Ik ga u helemaal ontvouwen
Een blad van wit papier
Al uw kreuken en uw naden
Tot geen u meer ontsiert

JBB: An Artblog!
Sade Olutola

No title available

Discoholic 🪩
cherry valley forever

Andulka
todays bird
No title available
Three Goblin Art
trying on a metaphor

祝日 / Permanent Vacation
he wasn't even looking at me and he found me
tumblr dot com
🪼
Monterey Bay Aquarium
YOU ARE THE REASON

@theartofmadeline
ojovivo
Sweet Seals For You, Always
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ
seen from Argentina
seen from Türkiye
seen from China
seen from Netherlands
seen from Germany

seen from T1
seen from United States

seen from Pakistan

seen from France
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United Kingdom

seen from United States
seen from United States

seen from Belgium

seen from South Korea

seen from Hong Kong SAR China
seen from Malaysia
seen from United States
@zondermaan
Ik ga u helemaal ontvouwen
Een blad van wit papier
Al uw kreuken en uw naden
Tot geen u meer ontsiert
I've been terrified my whole life. Terrified of moving forward. Terrified of being myself. Terrified of going out there, living, and being beaten down, laughed at. Failing.
I've failed myself. I was only ever self in my way.
The last years I've been too anxious to move forward. I've been paralyzed. I made excuses for myself.
I had given up.
11 months ago, I found love. I found strength. I found will. My blood began flowing once more. I felt happiness yet I was terrified. Of it being temporary. Of it being misjudged. Of me not being enough.
I paralyzed once again. I made new excuses. I didn't go to the gym, because of work, or lack of time, or having fun. I did not do what I had to. Studying got lost in limbo. I lost myself by finding myself.
I repeated this mistake over and over. Postponing, delaying, procrastinating. Until now. I've hurt you over and over. My indecisiveness killed us. Hesitation became the end of us. And I had all the agency. I ran this stake into out heart.
It didn't end. Our bodies became toxic. All I touched withered. I am not
Soft. I am poison.
I'll poison my excuses. Until they go extinct.
I'll cripple fear. I'll break uncertainty.
I'm terrified. Of ending up on the street. Of ending up a failure. Of ending up alone. I'm already a failure.
I'm already alone.
I have nothing to lose. I am pushing away my hurt. Let this be the end.
I'll bring change.
My life won't end here. Show no fear. Show no doubt. Only resolution. Only confidence. Be. Allow yourself to be. I'm done holding back. I won't rely on others anymore. I only have myself. And I will be fine. I will succeed.
I am
soft
and tempestuous
Twee nachten terug was hij verduisterd en de kaarsen bleven uit. Zelfs de boeken bleven gesloten achter op de planken van de kast. De mensen die ze lazen brandden zich eraan en keerden na het sluiten weg met vlammen onderhuids. Zijn verhalen hadden alle kracht van vuur en al wat licht schiep moest verscholen worden.
Komeet
Hij sprak geen woord. Met zijn rug naar me toe zat hij aan zijn werktafel aan een horloge te wrikken. Uit enkele ramen aan de linkerzijde van de kamer viel licht loom op hem neer. Om zijn hoofd dansten stofdeeltjes. Ze streken neer op zijn huid en verstopten zich in zijn haar. Af en toe kraakte de stoel onder hem, wanneer hij reikte naar een lade aan de muur of zijn armen rekte achter zijn rug. De minuten verstreken om ons heen tot de tijd tot stilstand kwam. Hij was mooi en ik verlangde naar zijn huid, maar het was tijd om te gaan. “Ik ga zo weer bij je weg.” Hij hield stil. Het enige geluid dat de ruimte doorkruiste was het regelmatige getik van tandwielen