De mooiste tijd bij 'De Venen'
(Ron midden, in voormalige centrifugeruimte.)
Dan is hier alweer mijn laatste verslag van de mooie reeks gesprekken die ik mocht voeren tijdens mijn verblijf bij KiK (Kunst in Kolderveen) in de voormalige Coöp. Zuivelfabriek ‘De Venen’. Ik wil iedereen bedanken die langs is gekomen en heeft meegeholpen dit project tot een succes te maken!
Het woord coöperatie fascineert mij en ik heb het gevoel dat de betekenis van dit woord vandaag steeds belangrijker wordt of weer opnieuw zou moeten worden. Op internet staat het zo omschreven:
De coöperatie is een vorm van zelforganisatie van producenten of verbruikers, gericht op het vergroten van economische macht en het behalen van schaalvoordeel.
Coöperaties hebben een belangrijke rol gespeeld in de economische emancipatie van grote groepen van de bevolking, vooral rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20e eeuw. Via de coöperatie konden producenten (vooral boeren) en consumenten zich verenigen en zo gezamenlijk doelen bereiken die voor elk individu onbereikbaar zouden zijn geweest, vooral op het gebied van investeringen. Wereldwijd zijn vele coöperaties actief.
Op een avond werd ik gebeld door Ron Oosterveen, mijn brief aan ex-werknemers had hem iets later bereikt dan de bedoeling was en hij vroeg mij of het nog steeds mogelijk was om langs te komen en van gedachten te wisselen over de fabriek. Een aanbod wat ik natuurlijk niet afsloeg en we maakten een afspraak op 8 december aan het begin van de avond.
Het werd een gesprek over arbeidskansen, Ron was opgeleid voor de bouw maar in de tachtiger jaren stond die er net zo beroerd voor als vandaag. De fabriek leek hem wel wat en na een paar keer informeren werd hij in 1982 aangenomen. Hij was overigens niet de enige die vanuit de bouw werk vond in de zuivelfabriek, er waren er meer. Hij startte bij de inpakafdeling en werkte daarna onder chef kaasmaker Frans Stoker. Ron kon net niet zijn 12,5 jarig jubileum bij de fabriek volmaken maar spreekt vandaag nog over ‘zijn mooiste tijd’ bij de fabriek.
Al vanaf 1988 ging het rumoer door de wandelgangen dat er niet meer werd geïnvesteerd en dat het wel is snel gedaan kon zijn met de productie in Kolderveen. In 1995 was het dan zover, de sluiting was een feit, er werd nog wel 24 uur gestaakt. Een meerderheid van het personeel deed hieraan mee, iedereen verzamelde bij het restaurant/café Oranjewoud te Heerenveen schrijf ik op. De sfeer tussen de stakers en niet-stakers had hier later wel onder te lijden op de werkvloer, gelukkig kreeg iedereen ander werk of een goede regeling.
Daar waar in 1894 vijf boeren het initiatief hadden genomen om de coöperatie in het leven te roepen en daarmee kansen te creëren die het individu zelf niet kon realiseren, krijgt het nu bijeffecten die voor het individu oncontroleerbaar zijn. Daar waar de kansen voor de eenling leidend waren in het collectief, werd steeds meer het collectief centraal gesteld over de eenling. Denk ik misschien te eenvoudig hardop. Want als het aan Ron had gelegen dan was de fabriek nooit dichtgegaan, er werd immers nog steeds winst gemaakt. Zoals ook ex-werknemer Albert Manden aangaf in een eerder gesprek. De individuele belangen moesten -naar het lijkt - plaatsmaken voor wat vandaag Friesland Campina moest worden. Een wereldspeler in een globale markt, op het podium naast Unilever, DSM en Akzo Nobel.
