KERSTVERHALEN VAN HUIZEN EN HUISJES
Hij is veelzijdig, Karst A. Berkenbosch. Van schrijver tot cultuurhistoricus, van columnist tot cabaretesk zanger, van verhalenverteller tot wandelaar. Van hem heb ik nog een inmiddels grijsgedraaide elpee in de kast staan: Zaandgrond, met gitarist Doeke Dokter. Nog altijd volg ik de raad op van Pieter Jonker die gedrukt staat op de hoes: “Leg de plaete op ’e dri’jtaofel en luuster, luuster andachtig naor de aorige, ofwisselende wiesies…” Hoewel in Heerenveen geboren is Karst opgegroeid als rechtgeaarde Stellingwarver. Graaft dan ook met plezier in de geschiedenis van deze contreien, schrijft daar boeken vol over. Bezigt de streektaal als geen ander tussen Oosterwolde en Wolvega. Schrijft cursiefjes en columns in wisselende regelmaat met Johan Veenstra voor de provinciale krant. En altijd blijft die zandgrond bodem van inspiratie.
Tijdens decemberwandelingen door de natuurlijke omgeving van zijn woonplaats vertelt Karst nu al een zevental jaren achtereen kerstverhalen. Eerst verhalen geplukt van internet, maar later zelfgeschreven teksten. Deze laatste zijn nu dan dus gebundeld en in boekvorm verschenen. Voor die nieuwe bundel verhalen verlaat Karst woonplaats Oldeberkoop en reist door Nederland. Op zoek naar plaatsen die in de naam eindigen op huizen, een enkele keer op huisjes. Op schrift zijn het alle kerstverhalen geworden. Niet met de nadruk op kerst, maar wel telkens met de emotie en de sfeer van de maand december. Het zijn opgeruimde verhalen spelend op twaalf plekken door het land. In het boekje aangevuld met drie losse vertellingen.
Geen nadruk op kerst dus, maar wel proef je in iedere tekst het gevoel van dat feest. Vooraleer een christelijk feest dat de hele wereld even stilzet, er is voor twee dagen verbroedering, wapenstilstand, vrede op aarde. Dat sentiment kleeft aan kerst en die stemming weet Karst in zijn verhalen over te brengen. Zonder het aldus te benoemen spelen de hoofdpersonen steeds met de kerstgedachte. De Wiebes, Geerten, Klazen en Karels bekommeren zich om de Antjes, Ernas, Jannas en Elskes. Staan klaar voor kinderen en kleinkinderen, de buren. Het is een gemoedelijkheid die tussen de regels door spreekt. Dat klopt ook wel, want de meeste -huizen zijn kleine dorpen of streken met een paar woningen. Daar waar de grote stad nog niet is binnen gedrongen, waar de mensen elkaar kennen en soms zelfs daardoor elkaar gemakkelijk in de gaten houden op een positieve manier.
Tijdens zijn bezoeken aan de plaatsen – als daar zijn Biddinghuizen, Idskenhuizen, Veenhuizen en Enkhuizen om een paar bekende te noemen – dook Karst er een paar dagen onder om de eigenschappen en de historie van de streek te leren kennen. Zo speelt de vertelling wel met bedachte personages en een verzonnen verhaallijn, maar altijd in een omgeving die werkelijk is. Dat maakt de verhalen geloofwaardig en oorspronkelijk. Vrijwel ieder verhaal heeft dan ook een historische voetnoot, om te beschrijven waar het zich precies afspeelt en om het relaas in het leven te zetten.
Het zijn opgeruimde verhalen, die vertellingen van Karst. Niet telkens met de vrolijkheid er dik bovenop, want er gebeuren heus wel ongelukken in en mensen worden er echt wel ziek. Maar altijd eindigt het verhaal in de geest zoals de laatste woorden van een sprookje: en ze leefden nog lang en gelukkig. Van huizen en huisjes, kerstverhalen van Karst, zijn uit het goede hout gesneden. Het zijn kerstverhalen zoals deze vertelt moeten worden in de maand december. Karstverhalen, nostalgisch goedmoedige verhalen die spelen in de tegenwoordige tijd. Zonder kerstkind, geen kerststal of herders die bij nachte lagen, maar zeker met de sfeer van kerst: in de mensen een welbehagen.
Bundel “van Huizen en Huisjes”, kerstverhalen van Karst A. Berkenbosch. Verschenen bij Noordboek, 2019.