die verwrongen hun plaats trachtten in te nemen. Geen woord verliet zijn lijf. “Misschien ontmoeten we elkaar opnieuw, weet je.” De woorden bleven hangen in de lucht, alsof ze telkens opnieuw uitgesproken werden. Het voelde altijd alsof de enige tijd die we hadden tussen twee seconden liep. “Vast niet, hé? Denken dat we elkaar nog eens zullen kennen, verlangt ongetwijfeld te veel van je.” De tijd dreef onbewogen langs ons heen. Schaduwen verfden stille figuren op de vloer. De kamer deinde op het ritme van zijn ademhaling. Zijn warrige haar deed me glimlachen. “Ik zal je wel missen, hoor.” Ik nam mijn camera op. Het sluiten van de lens deed zijn stoel kraken. Enkele stofdeeltjes dwarrelden op uit zijn trui. De seconden tikten de kleine kometen weer in gang. “De hersteller van artefacten staat me vast wel een reliek toe om hem niet te vergeten.” De stilte hield aan. “Niet waar sterrenjongen?” “Alleen als je een ander in borg geeft.” Zijn woorden hadden meer weg van donderwolken dan van het zachte geluid dat zijn lippen verliet.
Fragment II
Ze droeg sproeten op haar huid die enkel zichtbaar waren door kleine vlekjes licht die doorheen de rolluiken de kamer in gluurden. Geen twee waren gelijk. Van het donkere vlekje een beetje onder haar heup tot de melkweg over haar neus die oploste net onder haar oor. Van top tot teen was ze gehuld in spetters inkt. Op zondagochtenden fluisterde ik haar in het oor dat het de woorden waren die ze diep in haar bloed verhulde voor een wereld zonder huid. Dan gaf ze me een glimlach en zei dat ik te veel hield in dat hoofd van me.
Berlijn
Onder onze lichamen liggen lakens en kleren als brokstukken gespreid. Met haar hand tekent ze figuren en woorden doorheen de pijpen van mijn broek. Ik weet niet goed meer wie van ons de puinhoop heeft opgemaakt. Misschien deden we het samen, in het geheim. Misschien ook niet. Haar ademhaling verdiept. Haar hand staat stil. Ze droomt. Over ons en de wereld. Hoe alles nu lopen zal. En toen haar adem even stokte en haar ogen me haastig opzochten, wist ik dat de afstand nooit weg zou zijn.
Geheim (intro)
Ze liep enkele meters voor me uit naar een portaal op de hoek. Enkele treden -drie- traden tot bij de deur. Haar voeten sloegen de tweede over en trokken een halve cirkel over de grijze steen bovenaan. "Kom je?" riep ze me toe. Al die tijd was ik blijven staan om waar te nemen of ik eindelijk het begin van haar lach kon opmaken. Ze had een lach die voor je het wist verscheen en iedere onzekerheid geheel waardeloos stelde. Eens had ik mijn ogen niet eenmaal van haar lippen laten drijven, maar toen ze terloops vroeg of ik iemand zoenen wou, besefte ik dat haar lippen reeds enkele minuten in een glimlach lagen. Soms geloofde ik dat ze haar lach nooit afzette. Dat ze daar steeds heimelijk achter lippen verborgen zat.
Lieve Mu, Ik kan me vaak vergissen in mensen, maar bij jou zal dat niet gebeuren. Je bent zo'n lief persoon. (En je schrijft ook zo'n mooie dingen die me echt raken!) (Wauw, ik bloos er zelfs een beetje van!) We hebben het goede moment nog niet gevonden. Ik ben dan ook helemaal niet zeker of hij me nog zou willen zien. Misschien dat het hem opnieuw zou afschrikken... die alleszeggende blik in mijn ogen. Wat een naam vragen voor een volle wagon niet allemaal teweeg kan brengen... .
Lieve L,
Al ben ik geen twee dagen achtereen vast te pinnen op hetzelfde beeld, wellicht heb je daarin wel gelijk. Zo wil ik het geloven althans. (En van lieve woorden lijk jij ook best wat te kennen.) ((Ik voel me haast gevleid.))
