Elke week stellen wij vijf dezelfde vragen aan verschillende ‘bekende’ Nederlanders. En hun reactie, die lees je hier!
Deze week: Martin Koolhoven
Martin Koolhoven is een Nederlandse filmregisseur en scenarioschrijver. Hij is bekend van films als het Schnitzelparadijs, ’n Beetje verliefd en Oorlogswinter. Koolhoven is geboren in Den Haag en opgegroeid in Asten. Na een aantal vooropleidingen te hebben gedaan, start hij aan de Filmacademie in Amsterdam. In 1996 studeerde hij dan ook af in de studierichting Regie/Scenario Fictie. Echt bekend bij het Nederlandse publiek wordt hij pas in 2005 met de bioscoop hit het Schnitzelparadijs In 2008 komt zijn grootste succes tot nu toe uit; Oorlogswinter. Met deze kaskraker behaalt Koolhoven een Platina Film (meer dan 400.000 bezoekers). Verder heeft hij nog twee Gouden Kalveren gewonnen in zijn loopbaan voor Beste Regie (De Grot) en Publieksprijs (Knetter).
5 vragen aan Martin Koolhoven:
1. Maandagen vallen voor mij ook heel zwaar.
Nee, maandagen vallen mij niet zwaar. Mijn beroep is geen negen tot vijf-baan. Sinds ik kinderen heb die naar school gaan heeft het begrip ‘weekend’ weer betekenis gekregen, daarvoor werkte ik gewoon altijd.
2. De krant op de tablet leest fijner dan een papieren krant.
Ik vind boeken fijner dan een tablet, maar scenario’s lees ik meestal liever van mijn iPad dan dat ik ze uitprint. Ik heb nog nooit een krant gelezen op een tablet, maar ik kan me voorstellen dat het wel prettig is.
3. Social Media zijn een verrijking voor mijn beroep.
Ik vind niet dat Social Media wezenlijk bijdragen als het gaat om mijn beroep, ook al maak ik er graag veel gebruik van.
4. Iets is nieuws voor mij als …
Ik neem aan dat ik deze stelling moet afmaken, maar ik voel weinig inspiratie. Voor mensen in de media lijkt nieuws een uitermate belangrijk iets, maar in het echte leven valt dat best mee.
5. Als u één ding in Nederland zou kunnen veranderen, wat zou dat zijn?
Oké, na een aantal stellingen, de eerste vraag! En best een lastige. Want het lijkt me dat het iets moet zijn wat vooral voor Nederland geldt, iets wat ik in het buitenland bijvoorbeeld beter vind.
Ik zou heel graag willen dat films in Nederland een belangrijkere plek in het leven zouden krijgen. De filmliefde is in bijvoorbeeld Frankrijk of de Verenigde Staten veel groter dan hier.
Dit was het dan! Onze rubriek "5 vragen aan…" is nu echt tot een einde gekomen. Ik hoop dat jullie genoten hebben van de interviews die we gehad hebben met Youp van ’t Hek (cabaretier), Halbe Zijlstra (politicus), Nando Boers (sportverslaggever), Frans Molenaar (modeontwerper) en Martin Koolhoven (filmregisseur).
Elke week stellen wij vijf dezelfde vragen aan verschillende ‘bekende’ Nederlanders. En hun reactie, die lees je hier!
Deze week: Frans Molenaar
Frans Molenaar is een Nederlandse modeontwerper. Geboren in Amsterdam en opgeleid aan de Vakschool voor Kleermakers. Om het half jaar brengt hij een nieuwe collectie uit en in 2005 gebeurde dit voor de tachtigste keer. Behalve kleding en accessoires heeft Molenaar ook brilmonturen ontworpen voor Pearl. Sinds 1995 is de Frans Molenaar Couture Prijs in het leven gebracht voor het aanstormend talent binnen de modewereld.
5 vragen aan Frans Molenaar:
1) Maandagen vallen voor mij ook heel zwaar.
Maandagen vallen niet zo zwaar voor me, want ik heb geen vaste werkdagen en mijn werk gaat eigenlijk gewoon altijd door. Maandag is juist de dag voor mij om te relaxen.
2) De krant op de tablet leest fijner dan een papieren krant.
