De gebroeders Karamazow - Aljosja Aleksej Fjodorowitsj Karamazow
" Hij wist niet waarom hij de aarde omhelsde, hij gaf zich geen rekenschap van zijn plotselinge onbedwingbare behoefte haar te kussen, haar met zijn kussen te overdekken, maar hij kuste de aarde terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet en uitzinnig zwoer hij haar lief te hebben, haar tot in allereeuwigheid lief te hebben. 'Drenk de aarde met je vreugdetranen en heb die tranen lief...' Klonk het is zijn binnenste. Wat beweende hij? o, in zijn verrukking huilde hij zelfs om de sterren die over hem uit die grondeloze hemeldiepte toestraalden en hij 'schaamde zich niet over die verrukking'. Het was alsof de draden van al die ontelbare werelden Gods in zijn ziel samenkwamen en zijn ziel sidderde ' bij het contact met andere werelden'. Hij wildere iedereen alles vergeven en zelf om vergiffenis vragen, maar niet voor zichzelf maar voor iedereen en voor alles. " Anderen vragen het wel voor mij ! " klonk het weer in zijn binnenste. Allengs duidelijker en haast tastbaar voelde hij een aan het hemelgewelf verwante vastheid en onverstoorbaarheid in zijn ziel neerdalen. Een allesoverheersende idee nam bezit van zijn geest om hem nooit meer te verlaten. Als een zwakke jongeman was hij ter aarde gevallen, maar hij stond op als een voor het ganse leven gestaalde strijder en hij realiseerde zich dat intuitief in dit ogenblik van opperste extase. Nooit, nooit meer zou Aljosja dit ogenblik vergeten. "Iemand heeft mijn ziel bezocht in dat uur" zei hij later met een onwankelbaar geloof in zijn eigen woorden....














