Trematoden - Fasciola Hepatica/Leverbot
Geslachtelijke voortplanting in de lever van de eindgastheer (rundvee, schaap of mens), eieren worden gelegd in de galgangen, waarna deze terecht komen in de feces.
Zodra de eieren in het (zoet)water terecht komen gaat het operculum open (een soort klepje op het ei) en komt er een miracidium uit.
Het miracidium heeft trilharen waarmee het door het water beweegt opzoek naar een zoetwaterslak. Als ze die hebben gevonden kruipen ze door de huid van de slak heen en ontwikkelen ze tot een sporocyst, daarna een rediae en daarna een cercariae.
De cercariae kruipt door de huid van de slak heen om zo opnieuw in het water terecht te komen, waar het op zoek gaat naar een waterplant.
Eenmaal op een waterplant laat de cercariae zijn staart los en vormt het een cyst (encystatie) waardoor het een metacercariae wordt. Dit is de infectieuze stadia.
De metacercariae wordt oraal opgenomen en verlaat de cyst in de maag (excystatie), dan beweegt het door de darmwand heen richting de galgangen van de lever. Eenmaal in de lever wordt het volwassen en gaat de leverbot geslachtelijk voorplanten.
Dus:
EGH; volwassen leverbot -> ei
omgeving; ei -> miracidium
TGH; sporocyst -> rediae -> cercariae
omgeving; cercariae -> metacercariae
Prepatente periode
8-12 weken
Klachten
Acute infectie:
Aangeboren afweer -> eosinofilie
Vooral problemen door de agressieve migratie -> bloedingen, pijn, gewichtsverlies, etc.
Chronische infectie:
Verdikte galgangen, chronische ontstekingsreactie met daarbij fibrosering, en kalkafzetting in de verdikte wand
Gevolgen
Vlees geïnfecteerd met leverbot is niet infectieus, maar wordt niet meer beschikbaar gemaakt voor consumptie. Dus geen zoönotisch risico (hoewel leverbot niet echt diersoort specifiek is), maar wel economisch.
Anterior sucker = mondzuignap
Acetabulum/Posterior sucker = buikzuignap
Excretory pore = uitscheidingsopening, waar afval wordt uitgescheiden