Waar groei eerst werd vertaald in de uitbreiding van de architectuur, het groter worden van het gebouw en de productie binnen haar muren. Zorgde het voor een groeiend aantal kansen voor mensen om een boterham te verdienen. Door de tijd heen stuurde een groeimarkt aan op het verzamelen van een efficiënte groep gespecialiseerde fabrieken onder één merk. Deze tendens heeft er in mijn ogen voor gezorgd dat het merk boven de mensen is uitgestegen en daarmee boven hun individuele belangen. Dit is geen aanklacht of protest, maar een vervelend onderdeel van een systeem dat gebaseerd is op groei en waar we allemaal onderdeel van zijn geworden. De coöperatie bestaat vandaag nog steeds, de vraag is alleen of we ons in de huidige vorm nog steeds herkennen?
De bank die ooit begon als boerenleenbank, heeft in de globale bancaire wereld steeds meer moeite om lokale ideologische grondslagen een plek te geven in haar gedachtegoed. Het moet immers concurreren in een wereldmarkt. De sociale aspecten zijn ondergeschikt, zo haalt zij na het lokale kantoor ook de pinautomaat uit dorpjes weg waar het ooit allemaal eens is begonnen. Ik zeg dit omdat ik het gevoel heb dat we getuige zijn van een ingrijpende verandering die vraagt om coöperatieve antwoorden en discussie, maar misschien zijn we wel net te veel gewend geraakt aan onze rol als individu om dit als groep te beïnvloeden.
Er zijn stemmen die beweren dat het kapitalisme een fase is die nodig was om vooruitgang te brengen maar die nu vraagt om nieuwe alternatieven. Het heeft welvaart en technologische ontwikkelingen gebracht die deze nieuwe fase mogelijk moeten maken, alleen het kapitaal wat gelijk staat aan macht is op dit moment in verkeerde handen. Daarmee houdt het kapitalistische systeem zoals we dat vandaag zien zich op irrationele wijze zelf in stand. Waardoor al die aspecten die in mijn gesprekken met ex-werknemers naar voren kwamen, als brood op de plank, een fijn huis en een gezonde sociale werkomgeving, langzaam van ondergeschikt belang worden. Het kapitaal wordt niet langer teruggeïnvesteerd in de samenleving maar dient de durfinvesteerder en de aandeelhouders. Het staat niet meer in dienst van de groep. Ik denk dat Arend als gepensioneerd veehouder terecht zegt dat de coöperatie (Friesland Campina)niet beursgenoteerd moet worden. Maar ook constateert hij dat de menselijke maat vandaag onderdruk staat. Wat kunnen we uitrichten tegen deze tendens en waar liggen de collectieve kansen voor morgen?
Toen ik vertelde dat ik geluiden ging opnemen in Rouveen bij de Kaasspecialiteiten fabriek vertelde menigeen dat deze fabriek in particuliere handen was gebleven en dat juist dit de kracht van deze fabriek was en niet de schaalvergroting die de fabriek in Kolderveen fataal werd. Wat als werknemers die er samen voor zorgden dat de fabriek in Kolderveen draaide zich konden verenigen ten tijde van de sluiting en de deur op eigen initiatief open konden houden? Dit is zomaar een gedachte die door mijn hoofd speelt. In Rouveen opent begin dit jaar een volledig geautomatiseerde afdeling in de fabriek, wat betekend dit voor de werkgelegenheid? Hoeveel winst vloeit hieruit terug naar de gemeenschap?
(voor een stukje over de sluiting zie pagina 205)
Veranderingen zijn van alle tijden. Ron vertelt dat er op het laatst 35 mensen bij de fabriek werkten. Er kwamen toen ook meer mensen van ‘buiten’, van fabrieken die de deuren eerder moesten sluiten. De investering en overgang naar vierkante kazen heeft ertoe bijgedragen dat ze toch nog wat langer door konden werken in Kolderveen. We staan bij een kleine ruimte wat ooit kleedruimte is geweest. Het liefst gingen we in onze witte kleding naar huis, maar dat was niet meer toegestaan op een gegeven moment.
Het kaasmaken startte in alle vroegte, kwart over twee schrijf ik op. Ron verteld hoe hij aankwam met de auto en dan even bij de melktanks stopte vooraan de weg. Daar keek hij welke tank klaar was voor het kaasmaken. Dan zette hij eerst het roerwerk aan voor de ideale melk, daarna parkeerde hij de auto en werd het ketelhuis opgestart…