Reist blij verder
Bij aankomst neemt de geur van kretek sigaretten me terug naar een verschrikkelijk smerige gewoonte van toen Hyves nog maar net bestond. Roken doen we niet meer. Het is warm en onze lange reiskleding plakt benauwend om ons lijf. Er klinkt non-stop een gemoedelijk fluitdeuntje en we begrijpen geen moeder van de borden die gelukkig Engels vertaald zijn.
De veel te dure taxi die schreeuwend bij de uitgang ons hartelijk welkom heet brengt ons naar het resort waar we de komende dagen even bijkomen van de reis. Taxirit incluis.
Want het rijden op een redelijke weg, op zaterdag, tijdens een tijd ver buiten de spits, is buitengewoon bijzonder spannend. Het omgekeerde rijden alleen al maakt dat het rechts inhalen even schrikken is. Niet dat scooters daar een boodschap aan hebben, zij hebben de vrijheid om zowel links als rechts te passeren. Auto’s trouwens ook. Als het echt druk is wordt een tweebaansweg eentje waar drie banen verkeer vormen. Dat past namelijk gewoon. Voor de veiligheid en om elkaar te waarschuwen, klinkt bij elke bocht een claxonorkest. Bij rechte wegen trouwens ook. Niet iedereen die een tweewieler bestuurt draagt een helm, passagiers achterop doen daarin mee. En onder de passagiers scharen zich deftige amazonezitters, slapende baby’s hangend over het stuur en kleuters die zich staand vasthouden aan het dashboard.
Hoera voor remmen en de Balinese kunst deze erg accuraat te gebruiken. Ik ben in één rit een jaar ouder geworden maar het is ride to enjoy. In a way.












