de doosvormen in zijn model. Die hoofdzaken van hoogte, breedte en diepte zijn vertaalt in een handzaam ruimtelijk model om de omvang te bevatten, en verwerkt naar beeldende schilderijen in het platte vlak.
Vlakken laat Maris oplichten om de omgeving te weerspiegelen in wat reflecterende muren en glazen gevels kunnen zijn. Gebouwen als decor voor een sfeer. Om een leefomgeving te reflecteren. De grootsheid wordt tot doosvorm, zoals Vollewens het al modelleerde. Het licht streelt in heldere tinten langs de vlakken. Er openen zich deuren en ik kijk binnen. Schaduwen glijden langs wanden. Het is een spel met licht en donker. Een abstractie meer en een realiteit minder. Het is niet het huis dat ik zie, het veilige onderkomen dat ik doorvoel, maar een wandeling van schijnsel naar donkerte en terug. De werken zijn daarom “lightning” of “light spots” getiteld, maar ook zie ik “shelter” want de omklede ruimte biedt een veilig heenkomen. Een schuilplaats voor mijn denkend zijn. Onderdak voor mijn verbeelding. En richt ik dan mijmerend en fictief verdoofd mijn blik opwaarts, zie ik lijnconstructies zweven boven mijn hoofd aan de zoldering. Mijn zinnen zijn begoocheld.
Expositie “oord en verblijf”, werken van Rob Vollewens en Jan Willem Maris bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 25 april 2021.
AANDACHTIGE DUO-TENTOONSTELLING BIJ KUNSTLOKAAL No.8
De schrijver van het boekje bij de duo-tentoonstelling op dit moment in Kunstlokaal No.8 heeft gelijk. De kunst van Carrie Meijer is monnikenwerk. Met uiterst vaste hand en in volledige concentratie zet zij lijntjes en vlakjes op papier. Om rasterwerken te zoeken, geometrisch lijnenspel dat zich in ritmische variatie zwart over het witte vlak aftekent. Ordelijk abstract, want er is geen figuratie anders dan kleine vormen die in regelmaat verschijnen. Strak in het gelid, scherp in opstelling. Het vergt pure aandacht het te maken, daarom kan ik er als bezoeker van deze tentoonstelling niet zomaar aan voorbij lopen. De toewijding wordt mijn bezieling, de zorgvuldige ijver krijgt mijn duurzame blik. Ik staar me niet blind, maar ontdek wel routinematig een stramien in de compositie als van een stratenplan, de door een stadsarchitect ingevulde bouwkavel. Rechttoe rechtaan, hier een huizenblok en daar een verbindingsweg.
Maar ook zie ik de boekbanden die in de kast tegen elkaar leunen. Of stapels oud papier die liggen opgetast in een loods. Maar meteen tik ik me figuurlijk op de vingers, sluit ik mijn ogen voor de werkelijkheid en ga op in de denkbeeldige realiteit van Carrie Meijer. De cirkels die ze opbouwt in duizenden ovaaltjes zetten kippenvel op mijn armen en laten de rillingen over mijn rug lopen. Het eist doorzettingsvermogen om ergens te beginnen, te weten waar je wilt eindigen en deze opdracht dan te volbrengen. Ik had allang geprikkeld en halfgaar de rotringpen van me afgegooid onder het slaken van een akelige kreet. Om gek van te worden. Petje af voor zoveel aandachtigheid en volharding.
De kunst van Ies Schute is daarnaast welhaast een welkome afwisseling. Een rustpunt voor de vermoeide ogen. Talloze druksels gelijkende tekeningen sieren de wanden van het kunstlokaal. Planten in vrolijke kleuren op half beduimelde bladen. Als zijn het de pagina’s uit de boeken, die klemmen in de kast, en waartussen afgesneden plantdelen in gedroogde vorm hun eeuwigheid weten. Ik vind ze nog bij de zolderopruiming, ze vallen uiteen wanneer ik de boeken opensla. Niet alleen onderzoekt Schute de verscheidenheid aan plantvormen in onwerkelijke ontwerpen en schetsen, ook verbeeldt zij duistere verhalen over zwarte bladzijden in de geschiedenis, over strijd en achterstelling. De neergeslagen blikken van “sadeyed lady of the Lowlands” lijken op vingerafdrukken, het DNA van deze mens. Het object op de vloer van het lokaal laat een veelheid aan bladen en tot boekjes samengestelde tekeningen zien. Een kleurig geheel in donkere tinten waar ik door zou willen bladeren. Iedere vorm is te isoleren om er een verhaal mee en van te vertellen. Het totaal vormt een losbladig boekwerk met diverse hoofdstukken. Het dagboek van de kunstenaar. Overal worden gedachten opgepikt en levendig uitgewerkt in geschilderde beeldfragmenten. Voorstellingen van nu voor de herinneringen van later. Om niet te vergeten.
