Een stevig staaltje houtbewerking. Yann kan er wat van. Na hem in twee middagen het terras te zien overdekken en twee grandioze barkrukken te knutselen van olievaten en hout, verdenken we hem ervan dat hij dit gehele huttel met eigen klauwen in elkaar heeft staan kleien. Van kruk tot kot. Zo ook onze hut op poten met bedden waar Van der Valk wat van kan afkijken, kekke luiken waar de wind doorheen waait en een handig geplaatste fan die voor extra verkoeling zorgt en zwermen van insecten wegjaagt. Zelfs de krassen op het hout die de boel net even wat ruiger doet ogen zijn zeer bewust en precies aangebracht. Yann is Fransoos maar met zijn precisie en degelijke bouwkunde had hij zo een Duitser kunnen zijn. Zijn norse blik en zijn snor wekken ook die indruk. Het overnachten in onze hut op poten is wat ons betreft behoorlijk primitief en het maakt de kampeerprinses in mij zielsgelukkig. De krekels zijn tijdens de schemer bijzonder luidruchtig maar 's nachts zijn ze koest, smoezelige poten van de stoffige paadjes zijn niet vies en het frisse briesje van de buitenlucht is het allerlekkerst. Bonus is dat de zus niet van ellende het bed af bibbert - terwijl ze een effing tweedelig pyjama draagt en zich elke nacht weer volledig mummificeert in de lakens. Lakens. En een pyjama. In dit tropisch stuk surfparadijs.











