“In de rouw, levend op de scherpe grens van leven en dood, voel ik me voor het eerst verlangenloos, ‘individu’ in de letterlijke betekenis van het woord, ongedeeld. Ik ben samen met iets waarvan ik me nu sterker dan ooit realiseer hoezeer ik het in het achter me liggende leven heb gemist. Zeker, ik ween om degene die me is ontvallen, ik ween om alle dierbaarheden die nimmer zullen terugkeren, niettemin heeft de ontvallene mij met haar verdwijnen de stellige indruk bezorgd dat ik als het ware vermeerderd ben, ook in de zin van vermeerderd met inzicht: dat ik sinds kort weet waarvoor ik mijn ziel nodig heb. En wel om haar bij me te hebben, met haar samen te vallen. Me met haar te verenigen, te versmelten, één te zijn.”
Lichaamsziel: Een Retraite In Rouw — Jan Oegema.