De cirkel uit walnootdoppen aan de wand geplakt zou best een samenwerking van beide exposanten kunnen zijn. Het is een oefening in langzaamheid van Ies Schute, maar had goed geïnspireerd kunnen zijn op het monnikenwerk van Carrie Meijer. Een afsluiting van de expositie waarin voldoende te beleven valt, waarin ik met plezier beeldend luister naar de vaardige vertellingen.
Tentoonstelling “monnikenwerk en vertellingen”, composities van Carre Meijer en Ies Schute bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 9 februari 2020.
CEREBRAAL FYSIEK WERK IN KUNSTLOKAAL No.8
Vrolijk stap ik uit mijn auto die ik slordig langs de Schoterlandseweg heb geparkeerd. En loop fluitend door wat eens de poort was het voormalige schoolplein op. Ik voel me stukken jonger en dans rond “Kristallisatie”, een wit object van gecoat staal waar ik bijkans tegenaan liep. Het werk reikt als de Toren van Babel naar de hemel. Wat kunst al wel met je kan doen neurie ik beschouwend voor me uit. De deur is op slot, ik rammel eraan. Alras zwaait deze gastvrij voor me open: kom binnen. Ik sta er weliswaar weer eens op een onorthodox tijdstip voor. Maar ik ben welkom. Me daarna een weg banend door het overvolle atelier van AlleskAn. Opletten, daar ik zomaar ongewild iets kan omstoten in de drukte van de maaksels. Want ik ben daar wat ooit het gymnastieklokaal van de J.B. Kanschool was. In Jubbega. Op mijn weg naar de galerie laat ik het wasgoed rechts hangen en open de ruimte waar ik meteen ongezien in bezit wordt genomen door het getoonde werk daar. Samengebracht in Kunstlokaal No.8 onder de officieuze noemer “Cerebraal Fysiek”.
De objecten van divers materiaal waarmee Henk Rusman deze ruimte inneemt spreken vooral in herhalingen. Tableaus van suggestieve open gesneden vierkanten, zich spiegelend tot ritmische structuren. Het zijn eenvoudige middelen in beeldspraak die groepsgewijs uitpakken tot een meervoudige beelduiting. De ervaring van het object verloopt bij inname naar een ander standpunt. Schaduwen schuiven over en langs de wand. Duiden telkens en voortdurend een verschillende ruimtebeleving. Meest zijn deze repeterende vierkanten als reliëfs aan de wand gehangen, boven en onder ooghoogte. Maar ook is er een variatie in de ruimte geplaatst, groter van formaat en zonder kleurcoating. Naast de andere vormen waarmee wiskundige Rusman speelt. De constructies lijken niet te kunnen bestaan, omdat ze zich Eschereender tegennatuurlijke kanten uit schijnen te bewegen. Gezaagd en gevouwen uit één plaat metaal. De grond wordt plafond, de aarde is de lucht. Het heeft geen voorkant, want dat is de achterzijde en andersom. Het laat zich van iedere kant bekijken terwijl elk vlak voortdurend interessant blijft. De leegte vormt zich in de ruimte. Een cirkel met volume. Ik kan erin, ik ga er doorheen. Met mijn blik er dwars door. De objecten omarmen me. En kan ik me dan eindelijk losweken van die hypnose, dan raak ik meteen positief verstrikt in de kunst van het platte vlak.
Op robuuste vellen papier krast en vlekt Josias Scharf zich een vegetatieve atmosfeer. Het sluit me op en alleen nog met een scherpe klewang kan mijn blik een uitweg vinden als ik die al zocht. Ik baadt me in en laaf me aan een abstracte realiteit. Droom erin weg, hoewel de compositie oorverdovend is en ik welhaast oordopjes nodig ben. Het insect in mij klimt langs lijnen en denkt grassen, verschuil me tussen strepen van riet. De composities vreten me op. Het verwerkte licht werpt natuurlijk schaduw, de suggestie van wind laat in verf een illusie op de ondergrond zetten. Het is een expressieve vaardigheid waarmee de kunstenaar beweging suggereert in een stilstaand beeld. Mijn ogen glijden langs de lijnen en maken in de abstractie een realiteit. Het moet wel, want de geordende wirwar boeit mateloos. Ik waan me, zoals gezegd, in een jungle van wildgroei. Het is prachtig wat ook hier de eenvoud in veelvoud kan neerzetten. De aarde raast onder mij langs in ander werk. De serie zegt dat ik aan zee ben, waar de golven monumentale muren zijn. Opgezweept en voortgestuwd door de hand van de meester. Het beroert. En komt dan het gebaar tot rust en staat de compositie min of meer stil, dan valt een belevenis op de plek. De lijnen zijn niet meer gejaagd, volgen elkaar niet meer onrustig op maar kronkelen zelfs verliefd om elkaar heen. De grootsheid en de beweging vallen hierin stil. Er is zuivere abstractie daar. Geen voorstelling, enkel een zijn. Het zijn.