Ik heb geen tablet, ik weet niet eens wat dat is, dus ik lees papieren kranten.
3) Social Media zijn een verrijking voor mijn beroep.
Ik ben totaal niet bezig met Social Media. Sterker nog, ik weet niet eens wat daarmee bedoeld wordt.
4) Iets is nieuws voor mij als …
Het in de krant staat of als iets op het journaal te zien is.
5) Als u één ding in Nederland zou kunnen veranderen, wat zou dat zijn?
De politiek!!!
Onze rubriek loopt bijna ten einde, maar blijf ons volgen voor een nieuwe “5 vragen aan…”
Elke week stellen wij vijf dezelfde vragen aan verschillende ‘bekende’ Nederlanders. En hun reactie, die lees je hier!
Deze week: Nando Boers
Nando Boers is een sportjournalist die werkzaam is bij NUsport. Hij schrijft onder andere columns over de belangrijkste hoogtepunten in de sport. Ook is Boers auteur van boeken zoals het aangrijpende ‘Amigo’. Het verhaal over Pedro Horillo, de oud-wielrenner die na een ernstige valpartij in de Giro van 2009 een zware revalidatie kende.
1. Maandagen vallen voor mij ook heel zwaar.
Valt wel mee hoor. De ochtend wil wel eens wat moeizaam in gang schieten omdat je op sommige zondagen lang heb gewerkt en tot laat. Maar het is geen probleem.
2. De krant op de tablet leest fijner dan een papieren krant.
Geef mij maar de krant! Het antwoord is voor mij dus: nee.
3. Social Media zijn een verrijking voor mijn beroep.
Valt erg mee. Facebook heb ik niet. Twitter geeft je vooral ‘het idee’ dat je er meer up to date bent. Voor het doorlinken van interessante stukken is het wel aardig. Maar echt nieuws vind je er niet.
4. Iets is nieuws voor mij als …
Beetje flauw misschien, maar zo is het wel: als niemand anders er van weet.
5. Als u één ding in Nederland zou kunnen veranderen, wat zou dat zijn?
Meer groen op straat. Of qua journalistiek oogpunt, dan zou ik zeggen: meer geld voor onderzoeksjournalistiek. Daar ligt de echte toekomst van de journalistiek.
Als je onze rubriek interessant vindt, blijf ons dan gerust volgen!
Ons landje staat gedurende een week in het teken van orgaandonatie. Via tientallen BN’ers op televisie en controversiële reclamespotjes op Youtube wordt de Nederlandse samenleving opgeroepen om ons allemaal aan te melden als orgaandonor. Maar het sleutelwoord is aandacht en dan vooral het gebrek eraan. Want zijn we ons überhaupt wel bewust dat er zoiets speelt als de werving en aanmeldingsprocedure van donoren en het nijpend tekort aan organen bij het orgaancentrum, om nog maar te zwijgen over de beruchte en omvangrijke wachtlijsten?
Wat bij onze zuiderburen vanzelfsprekend is, iedereen is donor tenzij je bezwaar hebt, kennen we in Nederland juist een systeem waarin we dus zelf mogen bepalen of we donor willen zijn. Op dit moment zijn er zo’n 3,5 miljoen mensen in Nederland donor. Twee miljoen mensen hebben aangegeven om geen organen af te staan uit geloofsovertuiging (misschien erg Middeleeuws denkend) of gewoon uit principe (valt ook wel iets over te zeggen). De rest van Nederland heeft gewoon een lakse houding en heeft hiervoor nooit echt aandacht geschonken. En dan zijn er natuurlijk ook nog mensen die niet willen dat ze na hun dood veranderen in een scheikundig experiment. Dit laatste staat bekend in de volksmond als de ziekte van Aanstelleritis. En nee, dit verschijnsel is niet te verhelpen met een simpele pijnstiller.
Maar deze week wil half bekend Nederland dat we ons massaal aanmelden om donor te worden. Of dit de juiste manier is om mensen over te halen betwijfel ik sterk. Want laten we eens terug gaan naar de discussie rondom orgaandonatie. Vooral uit de medische wereld wordt de roep om organen steeds groter en zij hebben een doorslaggevend argument: orgaandonatie redt mensenlevens! Tegenstanders beroepen zich echter op de grondwet, vrijheid van meningsuiting en het recht op de bescherming van het lichaam. Dit zal ongetwijfeld zwaar wegen voor veel mensen die hier waarde aan hechten en ik ben ervan overtuigd dat mijn buurman en andere diepgelovige dorpsgenoten sneller luisteren naar hun eigen geweten dan naar Giel Beelen die wil dat we onze nieren afstaan.
