In deze tijd klinkt het Wilhelmus weer wat vaker door Nederland. Maar wat is dat eigenlijk voor lied wat wij ons volkslied noemen? Wat zingen we eigenlijk? Daar heb ik een blogpost over gemaakt!

#mcr#gerard way#mikey way#frank iero#long live the black parade





seen from United States
seen from United States

seen from Malaysia

seen from Türkiye
seen from China

seen from Germany

seen from Türkiye

seen from Türkiye

seen from Türkiye
seen from Türkiye
seen from Malaysia
seen from Syria

seen from Belgium
seen from United States
seen from Italy
seen from Türkiye
seen from China
seen from United States
seen from China
seen from Germany
In deze tijd klinkt het Wilhelmus weer wat vaker door Nederland. Maar wat is dat eigenlijk voor lied wat wij ons volkslied noemen? Wat zingen we eigenlijk? Daar heb ik een blogpost over gemaakt!
Ik schreef een stuk over Henriëtte Roland Holst en de politieke taak van de poëzie. Het is net uit in een boek dat Johan Sonnenschein en Kornee van der Haven samenstelden over dat thema.
First things first: Johan en ik gaan ver terug. We leerden elkaar kennen in 2008. Dat was het moment dat ik als redacteur betrokken raakte bij Yang. Tijdens de eerste vergadering werd meteen aangekondigd dat Yang zou fuseren met Freespace Nieuwzuid. Aftastende vergaderingen waren er al geweest, maar de concrete lijn moest nog vorm krijgen. En we hadden nog een titel nodig.
Uiteindelijk werd dat nY (nieuw Yang, was de achterliggende gedachte). Johan en ik voelden meer voor Moscou, eindbestemming van Tram 4 in Gent, die ons maandelijks vanuit het station in Gent naar de redactievergaderingen in het huis van Marc Reugebrink bracht. Een naam die duidelijk politiek resoneert. De wijk dankt z’n naam weliswaar aan het garnizoen Russische soldaten dat er tijdens de napoleontische oorlog gestationeerd was, maar wij dachten aan sovietraden. En aan het kunsttijdschrift October. Politieke resonanties.
Maar dat politieke vond toen niet voldoende draagvlak onder de gezamenlijke reacties van Yang en Freespace Nieuwzuid. In 2009 zag nY het licht. Het eerste nummer kwam uit op Goede Vrijdag.
Op dat moment waren Johan en ik de enigen die vanuit Nederland de maandelijkse tocht naar Gent maakten om lange redactievergadering in Gent bij te wonen. De lange treinreis vol voorspelbare depannages vlak voor Roosendaal of tijdrovende wisselstoringen tussen Roosendaal en Antwerpen Berchem, kwamen we makkelijk door met lange gesprekken over literatuur en politiek. Want dat bleef belangrijk, vonden we.
We zijn inmiddels ruim tien jaar verder. NY is een heel ander tijdschrift - veel beter dan wat het was toen ik het in 2010 vaarwel zei en naar de States vertrok, vind ik zelf - en de verwevenheid van politiek en poëzie werd de afgelopen tien jaar heel nadrukkelijk hergewaardeerd.
Dat opent ook de mogelijkheid om literatuurgeschiedenis anders te gaan schrijven. Literatuurgeschiedenissen zijn er om herschreven te worden. Die schakelmomenten die vroeger onmisbaar leken, de kettingen van een schijnbaar solide literaire traditie, die van de ene bloedeloze vormelijke vernieuwing naar de andere leidde, klinisch, gedesinfecteerd en in zichzelf gekeerd? Die lijken nu niet meer zo belangrijk. Als ze dat ooit al waren. Wat mij betreft niet. Liever een geschiedenis die de bewegingen nagaat - bewegingen van ritme, vorm, figuur, compositie en thematiek - die, eenmaal in elkaar geweven, politieke affecten en ideeën blootleggen, openmaken, onderzoeken en herdenken.
In die geschiedenis heeft Henriëtte Roland Holst een belangrijke plaats. Roland Holst was dan relatief vormvast, haar soepele muzikale ritmiek had een onmiskenbaar activistische grondtoon: nu bevlogen en utopisch, dan bezonnen en melancholisch. Maar altijd was er die zoektocht aar wat ik een soort ‘kosmisch communisme’ zou willen noemen. De aandacht voor natuur en voor wat onder en achter iedere politieke strijd, op een dieper niveau, verbindt. En dat dan onderzoeken, nagaan of het mogelijk is om dat via poëzie uit te drukken. Juist via poëzie.
Monty Python - Summarize Proust Competition
Met dank aan Writing Ninja Rafaa: een tumblr waar antwoord wordt gegeven op de vraag 'Hoe drinken schrijvers hun koffie?' Zoals bijvoorbeeld Bret Easton Ellis:
Bret Easton Ellis goes up to the counter and orders a cappuccino. Despite having ordered drinks from Starbucks before, the barista balks a little at Ellis’ choice to order a cappuccino, and refuses him service. Ellis sits down at a table as various other patrons in the shop begin to argue about whether or not his order was a self-aware act or just a bad decision of the time. Eventually, they come to the conclusion that it was a very fine drink to order, and at last Ellis goes back up to the counter. Of course, his ordering at Starbucks is meant to be read as an ironic indictment of capitalism.
Ook een (belangrijk) onderdeel van worldbuilding, de drankjes!
Voor een boekennerd is het herkennen van een literaire verwijzing in een boek dat je aan het lezen bent een bijzonder plezierige ervaring ("Jaaaa! Dat heb ik gelezen! Wat ben ik toch ontwikkeld, briljant en gewoonweg fantastisch (en bescheiden)!"). Het is maar goed dat schrijvers ons zo nu en dan in de maling nemen met verwijzingen naar niet-bestaande boeken. Huffington Post zette er een aantal op een rij, waaronder twee van mijn all time favoriete boeken ('De tuin van paden die zich splitsen', uit De Aleph van Jorge Luis Borges en Als op een winternacht een reiziger van Italo Calvino).
En met dank aan een andere geweldige cursiste, Corianne Oosterbaan, een documentaire over empire-jurken, mutsen, bijenwaskaarsen, puddingen en wildemansdansen, oftewel: hoe organiseer je een bal in 1813. Een aanrader voor Jane Austen-fans!
For surely it is time that the effect of disencouragement upon the mind of the artist should be measured, as I have seen a dairy company measure the effect of ordinary milk and Grade A milk upon the body of the rat. They set two rats in cages side by side, and of the two one was furtive, timid and small, and the other was glossy, bold and big. Now what food do we feed women as artists upon?
Virginia Woolf, A Room of One's Own