Expositie “Cerebraal Fysiek”, ruimtelijk werk van Henk Rusman en tekeningen en schilderijen van Josias Scharf bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 11 november 2018.
ANATOMIE VAN LAND EN WATER IN HET KUNSTLOKAAL
Het Friese land en de Wadden, ontbeend maar niet uitgehold. Jan Loman zowel als Milly Betten ontleden het landschap, de weilanden en de waterstromen. De kunstenaars nu in Kunstlokaal No.8 zijn kunstzinnige patholoog anatomen. Niet om de oorzaak van het ontstaan van land en water te vinden, maar wel om de zichtbare omgeving terug te brengen tot haar essentie. Daar waar het in de basis om gaat. Eigenlijk is het geen terugbrengen tot, maar wel een uitdiepen van om op een hoger waarneembaar peil te komen. Waar gaat het nu eigenlijk om, wat is het wezen van de werkelijkheid. Die feitelijkheid aangevuld met waarneming vormt dan mijn waarheid. Jan Loman benadert de samenstelling van zand en water op een zakelijke manier, terwijl Milly Betten speels de opbouw van weiland en sloten formuleert.
Loman zet de afwisseling van eb en vloed in een strakke ordening. In een kubistische verzameling verfstreken op ooghoogte – de horizon – wordt de natuur rijmend geschakeerd. De ingehouden pastelachtige tinten blauw, grijs en groen geven het gekozen landschap weer zonder menselijke inbreng. De natuurlijke cadans van af en aan, heen en weer, golven en overspoelen, laagwater en hoogwater is door Loman krachtig in eenvoud verbeeld. Vooral wanneer de schilder zich beperkt tot weinig gegevens is de sfeer optimaal. Bij een veelheid aan elementen ontstaat de drang die te willen ontcijferen, door de transparante abstractie een realiteit te kunnen duiden. Daar valt het beeld uiteen – zie je door de bomen het bos niet meer, het water laat geen ruimte voor land, terwijl uit de juist simpele benadering een krachtige zingeving spreekt. Daar waar Loman de blokkendoos laat verwateren en collages maakt met vlieseline ontstaan levendige composities. Het doelmatige van de verbeelding van het Wad maakt plaats voor een spel met grijzen en zwarten, waar doorheen vlekkerige kleuren schemeren. Het is een monumentale benadering van een inspiratie. Zonder titel, waardoor er geen plaatsbepaling is als bij de zandplaten en het bewegende water. Mijn fantasie kan ermee op hol slaan, zodat velden rondom dansen en huizenblokken langs elkaar flaneren. Een complex spel in eenvoud weergegeven. Aansprekend.
Betten toont plattegronden van werelden, landkaarten van omgevingen. Het landschap voor de ruilverkaveling: iedere boer heeft dan nog een stuk land groot genoeg voor een paar koeien en een handvol schapen. Als een landmeter brengt ze de omstreken kadastraal in kaart. Hoogte en laagte, lengte en breedte. Speels staat het afgebakend op paneel. In vogelvlucht kijk ik van boven op die vlakverdeling. Maar kan er ook doorheen zien, als is het een abstracte verbeelding boven en onder de horizon. Met toegeknepen oogleden maak ik van de stukjes een passende puzzel: het noordelijk landschap. Met elementen water, land, lucht en daken. Maar ook maïsvelden en omgeploegde aarde, de eerste snee gras en te drogen liggend hooi. De weidsheid wordt beperkt in begrenzingen. Gaandeweg wordt de grondtekening los gelaten en ontstaat er een meer transparante planning. Of komt er een ordening in de velden die wordt verstoord door dotten verf: een geblokkeerde omgeving. Betten bepaalt het landschap, stelt een diagnose van de tinten en kwantificeert vlak en lijn. De natuurlijke elementen en menselijke bouwstenen liggen losgesneden op tafel – een sneetje sloot, een vakje weiland, een plakje boerderij. Daaruit sorteert zich het schilderij.
Een soortgelijke vormentaal zet zich vast in keramische objecten. In reliëf is op detail het landschap uitgetekend. In hoogdruk de menselijke component, op de basis vlakken van bijenwas die zich kleuren met pigment. Een uitsnede van de opeenhoping van mens tegen natuur. Fantasierijk.
Expositie Friesland en Wadden, werk van Milly Betten en Jan Loman bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 14 oktober 2018.
