Het mysterie van de ontbrekende kazen…
In de ochtend van 21 november ontving ik een telefoontje, of het nu Geert Bouwknecht was of Albert Manden dat weet ik niet meer, maar de mannen waren van plan de zuivelfabriek aan te doen. Geert heeft met zijn melkvee altijd geleverd aan de fabriek en Albert heeft er gewerkt. Beide wonen nog steeds op een steenworp afstand en zijn buren.
De fabriek ingekomen beginnen de heren gelijk te vertellen en omdat mijn velletje papier voor de aantekeningen boven ligt nodig ik ze uit in het kunstenaarsverblijf. Wanneer we daar binnenlopen krijg ik al gauw de indruk dat zij hier niet eerder zijn geweest. De twee mannen proberen de oude situatie te reconstrueren in de nieuwe omgeving. Een gevoel wat ikzelf steeds vaker omgekeerd uitvoer wanneer we praten over de oude situatie, een situatie die voor mij altijd denkbeeldig zal blijven maar waar ik al wel steeds meer een idee van begin te krijgen.
Albert steekt van wal, hij was manusje van alles zoals dat heet wanneer je veel verschillende functies hebt op de werkvloer. We gaan terug in de tijd als hij verteld over de papboer die een pan bij de voordeur neerzette. Ik maak aantekeningen over het uitventen met een bakfiets, later werd dat een Volkswagen busje. Ook hebben we het over de melkrijder en het geldkistje. Wanneer de boeren uitbetaald werden en de melkrijder bracht het geld naar de boer toe kreeg je wel is een sigaar.
Als hij naar wat nu het podium bij KiK (Kunst in Kolderveen) is wijst, verteld hij dat daar drie kaasbakken moeten hebben gestaan en hier ergens moest de draineerbak zijn geweest, legt hij met armgebaren uit. Albert wijst op het feit dat een dergelijke draineerbak niet meer wordt gebruikt, als ik naar Rouveen opzoek ga naar de geluiden zal ik die niet vinden. Over de grote schakelkast beneden in de kelder weet hij te vertellen dat wanneer zij in alle vroegte in de kaasmakerij aan het werk waren en daar ging iets mis, bijvoorbeeld omdat iemand op een verkeerd knopje had gedrukt,dan betekende dat een extra rookpauze voor de kaasmakers. De technische dienst begon namelijk later met hun dienst en de kaasmakers hadden van die schakelkasten hoe kan het toepasselijker geen kaas gegeten.
Over het geluid van de fabriek merkt hij op dat vakantiekrachten het maar veel lawaai vonden, waarop de vaste werknemers van de fabriek opmerkten dat het geluid van de muziek in hun auto wanneer ze naar de fabriek toereden pas echt lawaai was! Maar wanneer Albert even later het geluid van de fabriek nauwkeuriger probeert te omschrijven heeft hij het over een geluid zoals ijzer op ijzer klinkt. Nu ik op bezoek ben geweest in Rouveen bij de zuivelfabriek waar iedereen gehoorbeschermers draagt kan ik mij daar een voorstelling van maken. Toen ik de verschillende cd-spelers en versterkers in de fabriek aan het uittesten was voor de finale op zondag 21 december, kwam het meest overeenkomende geluid tot stand wanneer ik alle bassen helemaal wegdraaide en de tremble (de hoge tonen) helemaal open zette. De warme geluiden waarmee wij naar muziek luisteren hebben niets te maken met de klank van het industriële geluid.
In de studio van KiK stonden 3 persen gaat Albert verder, met aan weerszijden twee lopende banden naar het pekelbad. Vervolgens leer ik over de stroming in de pekel die de kaas naar de kooien dreef en ervoor zorgde dat de kaas er aan de ene kant inging en uiteindelijk aan de andere kant er weer uit kwam. Daar was ook nog wel een mooi verhaal over te vertellen zegt Albert, er gingen eens -laten we zeggen- 100 kazen het bad in en tot ieders verbazing kwamen er maar 75 uit! Dit zorgde voor nogal wat onrust op de werkvloer want wie was er vandoor met de ontbrekende kazen? Tot ze op een gegeven moment stijf op de bodem van het pekelbad werden gevonden, toen pas was het mysterie opgelost. Waarschijnlijk waren ze door schommeling van het rek geraakt en naar de bodem gezonken. Voor scheve of beschadigde kazen kreeg je natuurlijk niet de volle prijs.
Dan doet Geert een duit in het zakje, over mooie verhalen gesproken! Hij verteld over een medewerker en noemt een naam die ik niet meer terug kan vinden in mijn aantekeningen. Deze medewerker kwam ‘s ochtends om zeven uur aan de voorkant van de fabriek naar binnen, om daarna iedereen goedemorgen te wensen, om zo voorts via de achteruitgang weer terug naar huis te gaan. Waarop de twee mannen hartelijk moeten lachen.
Geert diept wat feiten op, de Coöp. Zuivelfabriek is ontstaan in 1894 uit een initiatief van vijf boeren, afkomstig uit Wanneperveen, Nijeveen en Kolderveen. Omdat Aaltje Pals mij vertelde dat er iemand op het kantoor was die specifiek de boeren te woord stond, vraag ik Geert waarom hij vroeger naar het kantoor ging? Een reden voor de boeren om naar de fabriek te gaan was eigenlijk heel simpel, niemand had telefoon in die tijd en op de fabriek was er wel een. Als ik het goed heb opgeschreven had Geert zelf vanaf 1964 telefoon op zijn bedrijf. Dus Geert verteld dat als er een kalf was of als hij een koe wilde verkopen of als hij een koe wilde opgeven voor inseminatie, dan moest hij bij het kantoor van Coöp. Zuivelfabriek ‘De Venen’ zijn.
Ik vraag de mannen even te poseren voor de foto, voor we nog een rondje lopen door de fabriek.
Ook staan er altijd van die dingen in mijn aantekeningen die ik niet meer kan thuisbrengen maar die mij wel fascineren, zo gok ik dat ‘bollo’ een stierkalf is, maar de reden van deze notitie ben ik even kwijt. Wel staat er in de buurt van deze notitie, melkbus met bezem, naar slager…










