Gister ben ik erachter gekomen dat mijn angst om met automatische pallet-wagens rond te rijden honderd procent rationeel was. Toen ik nog bij Aldi werkte speelden altijd de meest lugubere gedachten door m'n hoofd als ik weer een pallet goedkope cola moest verplaatsen met zo'n ding. Van open-botbreuken, schedelbasisfracturen en vooral veel bloed. Je had me moeten zien, wat liep ik te prutsen zeg.
Mezelf kennende reed ik dan ook zo min mogelijk pallets rond met zo'n ding. Het feit dat zo'n machine een noodrem heeft is voor mij al reden genoeg om er vrijwel geen gebruik van te maken. Maar gister deed ik het tóch weer. Ik deed het gewoon. Ik deed het. Waarom? Gewoon. Dat ding stond er, er moesten dingen verplaatst worden, ik wilde voor de verandering geen appels in zakken doen...
het ondenkbare [eigenlijk was het niet zo ondenkbaar, maar het gaat erom dat het gebeurde]: ik reed mezelf klem. Schijnbaar had ik de ADHD-machine uitgekozen. Ik kan me niet eens herinneren wat er allemaal door me heen schoot, die paar seconden dat ik daar vast zat, vooral veel pijn, en de angst dat m'n been gebroken was. Nee, het zou toch niet. "Klemgereden? Ze had zeker nummertje zes?" Werd er gevraagd toen ik een beetje wazig op een kist zuurkool aan het uitpuffen was. Volgens mij was het nummertje zes-zes-zes.
Nu lig ik op bed, mijn dijbeen twee keer zo dik als hij hoort te zijn. Mijn lieve dijbeentje. Van lekker lopen kan ik voorlopig alleen maar dromen. Uit frustratie eet ik meer chocola dan goed voor me is. Denk ik nog even aan gisteravond, toen ik twee stukken mounchou- en een homp bokkenpootjestaart naar binnen schoof. Uit de speakers klinkt Russel Crowe, hij zingt een suicidaal lied.
Vier dingen weet ik zeker: hij zingt best goed, voor iemand van wie je dat niet verwacht, voedsel is mijn enige troost, ik zal me nooit weer inlaten met automatische palletding-gerelateerde zaken. Nooit weer. En last but not least, ik kan niet wachten tot de zomer daar is.