Ik ben overtuigd dat hij je niet uit zijn leven wil. Kennis kan soms overweldigend zijn, zeker als het de vastberadenheid van liefde in iemands ogen betreft, maar zenuwen spelen hier eerder een goede rol. Hij weet waar hij staat met jou. Zelfs op de trein kan je onverwachts de schoonheid van het leven bespeuren, weet je. Misschien wel juist op de trein. Je leeft en dat leest met plezier.
Als ik vannacht een vallende ster zie voorbij schrijden, of er binnenkort een lieveheersbeestje op me landt, zal ik wensen om wat moed voor jou. Het moment komt wel. Daar ben ik zeker van.
Liefs, Mu
Ik kan me er wel in vinden in je woorden. Al kan ik het me gewoon niet voorstellen dat jij dan ook maar op eender welk vlak gevaarlijk zou zijn. Het was niet het goede moment omdat we allebei te zenuwachtig waren. (Al dacht ik dat toch van hem, maar goed. Ik dacht toen zo veel en het bleek fout te zijn.). Maar toen hij zei dat hij met me wou dansen dacht ik: wauw, waar heb jij al die tijd gezeten? Alsof het het mooiste was dat ik al ooit gehoord had. Liefs
Lieve L,
Ik verkies te denken dat mijn hoofd het enige gevaarlijke aan me is, omdat er niet op te vertrouwen valt. Maar het stemt me blij dat je me met geen mogelijkheid als gevaarlijk kunt aanzien. Wellicht heb je gelijk.
Dit. Dit, wat jij hier zegt, is waarom ik zo van mensen houd. Heb je reeds een beter moment gevonden?
Liefs, Mu
Lieve Mu, Waarom zou jouw geheugen gevaarlijk zijn? Je zegt zo'n mooie dingen... . Ik zou alles geven om nog eens te kunnen dansen met hem. Deze keer dan wel op de goede manier en op een goed moment. Liefs, L.
Lieve L,
Mijn geheugen is een gevaarlijk iets, omdat het niet te vertrouwen valt. Woorden glippen doorheen spleten in de vloer, net uit het zicht, net buiten het bereik van mijn vingertoppen, terwijl de stem van een serveerster enkele jaren terug of onbedachtzaam gemompelde meningen van anderen als stofdeeltjes in balken van licht doorheen mijn hoofd blijven strompelen. Je weet nooit wat blijft steken en wat verloren gaat, of wat weer terugkomt en wat tenslotte verdwijnt. Daarom is mijn hoofd een gevaarlijke plek.
Wat zou een goed moment zijn? Maakt het dansen zelf het geen goed moment?
Liefs.
Lieve Mu, Natuurlijk vertel ik het je! Ik wil het dan zelfs zingen of van de daken schreeuwen, zo lang het maar bij jou terecht komt. Liefs, L.
Lieve L,
Je spreekt opnieuw fijne woorden. En, oh ja, dit ontglipte telkens weer mijn gevaarlijke geheugen, maar dans met hem. Onderschat nooit wat dansen met mensen doet. “Dance ‘till your shoes wear out.”
Liefs Mu
Lieve Mu, Ik ben zeker iets met je mooie woorden. Bedankt, je bent fantastisch. Liefs, L.
Lieve L,Vertel je me wel wanneer je zijn hart onherroepelijk veroverd hebt? Met woorden zo lief als die van jou. Liefs, Mu
Lieve Mu, Hoe zou jij dat doen: hem de moed geven om het aan te durven? Liefs, L. (En bedankt voor je raad, echt waar!)
Lieve L,
Uiteindelijk is hij de enige die zich zover kan brengen. Het ligt bij hem om zijn hart weer open te stellen. Jij kan enkel proberen hem te overtuigen door je eigen gevoelens te tonen. Door niet op te geven. Door hem te laten inzien hoe echt en mooi liefde kan zijn. Maar je moet ook inzien dat hij misschien terugdeinst en zich afkeert, als je te hard doorduwt.
Hopelijk krijg je hem zover. Een gebrek aan geloof in de liefde blijft zo’n zonde.
Liefs, Mu. (Mijn woorden worden met het grootste plezier gegeven. Ik wens dat je er iets mee bent.)
Lieve Mu, Wat als hij daar niet toe in staat is door het verleden? Door het: niet meer geloven in de liefde? Liefs, L.
Lieve L,
Hij heeft jouw hart toch in handen. Als hij het in zijn borst steekt, hoeft hij niet langer te twijfelen aan liefde. Dan weet hij hoe echt het is. Alleen moet hij het aandurven zijn hart weer aangeraakt te laten worden.Liefs, Mu