Wat wel helpt is de campagne van de overheid die in 2009 al gelanceerd werd. In een tijdsbestek van vier jaar zijn er 10% meer donoren bijgekomen. Vooral jongeren worden er steeds meer van bewust om zich aan te melden als donor. En dat we dit te danken hebben aan Facebook en Twitter die ook advertenties en reclames hebben, waar orgaandonatie een hoofdrol speelt, is natuurlijk wel een feit. Jongeren laten zich snel beïnvloeden door Social Media. Of het nu gaat om orgaandonatie of de lancering en verkoop van GTA V. Als meneer Facebook of mevrouw Twitter er aandacht aan schenken dan zijn het onze jongeren die als eerste overstag gaan.
Tien minuten van onze tijd kost het om even aan te kruisen of je donor wilt worden of niet. Een kleine moeite dus en het is ook niet zo dat je bestookt wordt met een karrenvracht aan vragen. Tegenwoordig kun je dit overal invullen met je smartphone. In de Albert Heijn, in de Fyra, in de studentenkamer van je ex, het maakt niet uit. En voor de mensen die nog twijfelen, ik ben zelf ook donor. Omdat ik het gewoon belangrijk vind dat ik met mijn organen andere mensen kan redden die ze echt nodig hebben. Een verplicht stelsel zou ook geen slecht idee zijn. Maar ik moet er wel bijzeggen, ik doneer niet al mijn organen. Mijn hart bijvoorbeeld niet en waarom: principekwestie? Overdosis aan liefde? Christelijk opvattingspunt? De anti-donor standpunten van moeders?
Ach ik kan tenminste zeggen dat ik donor ben, JAAAA dus.
Ben jij al overtuigd om donor te worden? Ga dan nu naar onderstaande link:
Elke week stellen wij vijf dezelfde vragen aan verschillende ‘bekende’ Nederlanders. En hun reactie, die lees je hier!
Deze week: Halbe Zijlstra
Halbe Zijlstra is fractievoorzitter van de VVD. Hij was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet Rutte 1. Zijlstra is de zoon van een politierechercheur en heeft sociologie en marketing gestudeerd in Groningen.
1. Maandagen vallen voor mij ook heel zwaar.
Dat valt reuze mee. Aangezien de Kamer op dinsdag, woensdag en donderdag vergadert is maandag voor mij juist een dag om het land in te gaan, werkbezoeken af te leggen, met mensen te spreken en andere werkzaamheden te doen waar ik op die andere dagen niet aan toe kom. Ik vind het dus eigenlijk wel een prettige dag
2. De krant op de tablet leest fijner dan een papieren krant.
Dat ligt eraan. Met een kop koffie aan de keukentafel lees ik liever een papieren krant. Maar op sommige plekken (zoals achterin de auto) leest een tablet een stuk makkelijker! Ik doe dus allebei.
3. Social Media zijn een verrijking voor mijn beroep.
Ja en nee. Voor mij persoonlijk niet, want ik maak geen gebruik van social media. Maar in algemene zin wel. Social media hebben de kloof tussen kiezer en politiek verkleind en mensen meer betrokken gemaakt. Zij kunnen de politiek (debatten, twitterende Kamerleden) gemakkelijker volgen en het contact is intensiever en directer.
4. Iets is nieuws voor mij als …
Ik het nog niet wist ;-)
5. Als u één ding in Nederland zou kunnen veranderen, wat zou dat zijn?
De overheidsfinanciën op orde krijgen! Alleen op die manier kunnen we onze welvaart en de voorzieningen die ons land kent, ook in de toekomst blijven garanderen. Daarnaast zorgt een gezonde economie voor vertrouwen van mensen en bedrijven. En dat is nodig om de economie van ons land weer te laten groeien.
Blijf onze rubriek volgen want binnenkort komen we met een nieuwe "5 vragen aan…"