Reis
Het laatste slokje wijn in de fles dat niemand drinken zou, fonkelde in het licht van kaarsjes in de tuin. Met een reeds halfleeg glas in de hand, dwaalde ze als betoverd doorheen de theelichtjes in de lucht. "Daar," zei ze plots. Met een vinger schoot ze er een de hemel uit. "Mag ik nu een wens doen?" Haar stem klonk net als toen ze me mijn grootste geheim deed opbiechten. Zelfs die lach lag identiek op die donkere lippen van haar. Alleen haar ogen pleegden overspel. Niet eenmaal dreven ze weg van de ster die zij had uitgekozen. Alsof er voor even in haar hoofd niets anders werkelijk bestond. Vingers klommen mijn arm op en zwierden aan de zoom van mijn mouw. "Mag ik jou nu eindelijk mijn wens vertellen?" De laatste keer dat ze die woorden had uitgesproken, plantte mijn linkerschoenzool zich net neer op een sigarettenpeuk in de trein met bestemming "Weg-Van-Haar". Terwijl haar vingers schommelend scheerden langsheen mijn huid, strompelden mijn ogen voor het eerst die avond werkelijk naar haar toe. Dra werden ze omhelsd door de hare. "Wil je mijn wens horen?" Woorden die roken als zomeronweer. "Wil jij mijn wens horen voordat hij verdwijnt in een duistere tunnel?" Met het lege glas in de hand mikte ze weder de hemel in. Mijn ogen liepen langsheen de loop om haar opmerkelijke doelwit te bezichtigen. Ze bleef me verbazen. Even streelden haar vingers over mijn lippen. "Een lach zo zeldzaam als de jouwe moet men liefhebben," had ze me gezegd toen de treindeuren voor ons dichtsloegen. "Vertel me al jouw wensen," antwoordde ik. "Als je durft." Onmiddellijk bond ze haar armen eindelijk rond me heen. Terwijl ik het laatste slokje wijn zo van de fles naar binnen goot, bewonderde ik laag in de hemel het wegreizende lichtje, flikkerend onder een aangeschoten vliegtuig.