DE SNOEPWINKEL VAN KUNSTLOKAAL NO.8 IS OM TE JUBELEN ... Mmmm
Het is jubeljaar in Jubbega. Volgens Bijbelse begrippen kan dat. Want in het oude Palestina jubelde men na 50 jaar. Dan werden de bezittingen gedeeld of althans het eens gekavelde land aan de rechtmatige eigenaar terug gegeven. Het gebouw van de voormalige Kanschool staat nu 100 jaar aan de Schoterlandseweg in Jubbega. Dat is tweemaal juichen dus. Maar dat het stel Prins en Speulman er 10 jaar doende zijn met kunst, past dan weer niet in een heilig jaar. Maar alles kan. En de ruim 7 jaren dat Kunstlokaal No.8 tentoonstellingen in huis heeft schikt zich in een sabbatsjaar. Rust in tegenstrijdigheid. “Ah, kent skele juh!” zeggen ze in Leeuwarden 2018. Dus.
Het is een snoepwinkel nu, dat voormalige klaslokaal waar de kinderen liever uit de hoge ramen naar buiten droomden dan de meester zagen lesgeven. Er valt veel te genieten daar. Welhaast alle kunstenaars, die in de loop van de jaren langs kwamen om hun kunsten in het lokaal te laten zien, zijn met een werk vertegenwoordigd in deze speciale zomertentoonstelling. Eenenzestig in totaal. Een hels karwei om dat zo passend mogelijk bij elkaar te hangen, om een smakelijk geheel te maken. Het is de moeite om de enkele individuen om te vormen tot een versmolten eenheid. De kunst om kunst te groeperen. Niets afzonderlijk te laten opvallen, alles in overeenstemming.
Ik druk figuurlijk mijn neus tegen het etalageraam en verlustig mij in de uitgestalde lekkernijen. Het stemt me vrolijk, ik word enthousiast. Tot nu springt niets apart in het oog. Mijn blik glijdt over het vlakke werk, mijn kijk tipt even de ruimtelijke werken aan. Mijn beschouwing laat niets los, want elk standpunt geeft een nieuw inzicht. Mijn oog valt wel op de actie die er is. De stippen die geplakt zijn. Is er al werk verkocht voordat de vernissage er was? Het is een grap – er wordt uitgedeeld in dit jaar, om te jubelen. Kunstlokaal is een galerie, dus de kunst is er te koop. De bezoeker wordt geanimeerd twee kunstwerken te kiezen en te kopen, dan krijgt men een derde gratis erbij. Dat wil zeggen een kunstcadeau te zoeken uit het oeuvre van Marcel Prins en Birgit Speulman, keuze genoeg rondom in de Kanschool.
Met mijn vinger teken ik de technieken na. Het is al abstract realisme, het gevoel achter de elementen. Er wordt niet geprobeerd een grijpbare realiteit te verbeelden, meer is het een spel met vlak en lijn en kleur. Het is een hogere gave om het niet bestaande een vorm te geven zodat het zichtbaar is. In het vlak worden de ruimten experimenteel ingedeeld. Mooi is te zien dat iedere kunstenaar dit op een eigen manier doet. Want elk wit vlak heeft dezelfde onpersoonlijke uitstraling. Het is de geboorte van een nieuw kunstwerk, dat begint met een onbeschreven blank vel. De identieke start staat echter geen veelvormige uitkomst in de weg. Zodra de eerste lijn erop staat, het tweede vlak is ingevuld en de derde kleur gekwast is het een persoonlijk werkstuk. Een enkeling durft dan nog niet de stap te nemen en houdt vast aan een nieuwe vorm voor het zichtbare zijn. Het kunnen adempauzes zijn in deze sfeer van het lokaal.
Maar terug naar de actie. Welke kunstwerken zal ik willen kiezen en thuis aan de muur spijkeren. Het is geen eenvoudige opgave. Alle snoep biedt zich zoet aan. Overal langs de wanden en in de ruimte is iets te zien. Niet voor me uit kijken, maar ook de blik omhoog werpen. Zelfs buiten in de tuin staan kunstwerken. Wel, ik ga voor “Venster” van Marjolein Spitteler en Hans Kleinsman’ zonder titel. Maar ook zou ik het houten wandreliëf van Vladica Ristic en “code T1802” van Aimée Terburg willen. Opgetogen verlaat ik het pand – kruist mijn blik nog het huiskamerlokaal waarin ik ook een snoeperij ontwaar. In een salonhanging, zonder ademruimte, heeft er de verzameling van het huis een plek gevonden. Als vrolijk bloemetjesbehang.
Zomertentoonstelling “JUBEL”. Eénenzestig kunstenaars bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 19 augustus 2018.