Lieve Mu, Wat zeg je aan iemand die je hart gestolen heeft op een overvolle trein en het steeds verder en verder meeneemt in zijn rugzak zonder het terug te geven? Zonder dan ook maar aan te geven of hij het wilt bijhouden of weggooien? Liefs, L.
Lieve L,
Je vraagt of hij je zijn hart in ruil wil geven.
Liefs, Mu.
Bloed
Zijn grootvader nam hem bij de schouder en leidde hem naar de tafel wat verderop. Hij nam twee glazen uit de kast, vulde ze aan de kraan en drukte er één in zijn rechterhand. Met zijn andere hand hield Arre vast aan een rugzak die enkele uren geleden naast hem op de achterbank lag. Binnenin staken een wegenkaart, enkele sigaretten die hij uit Flo’s mond had genomen en een polaroid. Die haalde hij deze ochtend plots te boven toen hij me vanaf de achterbank vroeg om te kijken. Hij had het toestel geheim willen houden tot zijn grootvader voor het eerst het jawoord gaf, maar vond het licht dat door de voorruit op mijn ogen viel veel te mooi om te laten gaan. Arre zag schoonheid in alles rond hem heen. Zelfs in de manier waarop Flo een sigaret even liet branden tussen zijn lippen voor hij ervan trok, alsof hij Arre de kans wilde geven hem dat plezier te ontnemen, al zou geen van beiden dat immer toegeven. “Mooi, hè?” zei Flo, terwijl hij zijn armen op de balustrade rustte. “Hoe er geen verschil lijkt te bestaan tussen hen.” Hij speelde met zijn aansteker. Het pak tabak bleef zitten in zijn zak. Hij rookte enkel als Arre bij hem stond. “Ze hebben hetzelfde gezicht. Dezelfde handen met dezelfde inktvlekken. Ze lachen diep en luid en als ze verhalen vertellen dwarrelt sneeuw in hun ogen. Ze dragen kleren die samen worden gehouden door oude draad, zelfs op hun eigen trouwdag, en beiden drinken liever op de dood dan op het leven. Ze lijken wel samen te horen. Ik zou er niet van opkijken mochten ze op dezelfde dag sterven.” Arre reikte in zijn rugzak en haalde er een langwerpig wit doosje uit. Op het doorzichtige deksel prijkten zeven kleine stickers. Er stonden telkens twee letters op gedrukt. Hij peuterde wat in het voorlaatste vakje, terwijl zijn grootvader een nieuwsgierige blik wierp op de inhoud van het doosje. “Ze vergelijken hun medicijnen met elkaar,” zei Flo. Het viel me pas op dat ook Karl een dergelijk doosje voor hem had staan. “Karl heeft enkel matte kleuren. Dof, grauw en wit. De pillen die Arre neemt zijn felgroen.” Flo’s linkerwijsvinger streek over de knoken van zijn rechterhand. “Daarom is hij jaloers. Arre verkoos zijn eerdere matgele. Hij houdt niet van felgekleurde medicijnen.” Arres vingers slopen stiekem naar het doosje van zijn grootvader. “ ‘Medicijnen hoeven geen kleur’ zegt hij steeds ik hem aanspoor eindelijk eens zijn pillen te pakken.” Flo draaide zich net op tijd om om waar te nemen hoe Arre van zijn stoel viel en al de pillen op tafel de lucht in schoten. Onmiddellijk zette Arre die dwaze glimlach op waar ik telkens zo verliefd op werd, om de bedrukte groeven in Karls voorhoofd mee op te lichten. Een bulderende lach klonk doorheen de kamer. “Dat zal je leren mijn medicijnen te stelen!” “Zie je wel," zei Flo. "Net hetzelfde.” Een kleine grijns tekende zich af rond zijn lippen.
Klaproos
"Weet je dat ik nog altijd aan je denk iedere keer ik een klaproos zie?" Ik durfde haar niet aan te kijken. Eén blik zou mijn hoofd leegmaken en enkel haar lippen zouden er weer wat in kunnen krijgen. Om dit te vermijden bestudeerde ik de mensen die nieuwe lucht het café deden binnenstromen. Ze varieerden enorm, maar allemaal hadden ze een ding gemeen. Ze waren niet het meisje dat over me zat. En dat was het enige van belang.