Een interessant aspect van de Brusselse straatnamen is dat zij niet altijd zijn wat zij lijken. Zo heeft er in de Lombardstraat waarschijnlijk nooit iemand uit Lombardije gewoond. De naam van de straat heeft daar in elk geval niets mee te maken.
In 1618 wordt er echter een pandleenbank gesticht in Brussel, de Berg van Barmhartigheid, met bijhuizen verspreid over de Spaanse Nederlanden. Het initiatief gaat uit van Wenceslas Cobergher, een vertrouweling van de regerende aartshertogin Isabella die financier, kunstenaar, architect, ingenieur en nog één en ander is. Zijn initiatief is er maar kunnen komen na lange en moeilijke discussies. De Katholieke Kerk verbiedt immers dat er geld verdiend wordt met geld. Alle interest is woeker en dus doodzonde.
Om de Berg een monopolie te verschaffen worden de bestaande particuliere leentafels verboden. Die worden meestal uitgebaat door Italianen, de enigen die handig genoeg zijn om hun activiteiten zo in te kleden dat ze kerkelijk aanvaardbaar lijken. Daarom wordt de pandleenbank in de volkstaal ook wel de lommerd genoemd, naar de Lombarden uit Italië. En daarom wordt de straat waar de Berg van Barmhartigheid gevestigd is de Lombardstraat genoemd.
Het gebouw blijft bestaan tot het in de weg staat voor de aanleg van de nieuwe Zuidstraat in de 19de eeuw. Een nieuw gebouw in de Sint-Gisleinstraat, in de Marollen, wordt in gebruik genomen in 1862 en het is daar dat de instelling volgend jaar haar vierhonderdste verjaardag zal vieren.